Lekkere Natte Doos

Vette Kut Neuken

Tiener mastrubeert turkse kutjes

tiener mastrubeert turkse kutjes

Hij mag zich dan wel bezighouden met schoonheidsidealen, het wereldbeeld van onze Grieks-Romeinse voorouder staat nog steeds dicht bij dat van de holbewoner: Zo zijn er verschillende archeologische vondsten uit de Grieks-Romeinse tijd die zelfs naar hedendaagse standaard ronduit obsceen genoemd kunnen worden.

Objecten zoals de Baubo [beeld] — een oudere vrouw die schaamteloos haar vulva toont - getuigen van een ongegeneerde erotische vrijpostigheid. Maar het is een vrouwelijke zinnelijkheid die hoofdzakelijk de vruchtbaarheid moet verzinnebeelden. Net zoals het klokkenspel [beeld] in de vorm van vliegende penis dat voor de mannelijke vruchtbaarheid doet, of De sater die een geit molesteert[beeld] en de gigantische fallus van de vruchtbaarheidsgod Priapus op een muurschildering in Pompeii[beeld].

Het klokkenspel — de naam is zeer dankbaar hier — bestaat uit een hangende fallus waarop drie andere fallussen en twee vleugels gemonteerd zijn.

Aan de schacht van de penis hangen drie klokjes die als ze door de wind geroerd worden harmonisch klinken. We kennen geen grotere penis in een realistisch schilderwerk dan die op de levensgrote muurschildering van Priapus [afb] in Pompeii. In een bizar detail weegt deze geile vruchtbaarheidsgod zijn erectie af tegen een zak vol met munten op de andere schaal.

Zijn fallus is zwaarder is dan de munten. Voor geld is alles te koop, maar een grote penis is toch nog meer waard, lijkt de allegorische verklaring. De sater die een geit molesteert is een anoniem beeldhouwwerk van de god Pan, in de Griekse mythologie een sater, bij de Romeinen een faun.

Hij is de god van het woud, patroonheilige van de herders en hun kudden. Verder is hij de god van het dierlijke instinct. Hij heeft het onderlijf en de hoorns van een bok — een dier dat nog steeds bekend staat om zijn paardrang — maar een menselijk bovenlijf, een lang smal gezicht, een grote neus en gele oogjes. Hij zal ook later opduiken in de christelijke demonologie. De duivel draagt daar ook vaak hoorns en heeft hoeven in plaats van voeten. Pan heeft sporen nagelaten in het hedendaagse Nederlands.

Als hij zich schreeuwend in de bossen vertoont, rennen de nimfen en reizigers panisch weg. Faunen zijn in het meergodendom van de Romeinen en de Grieken de geilste goden, ze schuwen geen enkel taboe, verkrachten hordes maagden, vergrijpen zich aan dieren en kennen geen schaamte. Naast het beeldhouwwerk vormt bij de Grieken het aardewerk het overgrote deel van de archeologische vondsten. Een bijna volledig bewaard bord met de uitbeelding van een orgie [beeld] zit in de collectie van het Louvre.

Of het momenteel wordt tentoongesteld, weten we niet. Als u er langsgaat, vraag er gewoon naar. Als de Priapus van Pompeii de verpersoonlijking is van de penis en de viriliteit, dan is Artemis van Ephesus[beeld] de verpersoonlijking van de borst en het vrouwelijke vermogen tot voeden. In zulke mythologische visualiseringen worden de geslachtskenmerken opgeblazen tot gigantische proporties om zo hun kracht en doeltreffendheid extra in de verf te zetten. Kwaliteit moet het afleggen tegen omvang en kwantiteit.

Artemis van Ephesus wordt afgebeeld met drie rijen borsten, hoewel sommige hedendaagse academici er tegenwoordig verheiligde stierentestikels in zien. De bekendste versie is een kopie uit de 1ste eeuw van een Romeins origineel en bevindt zich in het Turkse Izmir. Volgens ons monotheïstische godsbeeld, schiep God de mens naar zijn beeld en gelijkenis, maar in het meergodendom van de Grieken en Romeinen scheppen de mensen de goden naar hun evenbeeld.

Niets menselijks is die goden vreemd en niemand heeft de godenwereld mooier beschreven dan Ovidius 43 voor Chr. De dichter trouwt drie keer en scheidt één keer minder. Hij is welgesteld en kan zich volledig aan de dichtkunst wijden. Hij debuteert op achttienjarige leeftijd met zijn Amores Liefdeszangen , maar maakte reeds daarvoor naam als minnedichter. Hij kan zich voortaan een luxueus en losbandig leventje in de mondaine grootstad Rome veroorloven, hij is een bona fide societyfiguur.

Ondanks zijn succes wordt hij om een nog onverklaarbare reden door keizer Augustus op jarige leeftijd verbannen naar de verre kusten van de Zwarte Zee. Waarschijnlijk vond Augustus hem iets te lichtzinnig maar ook complottheoriën worden als verklaring naar voren geschoven.

Hoewel politieke subversie en seksuele openheid vaak hand in hand gaan wordt toch aangenomen dat zijn verbanning eerder om politieke redenen dan uit censuuroverwegingen gebeurt. Zelfs zijn vrouw was achtergebleven in Rome. Zonder ooit in eer hersteld te zijn, overlijdt hij in ballingschap op jarige leeftijd.

Zijn zelfgeschreven grafschrift luidt:. Gelukkig is zijn oeuvre nagenoeg volledig bewaard. Twee werken zijn bijzonder relevant voor ons huidig onderzoek.

De Metamorfosen en de Ars Amatoria. De Metamorfosen vertelt over de liefdesavonturen van de goden en de Ars Amatoria is het eerste seksuele voorlichtingsboek. Geen van beide gebruikt expliciete taal, die vindt men sowieso niet in het werk van Ovidius, geen directe verwijzingen naar mentula en cunnus, de Latijnse termen voor pik en kut.

In de Metamorfosen worden de goden niet als verheven wezens afgeschilderd. Ovidius schetst hen op speelse wijze als gewone stervelingen, met typisch menselijke tekortkomingen en amoureuze bevliegingen.

Het gedichtenboek beschrijft de schepping en geschiedenis van de wereld volgens de Grieks-Romeinse mythologie. Goden, halfgoden en stervelingen ondergaan telkens een dramatische gedaantewisseling een metamorfose en veranderen in planten, bloemen, bomen, rotsen, wolken, rivieren en dieren.

Hun bizarre gedrag is eenvoudig te verklaren, velen van hen worden namelijk geplaagd door de pijlen van Eros. Door de liefde betoverd zijn ze niet in hun gewone doen. Er zijn wel enkele meer seksueel getinte verhalen, zoals dat waarin de nimf Daphne in een laurierboom verandert om te ontsnappen aan een nakende verkrachting door Apollo.

Als hert wordt hij door zijn eigen jachthonden verscheurd. Het zal hem leren. Narcissus en Hermaphroditus zijn tot vandaag welbekend, ze leven verder in de hedendaagse psychologie en seksuologie. Hermaphroditus is een knappe godheid die aanbeden wordt door Salmacis, een nimf die zo verliefd op hem is dat zij hem eerst probeert te verkrachten en als dat mislukt wanhopig tot de goden bidt dat zij voor eeuwig zouden versmelten.

Haar gebed wordt verhoord en zij worden één lichaam. Als bij één individu mannelijke én vrouwelijke geslachtsorganen voorkomen, spreekt men nu nog van hermafroditisme. Narcissus is ook zo een knappe jongeman die leeft voor de jacht. Hij heeft al heel wat harten sneller doen kloppen, maar wil niets van de liefde weten en wijst iedereen wreed en hooghartig af, ook de smoorverliefde nimf Echo.

Op een dag brengen zijn omzwervingen hem bij een heilige vijver met kristalhelder water. Als hij vooroverbuigt ziet hij zijn weerspiegeling in het wateroppervlak, maar hij denkt dat het een mooie watergeest is die in de vijver leeft. Hij wordt op slag verliefd op zijn eigen spiegelbeeld.

Hij kan zich maar niet losmaken van deze mooie verschijning die verdwijnt telkens hij haar aan wil raken en hij kwijnt langzaam helemaal weg. Aan hem danken we de term narcisme, door Freud bedacht voor een ziekelijke eigenliefde.

Hij is getrouwd met zijn zus de godin Hera, de oudste dochter van Kronos. Tot haar grote woede en verdriet kan Zeus de liefde van andere vrouwen niet weerstaan.

Hera is zeer jaloers en tracht hem op allerlei manieren van zijn amoureuze escapades te weerhouden. Al te vaak tevergeefs: Telkens als hij een vrouw verovert, wisselt hij van gedaante om zijn slaagkansen te vergroten en om aan het oog van zijn jaloerse vrouw te ontsnappen. Bij de ene vrouw moet hij lief en voorkomend te werk gaan, bij de andere stoer en angstaanjagend, en dus past hij zijn gedaante aan.

En dat werkt, weet ook de hedendaagse man. Bij Danaë verandert hij zich in een gouden regen die, terwijl zij in een toren gevangen zit, door de tralies heen geriefelijk tussen haar benen landt, bij Io in een wolk, bij Leda in een zwaan, bij Callisto geeft hij zich uit voor de godin Artemis, bij Antiope doet hij zich voor als een sater en bij Europa als een witte stier.

Zeus is een verleider, een veroveraar, maar je kunt evengoed zeggen dat hij zijn vrouwen schaakt, ontvoert en verkracht. Die dubbelzinnigheid is symptomatisch voor de aard van de man-vrouw liefde en de strijd der seksen, beschreven in de Metamorfosen. Ook haar kan Zeus niet onmiddellijk overtuigen zich aan hem te geven. Om zijn doel te bereiken verandert hij zich in een zwaan en overweldigt haar. Beschaamd om wat er gebeurd is, heeft Leda dezelfde avond gemeenschap met haar man en na negen maanden krijgt zij vier kinderen, die echter uit een ei komen.

Kastor en Helena waren de kinderen van Zeus, Polydeukes en Klytaimnestra die van haar man. Het is geen toeval dat Ovidius hier voor een zwaan kiest, het is de enige vogelsoort die samen met eenden en ganzen een penis heeft. Ook de ranke hals van een zwaan kan met een beetje fantasie voor een penissymbool doorgaan.

De Grieks-Romeinse mythologie bevat ook een aantal verhalen die spreken over de seksuele liefde van de mens jegens zijn andersvoetige soortgenoot. Seksueel contact tussen mens en dier is een onbetwiste realiteit, in het heden en het verleden.

Zelden levert het mooie kunst op, tenzij dan in de afbeeldingen van de hybriden die uit zulk contact voortspruiten. We zagen al dat Zeus zich bij Leda omtoverde tot een zwaan om haar te overweldigen. Er is ook het verhaal van Pasiphaë, de echtgenote van koning Minos van Kreta.

Haar man heeft de god Poseidon beledigd en die straft het echtpaar door bij Pasiphaë een grote seksuele begeerte op te wekken voor een mooie witte stier. Pasiphaë moest en zou de liefde consumeren met het machtige dier, zo sterk is haar drang.

Ze laat door de vooraanstaande uitvinder Daedalus een houten koe bouwen waarin zij zich verschuilt en de juiste positie aanneemt om zich te laten nemen door de stier..

Dit verhaal ging voor de meeste mensen werkelijk te ver, reden waarom het door de eeuwen heen amper op een expliciete wijze werd afgebeeld in de kunst. Een weinig verbloemende prent van de hand van de 17de-eeuwse uitgever en tekenaar Johann Ulrich Krauss [beeld] gaat naar het hart van de zaak en toont Pasiphaë net voor ze plaatsneemt in de houten koe, waar zij rug tegen rug, buik tegen buik en kruis in kruis even later haar wens in vervulling zal zien gaan.

Met veel plezier vertelt Ovidius dus zijn verhalen over de liefdesavonturen der goden, maar daarnaast wil hij ook niet nalaten goede liefdesraad aan gewone stervelingen te geven.

Dat doet hij in zijn Ars Amatoria, een soort handboek voor seksuele voorlichting. Ars Amatoria De kunst van het liefhebben is een gedicht in drie volumes waarin Ovidius in een luchtige stijl net die zaken aansnijdt die mensen zo moeilijk onder woorden kunnen brengen.

Hij laat Venus zeggen: Ovidius schrijft opmerkelijke passages over het gelijktijdige orgasme en over zijn afkeer van de herenliefde. Meer dan iets anders is het een handleiding tot de hofmakerij van vrouwen en merkwaardig actueel - behalve dan misschien waar het de liefdesdrankjes betreft: Dat gaat van obscene graffiti op Romeinse muren tot de satirische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius, van de slaapkamerfarces van Plautus en Terentius tot de schelmenromans Satyricon en De Gouden Ezel, van de lofdichten op de penis Priapea via roddelrubrieken tot de hoerendialogen van Lucianus.

Bij de Grieken vallen vooral de komedies van Menander en Aristophanes bij het publiek in de smaak en is er het curiosum van De Milesische vertelling.

Wie het schrift uitvindt, vindt blijkbaar meteen ook het obscene muurschrift uit. Als, zoals de vroeg 20ste-eeuwse Oostenrijkse architect Adolf Loos beweert, de cultuur van een land kan worden afgemeten aan de mate waarin de toiletten er besmeurd zijn met obscene graffiti, dan was het Oude Rome niet meteen de meest deugdzame plaats op aarde.

Een ontroostbare ziel heeft het volgende achtergelaten op een Romeinse muur:. Van de obscene muurschriften is het een kleine stap naar de soms erg cynische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius. Hekeldichter Juvenalis, die leefde tussen ca. In zijn bekende Zesde Satire — ook wel Tegen de vrouwen genoemd - schrijft hij over de slechte eigenschappen van de andere kunne: Eigenlijk is die zesde satire vooral een pamflet tegen het huwelijk.

De dichter raadt de mannen aan niet te trouwen: De meer lyrische Catullus voor Chr. Hoewel Catullus het, net zoals Juvenalis en Martialis, soms over de bittere nasleep van een relatie heeft, zijn zijn gedichten toch liefdevoller:.

Laten we leven, mijn Lesbia, en laten we liefhebben En alle geruchten van al te strenge oude mannen Allemaal één as waard achten. Zonnen kunnen ondergaan en opkomen; Wanneer voor ons eenmaal het korte licht is ondergegaan, Moeten we één eeuwige nacht slapen. Geef mij duizend zoenen, daarna honderd, Dan duizend andere, dan weer honderd, Daarna onafgebroken nog eens duizend, daarna honderd.

Dan, als we vele duizenden zoenen gegeven hebben, Zullen we die in de war brengen, opdat we het aantal niet weten, Of opdat geen kwade man ons met het boze oog zou kunnen aankijken, Doordat hij weet dat er zoveel zoenen zijn.

Maar allen gaan ze ervoor, voor de liefde, en Propertius voor Chr. Bij zowel de Grieken als de Romeinen is het theater de voornaamste bron van fictie, film bestaat immers nog niet en ook op de eerste echte romans is het nog even wachten. Het spreekt voor zich dat het niet enkel tragedie is wat de Ouden kunnen smaken, er mag ook al eens gelachen worden.

Een groot aantal onbetamelijke stukken voldoet aan die behoefte. De voorloper van de Romeinse komedieschrijvers is de Griek Menander voor Chr. De liefde met al haar verwikkelingen is zowat het enige onderwerp in de stukken. Een eeuw later introduceert de Romein Plautus voor Chr. Kortom, alle vrouwen zijn hoeren, alle mannen dom. Hij zet heel wat Griekse komedies, onder meer van Menander, om naar een Romeins decor en doet dat in een sprankelend Latijn. De farces van Terentius ca.

Theater in Griekenland ontstaat als een feest ter ere van de god Dionysos Bacchus bij de Romeinen , de god van de wijn en de vruchtbaarheid, van de extase en van het goede leven. De voornaamste gezellen van Dionysos zijn saters en nimfen, de twee archetypes van de wellust. Naar de sater is zelfs een toneelgenre vernoemd, het saterspel. Na drie tragedies wordt telkens een saterspel opgevoerd.

Dit bestaat hoofdzakelijk uit boertigheden met een geil en uitgelaten, lui en beneveld karakter. Men moet zich voorstellen hoe acteurs met gigantische voorgebonden penissen als halve gekken het podium opstormen, waarbij verleidelijke nimfen gillend uiteenstuiven. De zonet beschreven boertigheden worden qua niveau ruimschoots overstegen door de Atheense toneelschrijver Aristophanes voor Chr.

Dat heeft een veelzeggende seksuele plot. Lysistrate gaat over een aantal Atheense dames die naar het wapen van de seksstaking grijpen om hun mannen ertoe te dwingen eindelijk de wapens neer te leggen. De vrouwen wijken niet vooraleer er eindelijk vrede heerst tussen de Griekse stadsstaten. En dan, als ze hijgen van verlangen, als we dan niet toegeven, zullen ze maar al te snel instemmen met een wapenstilstand. Gedaan dus met de benen in de lucht! We zijn al een paar eeuwen later en rusten doet de penis ondertussen allesbehalve.

Hij wordt maar al te gretig bezongen in de 95 obscene epigrammen van de Priapea. De auteur en de oorsprong van deze gedichten zijn vrij onduidelijk, maar we weten wel dat ze integraal gewijd zijn aan de vruchtbaarheidsgod Priapus en diens belangrijkste ornament.

Je ziet, ik ben een houten Priapus, mijn sikkel van hout en mijn penis van hout, maar toch zal ik je in de houdgreep nemen en dit hier helemaal - ongelogen - in al zijn grootte, strakker gespannen dan een katapult of citersnaar, bij jou tot aan je zevende rib naar binnen duwen. Er wordt ook heel wat geroddeld in het Romeinse Rijk. Er is ook heel wat om over te roddelen. Er zijn de exploten van de gestoorde keizers Caligula, Nero, Domitianus, Commodus en Elagabalus, die met hun ontucht, uitspattingen, kwaadaardigheden en perversiteiten het einde van het keizerrijk inluiden.

Maar het zijn vooral de vrouwen Cleopatra en Messalina die de gemoederen verhitten. Cleopatra zou zich een weg naar boven gewipt hebben in de bedden van heel wat invloedrijke mannen. En van Messalina wordt gezegd dat ze zo geil en onverzadigbaar is dat ze een kamertje heeft in een bordeel waar ze zich onder de schuilnaam Lycisca aan volslagen vreemden geeft. Na 24 uur geeft Scylla het op en Messalina wint uiteindelijk met een score van 25 mannen. Het huidige record staat sinds op mannen in een dag, op naam van een Amerikaanse pornoster.

Plinius de Oudere ca. Zijn type komt nog vaker aan bod in dit boek. In de oudheid kiemt de traditie van de zogenaamde hoerendialoog, iets wat later zal uitgroeien tot een heus literair genre. De hoerendialoog is een mengeling van seksuele opvoeding, medische folklore en erotische literatuur, en neemt meestal de vorm aan van een ervaren oudere vrouw die de geheimen van de fysieke liefde uit de doeken doet aan een jonger meisje.

Er zijn op dat moment geen vrouwen die zich op het terrein van de erotiek wagen. Er zijn zelfs amper schrijvende vrouwen, de Griekse dichteres Sappho uit de 7de eeuw voor Christus niet te na gesproken. Het zijn dus mannelijke auteurs die de hoerendialogen schrijven. Zij bedienen zich van vrouwelijke personae, van tempelhoeren tot overjaarse straatmadelieven, van jonge ingénues die als wees in een bordeel terechtkomen tot succesvolle madames.

Waarom was de hoer zo populair en waarom zou haar stem doorheen de geschiedenis van de erotische literatuur zo veelvuldig en helder klinken? Het antwoord is eenvoudig. Als geen ander begrijpt zij de mannelijke psyche, zij die met zoveel van hun soort geslapen heeft. Alle mannen beginnen hun leven als minuscule vlekjes weefsel in de baarmoeder van een vrouw. Iedere jongen moet zich zo goed en zo kwaad als het kan van de moedergodin losmaken.

Dat lukt nooit helemaal, want de vrouw bezit wat elke man zoekt: Lucianus van Samosata ca. Het bekendste gesprek hieruit is dat tussen de jonge Corinna en haar moeder Crobyle:. Je hebt je eerste nacht met een man doorgebracht.

Je hebt je eerste geschenk verdiend, wel liefst drachmen. Met dat geld koop ik je een halsketting. Er volgen nog een heleboel raadgevingen, over hoe ze zich vanaf nu moet kleden, hoe ze zich moet gedragen en ook dat ze niet enkel jonge mannen moet aantrekken, maar ook oudere.

Ze zijn misschien niet zo mooi en viriel, maar ze betalen wel beter. Hier wordt natuurlijk een heel cynisch beeld van de vrouw geschetst, maar dat is de Grieken niet vreemd.

Er is een duidelijke vrouwonvriendelijke traditie in de Griekse literatuur. Zo schrijft Hipponax in de 6de eeuw voor Christus over de vrouw al het volgende: De echte roman zoals wij hem kennen, heeft zich in de klassieke oudheid nog niet aangediend. Voorlopers zijn er wel onder de vorm van raamvertellingen en die zijn alle gerust liederlijk te noemen. De schelmenroman Satyricon van Petronius 1ste eeuw na Chr. De enige volledig bewaard gebleven roman is De gouden ezel van Lucius Apuleius ca.

Thematisch leunt dit laatste werk dicht aan bij de schelmenroman die opgang zal maken in de 16de en 17de eeuw. Pikante passages met een seksuele ondertoon vindt men er in overvloed.

De gouden ezel officieel heet het werk Metamorphoses is een fantasierijk en humoristisch verhaal over de avonturen van een zekere Lucius die met magie experimenteert en per ongeluk in een ezel verandert, zonder zijn menselijke verstand te verliezen.

In deze ongewilde vermomming hoort en ziet hij heel wat ongewone zaken. Binnen deze raamvertelling krijgen we verschillende kortere verhalen, waarvan het langste en het bekendste dat over Amor en Psyche is. Vooraleer Lucius in een ezel verandert, maakt hij een en ander mee als mens. In een van de eerste vertellingen wordt zijn reisgezel vermoord door heksen.

De heksen twijfelen of ze Lucius zullen laten leven; hij is immers een gevaarlijke ooggetuige. Ze sparen hem, maar ze plassen hem wel helemaal onder: Gelukkig vergaat het onze held iets beter verderop in het boek, waar hij op zeer aangename wijze een meid van dichtbij leert kennen. Dat levert een van de vroegste passages uit de wereldliteratuur op waarin het liefdesspel op realistische wijze en met expliciete bewoordingen beschreven wordt.

Ze klom op het bed en liet zich beetje bij beetje op me neerzakken, haar ruggengraat golfde van de snelle stoten en geile bewegingen en met haar wellustige geschommel deed ze me heerlijk klaarkomen. Zoals Odysseus over zee moet zwerven door de wrok van Poseidon, zo wordt dit drietal voortgestuwd door de grillen van de vruchtbaarheidsgod Priapus. Onder de uitvoerige fragmenten die ervan bewaard bleven, neemt De maaltijd van Trimalchio in het Latijn Cena Trimalchionis de belangrijkste plaats in, door de rake typering van de rijke parvenu Trimalchio en diens vriendenkring.

Een ander fragment, De weduwe van Ephesus illustreert de prozaïsche en vergankelijke aard van de menselijke liefde. Een zeer vrome weduwe besluit bij het graf van haar man te rouwen met de bedoeling er te blijven tot ze sterft van de honger. Ietsje verderop bewaakt een niet onknappe en erg aardige soldaat een aantal gekruisigde rovers. De weduwe en de soldaat raken aan de praat en zij vindt hem ondanks haar verdriet steeds leuker.

Uiteindelijk bezwijkt ze voor zijn charmes. Maar hun geluk wordt plots verstoord. Terwijl ze aan het vrijen zijn op het graf van haar overleden echtgenoot, wordt een van de gekruisigde lijken gestolen. De bewaker riskeert een zware straf, maar de weduwe heeft een plan.

Ze besluit wijselijk het lijk van haar man af te staan om het de plaats laten in te nemen van de gekruisigde. Dat de vertelkunst uit het Oosten stamt, het Verre en het Nabije Oosten, wordt door niemand meer tegengesproken. Het oerverhaal van de Oriënt zijn ongetwijfeld De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, maar dat De nachten, zoals het werk ook kort genoemd wordt, in wezen een bundel zeer erotische verhalen is, wordt zelden naar waarde geschat.

Toegegeven, de populairste verhalen, Aladin en de wonderlamp, Sinbad de zeeman en Ali Baba en de veertig rovers zijn eerder avontuurlijk dan seksueel. Vroeger echter was de erotische reputatie van De Nachten zo verbreid dat de vertelingen eerder met broeierige nachten, donkere prinsen, eunuchen, harems en blanke slavinnen geassocieerd werden dan met vliegende tapijten, wonderlampen en verre zeereizen.

In het Westen leeft het idee dat de minnekunst in het Oosten veel verfijnder is dan bij ons. Of dit werkelijk zo is, valt niet met zekerheid te zeggen. Immers, wat is verfijnd en hoe kunnen we in de slaapkamers kijken van de talloze koppels die elke nacht in het Oosten de liefde bedrijven? Doen ze het net zoals wij of gaat het er ginds allemaal wat meer tantristisch aan toe? Moeilijk te bevestigen, moeilijk tegen te spreken. Het beeld van die veronderstelde oosterse seksuele verfijning danken we aan de Kamasoetra, een werk dat in de 3de eeuw in India geschreven werd in het Sanskriet en dat gelijkenissen vertoont met de eerder vermelde Ars Amatoria van Ovidius, maar dat veel ruimer verspreid is.

De Kamasoetra behandelt tot in de kleinste details alle denkbare onderwerpen op het gebied van de erotiek en leert de man om zijn vrouw te behagen en zo haar liefde te winnen.

De veertig hoofdstukken van de Kamasoetra beslaan zeven delen. Ze hebben het over liefde in het algemeen en over de plaats ervan in het leven, over de indeling in soorten vrouwen, over de seksuele eenwording, over diverse seksuele technieken en standjes, over hofmakerij en huwelijk, over de echtgenote en de vrouwen van anderen, over prostituees en ten slotte over hoe jezelf aantrekkelijk te maken.

Voor de 21ste-eeuwse mens staat de Kamasoetra gelijk aan allerlei originele en vaak ingewikkelde standjes. Het is pas legaal verkrijgbaar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw.

Hét erotische meesterwerk uit het Oosten is zijn De Vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Nergens in de oudheid vindt men lyrische passages zoals deze over bolle borsten en zwellende pudenda:. Ze had dijen als alabasteren pilaren, en ertussen prijkte een geheime plaats, een kussen van muskus, dat zwelt en bonst en gretig nat is.

In De Nachten is erotiek een kwestie van leven en dood. De Nachten is een raamvertelling. De premisse van het kaderverhaal is op zich seksueel en gaat over de liefdesrelatie tussen koning Sjahriaar en de jonge maagd Sheherazade. Een liefdesrelatie die erg bizar begint. Op een dag ontdekt de koning dat zijn vrouw hem ontrouw is. Zijn grootvizier bezorgt hem deze jongedames, maar na een tijd raakt de aanvoer uitgeput.

Scheherazade, de maagdelijke dochter van de grootvizier, biedt dan zichzelf aan als volgende bruid en haar vader aanvaardt dat aanbod schoorvoetend. Om aan de executie te ontkomen vertelt Sheherazade de koning tijdens de huwelijksnacht een verhaal, maar ze stopt abrupt, net voor de ontknoping. Ze belooft hem het vervolg de volgende nacht te vertellen.

Er zit voor de nieuwsgierige koning dus niets anders op dan haar leven voorlopig te sparen. De volgende nacht vertelt ze hem het vervolg, en tegelijk begint ze die avond ook een nieuw verhaal. Ook dat breekt ze weer af net voor de finale.

De koning gunt haar dus noodgedwongen nog een nacht. Dit houdt Scheherazade duizend-en-een nachten vol, waarbij elke nacht wordt afgesloten met een voorproefje van een nieuw verhaal. Ondertussen schenkt zij hem drie zonen. Wanneer de verhalen uiteindelijk ten einde zijn, is de koning oprecht van haar gaan houden, hij schenkt haar gratie en ze mag zijn definitieve vrouw worden. Er bestaat geen beter verhaal om het levensbelang, letterlijk zelfs, van fictie te illustreren. Mocht Scheherazades vertelkunst tekortgeschoten zijn, dan had zij reeds na één nacht het leven gelaten.

Maar het tegendeel gebeurt, nacht na nacht hangt de koning aan haar lippen. Haar zoete stem en spannende verhalen toveren de verbitterde en wraakzuchtige koning om tot een liefhebbende echtgenoot. De erotisch getinte verhalen van Duizend-en-een-nacht veroverden het hele Middellandse Zeegebied, de bakermat van onze westerse beschaving.

Het archetype van de oudere, wat simpele en vaak impotente echtgenoot en zijn jonge, aantrekkelijke, slimme en manipulatieve echtgenote, dat als een rode draad doorheen de middeleeuwse verhalencultuur zal lopen, vertoont zich hier voor het eerst. Sprekend is het verhaal De onnozele echtgenoot, over precies zo een vrouw die haar schlemiel van een echtgenoot openlijk bedriegt en hem wijsmaakt dat hij schimmen ziet:.

Telkens als de echtgenoot afwezig was, kwam de minnaar bij haar en zo ging het al geruime tijd. Op een dag zei hij tot haar: Nu, zij hield van hem met buitengewone hartstocht en ze kon het vooruitzicht van hem gescheiden te zijn niet lijden en zei: Hij zette daar een tent op naast een grote boom.

Niet ver daar vandaan had haar minnaar zich verborgen. Toen zei ze tot haar man: Als dat je manier van doen is als ik erbij ben, wat moet dat dan niet zijn als ik er niet ben? Maar wacht, ik kom ook boven kijken. Toen de echtgenoot bij de kruin van de boom kwam, keek hij naar beneden en zag dat een man zijn vrouw aan het neuken was.

Maar ondertussen was de minnaar naar zijn schuilplaats teruggekeerd en de vrouw vroeg haar man: Je zag niets, je verbeeldt het je.

Ze herhaalden het experiment een keer of drie, vier en telkens als de man de boom beklom, glipte de minnaar uit zijn schuilplaats en beklom de listige echtgenote, terwijl haar man erop toekeek, maar ze bleef volhouden: Toen riep hij haar toe: In een andere pikante passage van De nachten is de sultan van Samarkand en broer van koning Sjahriaar ongewild getuige van een orgie van zijn schoonzuster en haar bediendes:.

De figuren liepen langs een traliewerk en gingen de tuin binnen tot ze bij een spuitende fontein te midden van een grote poel kwamen. Daar kleedden ze zich uit en ziedaar, het ging niet om twintig slavinnen, maar tien waren vrouwen, concubines van de koning, en de anderen waren blanke slaven. Twee aan twee liepen ze weg, maar de koningin, die nu alleen achterbleef riep met luide stem: Zijn gelaat toonde het wit van zijn rollende ogen, een afgrijselijk gezicht.

Stoutmoedig liep hij naar haar toe en legde zijn armen rond haar nek, terwijl zij zijn omhelzing even vurig beantwoordde. Toen kuste hij haar, en zijn benen rond de hare kronkelend nam hij haar met gretige teugen. De andere slaven deden hetzelfde met de meisjes tot allen hun driften hadden kunnen bevredigen, en ze stopten niet met kussen en klemmen, copuleren en brassen tot de dag door de valavond verdreven werd, tot de slaven zich losmaakten van de boezems van de slavinnen, en de zwarte slaaf van de koningin afsteeg Vooral een voetnoot bij deze passage, van de hand van de 19de-eeuwse Engelse oriëntalist en vertaler van de Duizend-en-een-nacht Richard Francis Burton, is bijzonder vermakelijk:.

Ik mat een man in Somaliland die, in slappe toestand, een lengte had van vijftien centimeter. Dit is eigen aan het negerras en aan Afrikaanse dieren zoals het paard, hoewel de pure Arabier onder het gemiddelde van de Europeaan zit; een van de beste bewijzen in feite dat de Egyptenaar geen Aziaat is, maar een deels witgewassen neger.

Bovendien, deze indrukwekkende delen groeien niet proportioneel bij een erectie. Bijgevolg duurt de daad bij hen veel langer, wat bijdraagt tot een groter genot bij de vrouw. In mijn tijd wou geen enkele eerlijke Hindi Moslem zijn vrouwvolk naar Zanzibar meenemen vanwege de reusachtige attracties en ontzaglijke aanlokkelijkheden die zij daar aangeboden kregen. Ali met het grote lid is een verhaal over een knecht die aanhoudend vernederd wordt door zijn meesteres.

Maar zelfs in die tijd besefte men dat de voordelen van een grote penis toch relatief zijn. Sommige van de verhalen in Duizend-en-een-nacht zijn ouder dan de christelijke jaartelling, andere zijn recenter, voor zover men dat met zekerheid kan zeggen. Hun invloed voelt men in de populaire Europese ridderroman Floris ende Blancefloer, waarin sultans en blanke slavinnen figureren en waar bizarre plotwendingen als een liefdesdood en maagdelijkheidstesten rechtstreeks naar de verhalen uit De Nachten verwijzen, al zouden ze evengoed uit een hedendaagse Zuid-Amerikaanse soap van bedenkelijke kwaliteit kunnen komen.

Blancefloer, een blank en diepchristelijk meisje, dat op pelgrimstocht naar Santiago de Compostella gekidnapt werd, groeit op als hofdame bij een islamitische koning in Spanje. Er groeit een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris.

Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat die vriendschap in liefde is overgegaan, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de verboden liefde tussen de moslim Floris en de christen Blancefloer te dwarsbomen. Hij wordt door zijn ouders naar het buitenland gestuurd om te gaan studeren.

Ondertussen verkopen ze Blancefloer als blanke slavin aan rondreizende kooplieden. Een namaakgraf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is.

Als Floris na zijn terugkeer te weten komt dat zijn geliefde Blancefloer gestorven is, wil hij zelfmoord plegen, zo groot is zijn verdriet. Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen en de jongen gaat op zoek naar zijn geliefde.

Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Floris komt te weten dat zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir is.

De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt zwaar bewaakt, maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de torenwachter: Floris nodigt de torenwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal met opzet verliest, zodat hij de man heel wat geld moet betalen. Floris wint wel het laatste spel. Als wederdienst belooft de torenwachter hem eeuwige trouw en van die belofte maakt Floris meteen listig gebruik.

De wachter smokkelt Floris naar binnen in de toren in een mand met bloemen. De twee geliefden worden herenigd, maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen aan het zwaard rijgen. Tijdens de openbare rechtszitting die hierop volgt raken alle aanwezigen zo ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer dat de emir het jonge paar uiteindelijk vergeeft.

Ze trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders ondertussen overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen tot vrome christenmensen.

Blancefloer schenkt hem een dochter met een misvormde voet. We bevinden ons in de middeleeuwen, die enigszins onterecht bekend staan als donkere tijden. Technologisch is er veel vooruitgang geboekt, maar kunst en literatuur blijven gereserveerd voor de elite. De grootste invloed op onze seksuele zeden komt van het christendom.

Het joods-christelijke geloof is vanaf de 4de eeuw de officiële staatsgodsdienst van de Romeinen geworden en wint gestaag aan populariteit. Het joods-christelijke wereldbeeld introduceert drie nieuwe concepten in de seksualiteit. Ten eerste is er het idee dat het huwelijk exclusief en onlosmakelijk is, waardoor mannen het recht verliezen willekeurig van hun echtgenote te scheiden.

Ten tweede is er het begrip van de erfzonde, het gevolg van de zondeval. In het Bijbelboek Genesis zijn Adam en Eva de eerste mensen in de paradijselijke tuin van Eden, maar God heeft hun verboden van de appels van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten.

Op aanraden van een slang — symbool voor Satan — eten zij toch van die verboden vrucht. Hierdoor verwerven ze kennis van goed en kwaad en ze worden uit het paradijs verjaagd. Aangezien Eva als eerste voor de verleidelijke woorden van de slang gevallen is, krijgt zij er de schuld van dat de gehele mensheid voortaan sterfelijk is en behept met een zondige natuur.

Een direct gevolg is dat de twee paradijsbewoners zich plots schamen voor hun naaktheid die ze met een vijgenblad proberen te bedekken. Ten derde ontstaat de notie van maagdelijkheid als een moreel ideaal, waardoor echtelijke seksualiteit als een soort toegeving wordt gezien aan de inherente vleselijke zwakte van de mens die — helaas — noodzakelijk is voor de voortplanting.

Dat heeft ook zijn voordelen. De zo lang mogelijk volgehouden maagdelijkheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk zorgen op zich voor een stabielere samenleving, met kinderen die weten waar ze vandaan komen en generaties van families die aan langetermijnprojecten kunnen werken.

En dus bevalt Maria als maagd van Jezus, is het vlees zwak en dient het gekastijd te worden, en geldt het celibaat als hoogste ideaal. Die demonisering van de seksualiteit kan tegelijkertijd als de specifieke verdienste van het christendom beschouwd worden. Ze geeft aan de seksualiteit het aura van de verboden vrucht, en gewone seks wordt exquise erotiek.

Wees gerust, er valt in de middeleeuwen op erotisch vlak toch een en ander te beleven, al moet men dan wel het vel van de officiële geschiedschrijving wegschrapen. De middeleeuwse kunsten staan volledig in het teken van de nieuwe christelijke moraal, schilders werken in opdracht van de Kerk. Het schrift staat gelijk aan dé Schrift. En die wordt zorgvuldig doorgegeven dankzij het geduld en het vakmanschap van geletterde geestelijke kopiisten, monniken die in het klooster manuscripten — letterlijk: Het kopiëren van een boek kan jaren in beslag nemen.

Om meerdere kopiën tegelijk te maken, leest iemand het origineel voor aan een zaal van kopiisten die de letters met in inkt gedoopte veren in het papier krassen.

Hoewel ze zelf geen geestelijken zijn, behoren zowel de Toscaan Giovanni Boccaccio als de Londenaar Geoffrey Chaucer ca. Geboren in koopmansfamilies, gaan ze studeren en worden bureaucraten, maar hun grote passie is schrijven en dichten. Boccaccio voltooit in de Decamerone en Chaucer werkt in de laatste jaren van zijn leven onverdroten aan The Canterbury Tales, twee als een raamvertelling opgevatte verzamelingen van verhalen die tot het kruim van de westerse literatuur gerekend worden.

In feite zijn de Decamerone en The Canterbury Tales op dezelfde leest geschoeid als het Arabische Duizend-en-een-nacht. Verder moeten we opmerken dat de erotiek in deze twee collecties van verhalen een aanhoudende ondertoon is, als een lichte jeuk op de huid bij het te lang in het koren stoeien in de zomer, een ondertoon echter die nooit helemaal de oppervlakte bereikt, zoals dat wel het geval was bij de Grieken en Romeinen.

Il Decamerone is een raamvertelling van de 14de-eeuwse Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio. De bundeling bevat honderd verhalen die tien gasten op een landgoed buiten Florence elkaar tijdens de Zwarte Dood van vertellen.

De gasten zijn zeven jonge vrouwen en drie jonge mannen. Het kaderverhaal puilt uit van de symbolische en allegorische verwijzingen. De zeven jonge vrouwen vertegenwoordigen de vier kardinale deugden — voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid en standvastigheid — en de drie religieuze deugden — geloof, hoop en liefde.

De mannen zouden staan voor de Griekse driedeling van de menselijke ziel: Elke dag is een van de tien personen de leider van het gezelschap en bepaalt daarmee ook het onderwerp van de verhalen van die dag. De thema's lopen uiteen van 'verhalen over tegenslag die toch een goede afloop hebben' tot 'verhalen over hoe vrouwen hun man weten te bedriegen'.

Elke verteldag begint met een korte inleiding op het thema en eindigt met een afsluiting. De thema's zijn veelal ontleend aan oudere Italiaanse, Franse en Latijnse bronnen. In de loop van de geschiedenis botst het werk op de nodige tegenstand. Zo wordt het in door de boeteprediker Girolamo Savonarola verbrand omdat het onzedelijk zou zijn.

Ook de Kerk is niet altijd blij met het boek, niet alleen vanwege de seksuele vrijmoedigheid, maar vooral om de manier waarop de geestelijken worden geportretteerd. Het boek krijgt daardoor bewerkte en gekuiste versies. Tot in de 20ste eeuw zal de Decamerone met dit soort tegenstand te kampen hebben, wat flink bijdraagt tot de populariteit van het werk.

Een verhaal dat de gekuiste versie van de Decamerone niet haalt, is het opmerkelijk vrijmoedige Alibech en Rusticus [beeld]. Alibech is een vrouwelijke aspirant-kluizenaar die in de leer gaat bij Rusticus, een oudere ervaren asceet.

Vrijwel onmiddellijk nadat Alibech bij hem in de leer komt, legt Rusticus haar uit wat ze moet doen. Hij kleedt zich uit, zij doet hem na en spoedig staan ze poedelnaakt oog in oog. Je zal er God mee dienen. Omdat het de eerste keer is, doet het in het begin een beetje pijn, maar de jonge deerne krijgt al gauw de smaak pakken en moet wel zes keer de poort naar haar hellegat openen om de duivel zijn hoofd te laten hangen.

Geen gebrek aan erotiek in deze laat-middeleeuwse Decamerone dus. Het fundament van dit soort literatuur is natuurlijk het cliché, de personages zijn eendimensionaal en de psychologie is die van een kind. Zo is Alibech een schoolvoorbeeld van de ingénue, het onbedorven naïeve meisje. Deze bijna infantiele psychologie en dit kinderlijke magisch denken beheersen de middeleeuwen op alle vlak. De psychologische karakterschetsen staan in de westerse literatuur nog volledig in hun kinderschoenen.

Maar het uitbeelden van alle denkbare menselijke hartstochten, gebreken en dwaasheden zijn nieuw en kondigen de renaissance aan. Men noemt de Decamerone dan ook wel eens de menselijke komedie die men plaatst tegenover de La divina commedia, de goddelijke komedie van Dante Alighieri. Dat sommige passages moeilijk verteerbaar zijn voor de censor, kunnen we afleiden uit het feit dat John Payne, de 19de-eeuwse vertaler die zich als een van de eersten aan een vertaling van dit verhaal waagt, de seksuele ontwaking van Alibech onvertaald laat.

Hij excuseert zich met deze woorden: Zij vonden het daarom noodzakelijk verschillende fragmenten in het origineel Italiaans in te voegen. We vinden in de Decamerone dezelfde vrouwonvriendelijke teneur die zo nadrukkelijk aanwezig was bij de Grieken.

In tegenstelling tot vandaag wordt de vrouw in de middeleeuwen als losbandiger beschouwd dan de man.

Vandaag wordt van mannen gezegd dat ze hun pik achterna lopen, maar in de middeleeuwen is de vrouw het zwakke geslacht, zwak vanwege hun onvermogen om te weerstaan aan de wereldse verlokkingen. De Decamerone staat dus bol van de schampere opmerkingen over vrouwen.

Bovendien is er een nawoord waarin dames uitdrukkelijk wordt aangeraden geen verhalen te lezen die hun zouden kunnen mishagen. En toch is de Decamerone vooral tot de vrouw gericht. Niet weinig passages beginnen met de aanspreking: The Canterbury Tales is een bundeling verhalen die in de 14de eeuw worden geboekstaafd door Geoffrey Chaucer.

Ze worden gekaderd binnen een raamvertelling waarin een groep pelgrims samen op reis gaat en waarbij elke pelgrim onderweg, om de tijd te doden en ter lering en vermaak, vier verhalen vertelt. De thema's lopen sterk uiteen en behandelen zaken als liefde, verraad, gierigheid en overspel. De groep vertellers, die tot in detail beschreven wordt, bestaat uit personen uit alle lagen van de bevolking: Net zoals in de Decamerone proberen de vertellers met hun reis te ontkomen aan de Zwarte Dood.

Net zoals de Decamerone eindigen The Canterbury Tales met een verontschuldiging jegens de vrouwelijke lezers. Bovendien heeft een vierde van de verhalen in The Canterbury Tales een analoog verhaal in de veertig jaar eerder gepubliceerde Decamerone.

De notie van copyright bestond in die tijd duidelijk nog niet. Verhalen behoorden iedereen toe en ze reisden via de Zijderoute praktisch de hele wereld rond.

Een dronken molenaar vertelt een overspelverhaal over de jonge molenaarsleerling Nicholas, die de jonge vrouw Alison van zijn oude baas John in zijn bed wil lokken. Om daarin te lukken moeten de twee John eerst het huis uit krijgen. Ze maken hem wijs dat er een zondvloed op komst is. De ouwe besluit om in een ton te overnachten die aan het dak van de molen hangt.

Nu kunnen de twee ongestoord hun lusten botvieren. Absolon, een man uit het dorp, zit echter ook achter Alison aan, en hij heeft gehoord dat John niet in de buurt is.

Hij knielt bij het raam van Alison en vraagt om een zoen, waarna Alison in het donker haar achterwerk naar buiten steekt en het door Absolon laat kussen.

Kwaad om deze vernedering keert hij terug met een gloeiend ijzer uit een smidse en vraagt weer om een zoen. Deze keer steekt Nicholas zijn achterste naar buiten, waarna Absolon het hete ijzer tussen diens billen steekt.

Nicholas schreeuwt luidkeels om water, waardoor John wakker wordt. Die denkt dat de zondvloed eraan komt, snijdt de touwen door en valt naar beneden. Het dorp loopt uit en vindt John gewond op de grond. Hij legt uit wat er gebeurd is en wordt de risee van het dorp. Alweer een verhaal van een oude man met een hitsige en listige echtgenote. In het verhaal van de niet nader genoemde vrouw van Bath toont Chaucer zich op zijn vrouwvriendelijkst en wijst hij de mannen de weg.

De vertelster kent de mannelijke soort door en door. Ze is al vijfmaal getrouwd, toch wel erg ongebruikelijk in die tijd. Ook op deze reis is ze eigenlijk op zoek naar haar zesde man, die waarschijnlijk de meereizende klerk zal worden.

Het verhaal begint met een ridder die een vrouw verkracht. Het antwoord op deze vraag is moeilijk te achterhalen en ten einde raad vraagt hij een heks om hulp. Deze wil het antwoord wel geven, maar voor wat hoort wat. Het antwoord blijkt te zijn dat vrouwen de baas over hun man willen zijn.

Als wederdienst voor deze kostbare informatie eist de heks dat hij met haar trouwt en hij stemt toe. In het huwelijksbed stelt ze hem voor de keus: De ridder laat haar — zijn pas geleerde les indachtig — zelf kiezen en zij, blij met de macht over haar man, besluit mooi én trouw te zijn. En ze leven nog lang en gelukkig. De klerk, op wie de vrouw van Bath een oogje heeft laten vallen, vertelt ons een verhaal dat opmerkelijk is door zijn verpletterende geestelijke wreedheid jegens de vrouw.

Zijn verhaal gaat over Walter, de markies van Saluzzo, een vrijgezel die door zijn onderdanen verzocht wordt te trouwen om voor een erfgenaam te zorgen. Hij besluit een boerendochter te huwen, Griselda, een arm meisje, gewend aan een hard leven van pijn en labeur.

Nadat Griselda hem een dochter geschonken heeft, besluit Walter om haar huwelijkstrouw te testen. Hij beveelt een officier haar baby weg te nemen, het kind zogezegd te vermoorden maar het in werkelijkheid stiekem elders onder te brengen.

Griselda ondergaat dit alles zonder tegenstand. Als zij haar man enkele jaren later nog een zoon baart, herhaalt Walter zijn wrede ritueel. Na vele jaren, die Griselda in eenzaamheid zonder haar kinderen heeft moeten doorbrengen, bedenkt Walter de ultieme test. Hij vervalst een pauselijke bul die hun huwelijk nietig verklaart en hem in staat stelt zijn vrouw te verlaten.

Hij laat Griselda weten dat hij zal hertrouwen en eist van haar dat zij het huwelijk met zijn nieuwe bruid zal voorbereiden. Zij stemt weer toe. In het geheim laat hij haar kinderen terugbrengen en stelt hij zijn eigen dochter voor als nieuwe bruid. Pas dan, na vele gruwelijke jaren en al evenveel gruwelijke beproevingen, licht hij Griselda in over de maskerade, en weer leven ze nog lang en gelukkig. We hebben zelden zoveel misogynie in één tekst aangetroffen. Een vrouw haar kinderen afnemen, die zogezegd doden, van haar scheiden, haar vragen het nieuwe huwelijk voor te bereiden: Men mag aannemen dat Boccaccio en Chaucer zelf verstokte lezers waren en voortdurend op zoek naar verhalen om hun bundels te stofferen.

Ze beschikken natuurlijk over een haast niet te stelpen bron, want de middeleeuwse verhalencultuur is ontzettend rijk aan wat we toen in de Lage Landen met de term boerdes aanduidden — de etymologische link met boertig kan niet toevallig zijn.

Al wat schunnig, schalks en kluchtig was, komt er aan bod. Het is de filosofie van de minstrelen, troubadours en de jongleurs die in het middeleeuwse Europa rondtrekken en onder het mom de hoofse liefde te bezingen, proberen de vrouw van een ridder te versieren. Al die schunnigheid, schalksheid en kluchtigheid wordt later door de geschiedschrijving grotendeels genegeerd, zoals wel vaker gebeurt als geschiedschrijvers iets niet bevalt.

Geschiedenisboeken bevatten wat we graag willen onthouden, niet wat we willen vergeten. Als het de overwinnaar is die de geschiedenis schrijft, doet hij dat zonder vranke tong. De chroniqueur van dienst is blijkbaar altijd preutser dan zijn corpus. Het scabreuze in de middeleeuwse literatuur wordt dus al te vaak en al te gretig toegedekt.

Met de mantel der liefde, de hoofse liefde. Maar wees er zeker van: Was de middeleeuwse liefde verfijnd en hoofs of plat en obsceen? Johan Huizinga, auteur van het gezaghebbende Herfsttij der Middeleeuwen stelt het zo:. Naturalistische, plat erotische vertellingen over zeer lange penissen, sprekende kutten, ringen als kuisheidsgordels, kinderen van sneeuw en een snode verleider die aan de slag gaat met een wieltje.

De fabliaux die in het 13de- en 14de-eeuwse Frankrijk worden verteld door rondtrekkende troubadours, zijn korte, meestal gewaagde humoristische vertellingen. Ze leunen dicht aan bij de vuile mop aan de ene kant en primitieve levenswijsheden aan de andere. Favoriete onderwerpen zijn bedrogen echtgenoten, hebberige geestelijken en domme boeren. Die onderwerpen worden aangepast aan het publiek. Humor dient tot op de dag van vandaag om onbespreekbare onderwerpen als seksualiteit bespreekbaar te maken, het is de saus waarmee zoiets ongemakkelijks verteerbaar gemaakt wordt voor een breed publiek.

Deze twee componenten, de oneerbiedige spot en het sociale glijmiddel, vormen de raison d'être van de fabliaux. De fabliaux zijn de literaire oersoep van de middeleeuwen, door Boccaccio en Chaucer opgedist, gekruid, en op smaak gebracht. Hun werken zijn, hoewel vaak tot de renaissance gerekend, door en door middeleeuws. Met verhalen en afbeeldingen van grote en stijve penissen kan men een heel boek vullen. Elke man wenst zo een wapen, menige vrouw wil het voelen.

De geestelijke met grijpgrage handen geraakt er in het verhaal De ring die erecties regeerde niet van verlost. Al meteen in de eerste regels van dit korte vertellende gedicht maken we kennis met de verteller en met het gedurfde onderwerp:. De eigenaar van een betoverde ring wast zijn handen aan een rivier en vergeet er zijn kostbare ring. Wanneer een bisschop deze ring vindt en hem aan zijn vinger schuift, begint zijn penis te zwellen.

Hij vertrekt te paard maar zijn penis blijft zwellen tot hij over de grond sleept. Ten einde raad zendt hij een boodschapper uit om. Dat komt de eigenaar van de ring ter ore. Hij biedt de bisschop hulp aan in ruil voor de twee ringen die hij draagt en nog pond erbovenop. De bisschop stemt hiermee in en wanneer hij de magische ring van zijn vinger verwijdert, verdwijnt zijn erectie ogenblikkelijk.

Beide heerschappen zijn tevreden, de ene omdat hij zijn tijdelijke viriliteit kwijt is, de andere omdat hij de eeuwige heeft herwonnen. Stel u voor dat uw genitaliën plots kunnen praten. Wat zouden ze allemaal zeggen? Zouden ze de waarheid spreken en onze echte mond durven tegen te spreken? Zou elke opening onze intiemste geheimen verklappen en ons verrassen met details waarvan we ons niet eens bewust zijn? Dit gegeven houdt de middeleeuwse mens bezig, de verhaallijn is wijd verbreid, men kan het thema terugvinden in niet minder dan zeven manuscripten over heel Europa.

Het zal een tijdloze, en naar ons gevoelen te zelden gebruikte verhaallijn worden die verder in dit boek nog aan bod komt. De eerste verschijning van het thema treffen we aan in de middeleeuwse fabliau Le chevalier qui fist parler les cons et les culs.

Het verhaal wordt verteld door een zekere Garin, meer weten we niet over de man. Het gaat over een ridder die. De ridder in kwestie is een vechtersbaas en samen met zijn schildknaap verdient hij de kost door toernooien af te schuimen. Hij is onbemiddeld, levenslustig en liever lui dan moe.

Op weg naar een volgend toernooi treft hij drie naakte dames bij de rand van een fontein. Op basis van uw loonbrief zijt gij een onwetende barbaar, die als er niemand zo sluw en slim was geweest om een fabriek te laten bouwen, nog zou verhongeren ook. Zo erg gaat dat beeld van de arbeider in sommige kringen. Die kringen waar ze geen eelt op hun handen hebben. En dat is intriest om te zien, pa. Gij die na uw werk doodmoe toekwam met een vreemd chemogeurtje van gebakken rubber in uw kleren en in uw poriën en dan evenkes tegen mij, uwe kleinen, uitlegde hoe Von Stauffenberg bijna Hitler had opgeblazen, maar dat heel die Duitse anti-Hitlerkliek nog altijd even ziek was als Hitler.

Ze hadden gewoon geen goesting om de oorlog te verliezen. Of als ge uitlegde waarom de Amerikanen nu eigenlijk op hun doos hadden gehad in Viëtnam. Of waar dat mei '68 over ging en waarom er van heel die bevrijdende spirit van de sixties dan plots niks meer over was. Of welke dialectische relatie er was tussen fictie en 't echte leven.

Dat doet allemaal wreed zeer, om u horen lezingen te geven. En diezelfde shit jaren later aan de unief, met veel minder animo, uit de mond van een paar proffen te horen. Die 't niet kwamen vertellen na acht uur travakken in 40 graden celsius ergens in een lawaaiierig kot waar ze auto-onderdelen persten. Nee, serieus, godverdomme, van dat stereotyp beeld van die arbeider klopt nul de botten. Ge las drie kranten per dag, elke documentaire had ge gezien en gewoon voor de fun zat ge encyclopedieën te lezen.

Van a tot z. En dan moet ik nu op de trein truttenmiekes en gekostumeerde weekdieren horen lullen over stupide blockbusters op weg van en naar een onnozel bureaujobke dat ze dan nog zwaar vinden ook. Waarom hebt gij het u zo moeilijk gemaakt? God, jongen, nu schuif ik de schuld van uw ongeluk nog in uw schoenen ook.

Hoe gevangen gij zat in angst. In een destructieve mantra: Als Boon een tedere anarchist was, waart gij een fatalistische anarchist. Ge zette uzelf buiten het systeem. Ge klopte die uren in 't fabriek en daarna dook ge in de geschiedenis en in zwarte humor om u te verkneukelen: En bijscholen wou ge niet doen, zelf een zaak opstarten, 't idee alleen maakte u panisch, want als kleine zelfstandige maakten ze u helemaal kapot. Toen ze u op 't fabriek aanboden van voorman te worden, en wat te klimmen in de pariahiërarchie, weigerde ge: Ze betalen u een beetje meer en ge kweekt wat minder eelt op uw handen om de rest op te jagen.

Ge zijt gij dan een goed doorvoede versie van een kapo uit de concentratiekampen. Bizar eigenlijk dat ge uzelf dan niet helemaal buiten het systeem hebt gezet. Waarom dan naar die fabriek trekken? Ge had u ook kunnen opsluiten in een klein kamerke en kunnen schrijven.

Het zou een pak vlotter gegaan zijn zonder al die vermoeidheid, rug-en nekpijn. En ge gaf toch geen zak om luxe. Al 't geld dat ge verdiende, gaf ge af aan mijn moeder. Geld was gelijk een vuile ziekte voor u. Ge behandelde het ook echt zo.

Ge hebt nooit, maar dan ook nooit, niet ene keer, geld in uw portefeuille gehad. Ge verfrommelde het altijd en propte het gewoon in de zakken van uw yeansbroek. Er heeft u wel nooit iemand kunnen bepikken. Het was mentaliteit van een hele klasse. Zij met poen en macht tegen ons die moeten krabben en afzien voor elke euro. En zij waren altijd alleen zo ver geraakt door veel te bedriegen. En bedriegen was niet aan ons besteed. Het zijn zotten die werken.

Uw schoonbroer zat op 't zelfde fabriek. Die is wel gaan bedriegen. Die heeft een aannemerszaak opgestart, met rotslechte service tegen veel te hoge prijzen. Die was niet bang van faillissementen en wat gepruts met papierwerk en gaten in de wetgeving. Die is relatief rijk nu en doet geen klop. Hij zet zijn onderbetaald werkvolk 's morgens af met zijn camionette en de rest van de dag is hij bezig met de paardenkoers en kijkt hij naar dvd's van FC De Kampioenen.

Godverdomme, alleen dat konijn kon die dvd's in huis halen van een programma dat tot in den treure herhaald wordt op den tévé. Maar die weg zat er niet in. En hoe stoer ge ook waart, eigenlijk mogen we hier op uw urne markeren: Er is geen hoop, en laat dat een troost zijn.

Godverdomme, er is wel hoop. Er is altijd hoop. En laat dat een reden zijn om altijd los te breken van situaties die ons niet aanstaan. Ge hebt het eigenlijk gestoord lang volgehouden. Wat een discipline, kerel.

Om zo lang te functioneren in een gevangenis, opgetrokken door een aantal tegenslagen in uw jeugd en in stand gehouden door uw angsten en vooroordelen, zowel in u als in de samenleving, en uw uitzonderlijke aversie voor ellebogenwerk.

Er zat meer eer in het werken met uw handen, moet ge gedacht hebben, en dat kan waar zijn, maar ge zijt er wel door gesneuveld. Als de wereld u er niet voor eert, zal ik het toch doen. H et fuiven in uw plaats, ging moeilijker dan het studeren in uw plaats. En dan nog zeiden jullie haast nooit wat tegen elkaar. Dat is waar en niet waar. We werkten als ik nog erg klein was, vaak ik in de tuin. We plukten samen prinsessenbonen.

Ik durfde inderdaad nooit een woord tegen je zeggen. Je was objectief gezien al reusachtig, 1 meter 88, voor mij was je God. Je schreef, je had altijd een witte T-shirt, een jeans en een leren jas aan, je had zo'n ronde bril als John Lennon en ook zijn gezicht een beetje, met die neus, en je bodybuilde, zonder vuile producten te spuiten kreeg je een enorme biceps. Je trainde twee uur per dag, zeven op zeven, en vijf dagen op zeven bakte je rubber in de fabriek, loodzwaar werk met veel trek- en sleurwerk aan dingen van 40 kilo.

Ik zeg dingen, want ik weet nog altijd niet wat je precies moest doen. Ik weet alleen dat het zwaar was, dat het je in de vernieling hielp, dat het niet gezond was en dat het beter betaalde dan de meeste ambtenarenjobs. Voor een ambtenarenjob had je wel het verstand, misschien juist net te veel, maar geen connecties. En ja, geen geluk, maar dat zeiden we al.

Dus nee, ik zei nooit wat tegen je. En toch zaten we vaak samen. Hele zomers lang zaten we samen, misschien niet dicht op elkaar, maar toch minstens onder hetzelfde dak, te lezen, ik strips, jij kranten, en we luisterden naar vinylplaten. Is dat geen contact? Je was er altijd. Ook als ik al op kot zat. Bijna wekelijks kwam je mij met de auto bevoorraden. Kan mij niet herinneren dat ik dat echt vroeg. Je deed het gewoon. In het begin ervaarde ik het als een bevrijding en een overwinning om zelf naar de winkel te gaan, daar op kot, want als enig kind steek je natuurlijk nooit een poot uit, tot je ontsnapt aan 't ouderlijke nest.

En op de prijzen letten, een avontuur op zich. Mijn eerste jaar op kot, spaarde ik euro op van mijn zakgeld, omdat ik nooit een voet buiten de deur zette, tenzij om naar de les te gaan en rondjes rond het park te lopen om zes uur 's ochtends, drie ochtenden in de week. Zo gedisciplineerd was ik, zo hard wilde ik slagen, dat eerste jaar slavistiek. Om jou trots te maken, om iets of wat te compenseren voor al dat gebrek aan geluk van jou.

En omdat onze hele kenissenkring mij liever zag falen, want zo'n kleinen uit een arbeidersmilieu moest het toch niet te hoog in zijn bol krijgen. Waar ik echt dankbaar voor ben, om het lekker emo te stellen, is dat je mij nog zien opbloeien hebt, die jaren op kot. Eindelijk die eerste vrouwen. Toen de eerste thuis bleef slapen, zei je trots tegen de buren: Je had iets met lengte. Je vond dat belangrijk.

Grote mensen vond je stiekem beter dan kleine mensen. Op dat vlak had je ook weer geen geluk, je zoon is nooit groter geworden dan 1m Ik had als kind te weinig geslapen, was je verklaring. Je moest mij altijd slapend naar boven dragen. En vijf minuten later stond ik daar weer. De tv was 's nachts interessanter dan overdag.

Maar die eerste die thuis kwam, ja, die was met hakken aan zo ongeveer 1m80, dat is waar. En toen moet je toch eindelijk gedacht hebben: Dat die eerste — de eerste die thuis kwam- thuis heel vaak kwam en heel luid, was een opluchting voor ons allebei. We hadden dan niet veel verbaal contact, ik heb altijd, al als kind, gesnopen dat je het van wereldbelang vond dat een man zijn vrouw kon bevredigen in bed. Dat merkte ik aan de sekshandleidingen waar ik op stootte door kinderlijke verkenningstochten in huis, dat merkte ik aan opmerkingen over mannen met vrouwen wiens ogen meestal afdwaalden naar andere mannen en ook wel aan de gedrogeerde glimlach van mijn moeder.

Maar goed, van dan af konden er complimenten af. Dat ik slaagde voor dat eerste jaar slavistiek hielp ook een beetje. Maar het beviel je niks dat ik zelfs dan geen pint wilde gaan drinken met maten op café. Je bent waarschijnlijk de enige ouder die zijn zoon moest pushen om meer uit te gaan. Dat eerste jaar slavistiek was ik zo serieus dat ik geen druppel alcohol wilde drinken.

Dat heb ik vol gehouden tot de eerste vijf minuten nadat een naakte vrouw onverwacht mijn kamer binnendrong en zich naast mij in mijn bed legde, zonder een woord uitleg. Daar was ik zo ondersteboven van dat ik een fles drank ondersteboven heb gekapt. Jongen, toch, jij had er wat anders van gemaakt als je vier jaar als student op kot had kunnen zitten. Daarom ging je van heel blij naar heel triest, toen je hoorde dat ik geslaagd was, dat eerste jaar.

Jij had het kunnen zijn. Misschien gaf je daarom altijd mixed tapes met sixtiesmuziek mee, om tenminste toch de muziek juist te hebben, daar op mijn kot, als er dan geen persoonswissel in zat. Het had net zo goed jij kunnen zijn, daar aan de unief. Zelfde geheugencapaciteit, en meer heb je daar toch niet nodig. En jij was 1m88 geweest en had als preses tenminste indruk gemaakt.

En je had er nog meer van genoten. En je zou nog leven. Ik zou nooit bestaan hebben, maar jij zou nog leven. De hippies hebben het gedaan. Je deed je graag stoer voor, maar je was zo broos. Je koos voor een keihard arbeidersbestaan en dat was stoer en dat was hard en dat hield je vol onder de zwaarste omstandigheden. Je lichaam ging helemaal naar de kloten. Je had elke dag rugpijn, je kreeg vreemde slijmen in je keel van de fabrieksomstandigheden en je verouderde zo snel als een belegerde, uitgehongerde, verkleumde Duitse frontsoldaat in midden januari in de omsingeling bij Stalingrad.

En 't ergst van al was: Ja, net zo voelde jij je. En ik met mijn overdosis empathie, ik nam dat over, en voelde mij ook net zo. Ik liep op mijn veertien rond als een kromgewerkte, ik had je houding overgenomen. Alleen de eelt op je handen liet zich niet kopiëren. En de chronische vermoeidheid van het werken in ploegen.

En als ik zeg dat je euthanasie pleegde en niet zozeer zelfmoord, ben ik niet ver naast de waarheid, want die laatste jaren woekerde er wat in je keel. Het begin van keelkanker. Niet van te roken, want dat deed je niet, maar van de chemische lucht die je in 't fabriek elke dag binnen zoog. Je ging fysiek kapot en ook geestelijk. Er hing er aura rond je van depressie, uitzichtloosheid, machteloosheid.

De wet van Murphy was een troost voor je. Als je er vanuit ging dat alles bij voorbaat gedoemd was om te mislukken, dan kon niets je nog teleurstellen. Dat moet zo gekomen zijn, omdat je als kind zeer diep teleurgesteld was in je ouders. Twee fuifnummers, die graag boven hun stand leefden, in de hippietijd van free love net iets te oud waren om daar zorgeloos aan mee te doen als student, maar er toch met volle teugen van genoten, ook al hadden ze twee kinderen en een familiebedrijf, een grote bloemenkwekerij, te runnen.

Terwijl je pa op andere vrouwen zat, zaten de andere bloemenkwekers op de markt, terwijl je moeder onder andere venten lag, kochten andere bloemenkwekers de nieuwste, meest modieuze soorten bloemen aan. Ze gingen failliet, ze scheidden, en jij, toch altijd de beste voor opstellen schrijven en wiskunde vreemde combinatie van talent , jij werd gek van de ruzies en je trok naar de fabriek om je moeder te onderhouden, als die even geen rijke minnaar lag te vozen.

Dat faillissement heeft je zo'n trauma bezorgd, dat je heel je leven alle geldzaken hebt overgelaten aan mijn moeder. En die laatste noemt de bankencrisis nog steeds als één van de hoofdmotieven van je zelfmoord, hoewel je het financieel eigenlijk pas goed had. Als er ooit iemand een mentale krak heeft gekregen van de scheiding van zijn ouders, ben jij het wel. Je vader gaf al je spullen weg aan de kinderen van zijn nieuwe vrouw.

Zijn geweten moet hem toch parten gespeeld hebben, want hij pleegde zelfmoord in , een jaar voor mijn geboorte. Je moeder zei me dat hij altijd liever urenlang stond te discussiëren met de getuigen van Jehova aan de deur, dan in de serres te werken. En wat ze er niet bij zei: Die serres staan er nog steeds verlaten bij. In een soort niemandsland, ergens in Hofstade of all places. Als bloemenkwekers failliet gaan in de tijd van flower power, we moeten het je ouders meegeven, dat doet niemand anders ze na.

En mijn grootmoeder zich maar afvragen waarom ik al jaren niet meer met haar spreek. Op je begrafenis wilde ze als ouwe doos van 74 zonder baarmoeder mijn jarige nonkel nog versieren, want die leek zo op Elvis. Onze stripreeks die je saboteerde. Als kind heb ik je herhaaldelijk voorgesteld om samen een stripreeks te beginnen. Jij kon geweldig tekenen, ik teken niet graag, maar ik wist toen al dat het niet zo geweldig moeilijk kon zijn om een stripscenario te bedenken.

Het hele huis door lagen immers toch enkele duizenden strips. Als al die anderen dat konden, waarom wij dan niet? Maar nee, dat was een groot verschil tussen ons. En geluk dat had jij niet.

Dat fatalisme spreekt ook enorm uit de briefjes die je bij je manuscripten stak als je die inzond naar uitgeverijen of tijdschriften. Als het nergens op lijkt, kan je er altijd nog de kachel mee aanmaken. Niet wat je noemt de standaardformule om een uitgever aan te schrijven.

Probeer het eens bij Jij concludeerde dat je geen geluk had en je stopte met inzenden, en erger nog, je stopte met schrijven. Talent dat had je of dat had je niet. Echt talent dat stond er zo. Je wilde niet weten van oefenen, herschrijven, ruwe diamanten slepen was net iets te veel moeite gevraagd. Je was gewoon te bang voor nog meer teleurstellingen. Je zoon is koppiger. Nochtans vind ik dat briefje echt niet zo'n domper op de schrijfvreugde en zelfs tamelijk bemoedigend.

Tegenwoordig krijgen inzenders van manuscripten enkel standaardafwijsberichtjes, zonder persoonlijke toets. En mij wilde je ook overtuigen om nooit nog iets in te sturen. Tot je dan in je laatste week of zo zei: En je kreeg het enkel gezegd, omdat je het leven en alle competitiedrang van de levenden al helemaal had losgelaten.

De stripreeks Herman Verkrijt over een foute leerkracht teert op mijn schoolhaat, die veel dieper zat dan zomaar wat schoolmoeheid, omdat jij ook naar school was geweest en moderne talen had gevolgd, en je toch in 't fabriek zat. School is een tijdverdrijf, want de kaarten zijn al geschud, het is je afkomst die bepaalt welke job je later krijgt, niet je school.

Je hebt die stripreeks nooit zien ontstaan. Spijtig dat je er niet meer bent om mijn eigenste stripreeks met veel animo helemaal lekker af te zeiken, want je zou het rommel vinden, vijf reeksen noemen die je ook niet goed vond, maar toch beter, en je zou een stuk of tien exemplaren verkopen op je werk, want het enige wat je echt consequent deed, was jezelf een depressie aanpraten.

Je nam mijn fut mee. Sinds jij er niet meer bent, verveel ik mij steendood en heb ik geen drive meer. Om de een of andere reden moeten we daar een Engels woord voor gebruiken. Vroeger schreven wij 'ik heb geen fut meer' of 'ge kunt allemaal mijn kloten kussen'. Maar nu is het geen 'drive' meer hebben. Waarom ik geen drive meer heb. Omdat gij er niet meer zijt. Terwijl ik vroeger om 6u koud water in mijn gezicht smeet om 12 km te gaan ronddraven in de ochtenddauw.

De enige ochtenddauw die ik nog zie, maak ik zelf. Er is niemand meer om te overtreffen, er is niemand meer om een compliment van los te weken dat de moeite waard is. Er is niemand meer om 'in het gelijk te stellen'. Want als ik mezelf bewees, dan deed ik het voor twee. Ik wilde ook jouw capaciteiten bewijzen.

Dus als ze mijn schrijfsels uitgaven in het Sloveens, dan wilde ik dat ook op jouw CV zetten. Zodat je misschien toch ooit nog eens zou ontsnappen aan de chain gang van de fabriek. Want die chain zat muurvast rond mijn nek. Wat jij nog had aan levenskracht injecteerde je tijdens nachtelijke gesprekken in mij.

En je was al dood toen je hier nog was. Al wel een jaar of vijf of zo. Maar je lichaam zat nog mijn commissie voor ambitieuze aangelegenheden voor.

Overtref die of die. Want je droeg niemand op handen en al wie iets bereikt had, had vooral hoerensjans gehad, dus het kon allemaal nog veel beter. We vonden zelden iets goed. Als we al een boek goed vonden, was het zelden een Nederlandstalig boek.

Ja, 'Ik, Jan Cremer', ja. Maar ging dat echt om de inhoud van dat boek? Hebben we ons daar niet laten vangen door de hype en de bad boy attitude van Cremer? De James Dean van de Nederlandstalige literatuur? Tegenwoordig stuurt die gratis stickers rond met zijn naam op. Wie die sticker op de meest orginele plek kleeft, wint een I-pad of zo'n ander digitaal relikwie. Als het schrijven niet meer lukt, is er altijd nog de marketing.

Jij had helemaal geen kaas gegeten van marketing. Heb ik je dat bij leven en welzijn ooit gezegd? Alleszin, nu moet ik presteren, alleen maar voor mezelf. En dat heb ik met je gemeen: Dus het laat zich raden dat ik als ik een zoon heb, die ga zitten opfokken om te presteren. Daarom schrijf ik dit boek, om die cirkel te breken. Hoe krijg ik die fut dan wel weer? Er is geen instantie die ik kan aanschrijven om mijn maandelijkse futrantsoen uit te keren, dus dan kan ik even goed de dooie schrijven, die bij leven en welzijn die fut invulde.

Om een voorbeeld te geven: Want jou onder ogen komen met een vetlaag, dat is gewoon geen optie. Maar ik schrijf nog wel, zoals je ziet. Omdat schrijven, naast neuken en beffen, de enige activiteit is tijdens dewelke ik geen chronische zin heb om jou tegen km per uur achterna te gaan, enkele dozen slaappillen slikken, een glas melk drinken om niet te kotsen -tip uit een soap over dokters gepuurd- een plastic zak rond mijn kop te binden en helemaal nooit meer wakker te worden.

Ik hoef niet meer met mijn kop op tv, om het ganse land te choqueren in een talkshow. Het zou niet meer lukken ook. Ik kan zelfs geen non meer choqueren. Misschien moet ik het proberen met een open brief aan Joods Actueel. Maar je leest toch niet mee. Er is niemand meer om mij op te jutten en te zeggen: Geen weerwerk meer voor al die andere stemmen: God, jongen, het is zo tergend rustig sinds jij een rider in the sky bent.

Living in the material world, pakkende docu door Martin Scorcese over de 'stille' Beatle. Omdat die andere drie zo luid waren. De Beatle die de beatlemania het meest relativeerde. When we was fab. Het zinde hem niet echt. Zijn tweede vrouw zegt: Een man van extremen. Zalen plat gespeeld, de hoeksteen van de grootste band, die andere twee konden niet soleren, dus je gitaarwerk blijft wat onderschat.

Vergevingsgezind, even erg voor vrede als John, maar zonder een icoon te willen zijn. Heel erg voor leven en laten leven. Ama et fac quod vis. Zijn eerste vrouw mocht rustig voor Eric Clapton kiezen. Een brave mens, maar zoals Paul zei: Maar toch vooral gefocust op vrede. Vrede nemen met de tijd ook. Maar dat dat wende, en dat het waardevol was.

Je hebt nooit een 'image' uitgebouwd. Er was nooit vrees om 'het' te verliezen. Want 'het' was niets gekunstelds. En wat een evolutie in je muziek. Van snelle rock naar sitar en Ravi Shankar. Een wens tot versmelting van alle menselijke energie. Geen wonder dat je zo'n all natural womaniser was.

Je had een diep effect op vrouwen, al na een gesprek van twee minuten. Aanvaarding van de essentie van mensen. Je tweede vrouw, Olivia Arias kon er mee leven. De Beatle met de meest uiteenlopende vriendenkring. Zo gewoon blijven bij zoveel roem. Het is weinig men sen gegeven. En waarschijnlijk de reden voor de roem. Altijd gewoon George geweest en nooit willen indru k ma ken. En dat maakt indruk. I need you http: My sweet lord http: I me mine http: When we was fab http: Within you without you.

Waarover dit boek niet mag gaan: Ik groei op in een arbeidersmilieu. Ik omhels de armoede en dweep er mee. Ik leid als enig kind aan aandachtszucht, maar dat weet ik nog niet. T-shirt van John Lennon. Op school vertikken van algemeen Nederlands spreken, maar wel een streverke zijn. Als ik goeie punten wil halen, is het om te bewijzen dat mijn pa geen idioot is, omdat hij arbeider is. En voor de aandacht natuurlijk. Rond mijn vijftiende krijg ik de klassieke stompzinnige inval dat je nog meer aandacht krijgt als je negatief gedrag toont en haal plots opzettelijk rotslechte punten.

De trots omwille van mijn sjofele afkomst, kent ook pieken en dalen. Maar zeker tot mijn 12 ben ik er fier op dat alles bij ons oud is en meer dan een tikkeltje aftands. Mijn vader en ik dagen er mijn moeder mee uit. Als het aan haar lag, ging de helft van ons huishouden op de schroothoop. Thuis spelen nog tweedehands vinylplaten en cassettes als iedereen al lang is overgeschakeld op cd's.

Ondanks de computerrevolutie zweer jij bij je oude typemachine om kolderbrieven naar vrienden te typen. Nooit zullen wij onze bovenverdiepingen kunnen verwarmen. We hebben pas een badkamer ook onverwarmd als ik 16 ben. Tot dan wassen we ons in een pastic tobbe, vlak voor de kolenkachel.

Het zal duren tot ik bijna een universitair diploma heb vooraleer ik mij goed aangekleed voel in iets anders dan een kapotte jeans en een over-sized te vaak gewassen T-shirt.

Ja, ja, ik ben dan toch een sell-out geworden. Ik zit liever in een duur restaurant dan in een bruin café. O, de schaamte om dat te bekennen. Maar tot voor mijn studentenjaren, zit ik volop in de klassenstrijd en spuug ik op alles wat bediende is of veel geld heeft. Alle macht aan de arbeiders. De revolutie begint met kleinigheden. Op school sta ik er op om mijn arbeidersdialect te spreken. Stagiairs sla ik uit hun lood met grove uitspraken die volgens de boze directrice 'erger zijn dan cafépraat'.

Tegenover schoolkameraadjes overdrijf ik de armoede. Ok, onze auto is een rammelkar, we maken nooit verre reizen en we kopen geen dure kleren, maar ik heb genoeg Playmobil om een kloeke maquette te maken van de slag bij Waterloo en we eten elke dag koninklijk.

Tegenover speelkameraadjes benadruk ik vooral dat er in de winter vriesbloemen op onze ramen staan. Als ik veel later lees dat er zoiets bestaat als een theatrale persoonlijkheid, heb ik een groot aha-moment. Rond mijn elfde ben ik vet. Veel eten en geen sport. In mijn vrije tijd verslind ik strips. Ook stripverhalen hebben we bij de vleet. We kopen er een twintigtal per week. Vijf tantes en twee grootmoeders sponsoren deze verzamelwoede.

Arme mensen geven graag. Helaas associeer ik strips lezen op een soort Pavloviaanse wijze met eten. Per stripverhaal eet ik een zak chips of een snoepreep.

Mijn vader moedigt dit aan. Hij wil van mij een bodybuilder maken. Helaas heb ik alleen de calorie-inname van een bodybuilder. Trainen doe ik pas vanaf mijn zestiende. En dan nog altijd op amateuristische wijze thuis. You are your own gym is een prachtig boek. Ik ben te bang van macho's om mij alleen in een fitnesszaak te tonen. En op mijn zestiende is mijn vader al te uitgeblust om mee te gaan. Alleszins, ik houd zo'n trauma over aan mijn periode van obesitas dat duursport vanaf mijn zestiende een imperatief wordt.

Tot jij dood bent. De eerste macho die mij trouwens letterlijk de daver op het lijf jaagt, ben jijzelf. Tot mijn zesde levensjaar durf ik nog ruzie met je zoeken. Als ik echter zichtbaar een verwijfd pafferig gezicht, mannentieten!!

Als je na de late ploeg thuis komt en mij uit bed wil halen om samen naar de BBC te kijken, doe ik alsof ik slaap, ook al dat doet dat vreselijk veel zeer om jou zo te negeren. Ik zak door de grond als je mij aanraakt, durf geen woord meer tegen je te zeggen en zal altijd stotteren als je mij iets vraagt, nochtans ben ik geen stotteraar. Ik kan in jouw tegenwoordigheid ook onmogelijk grappig zijn. Dat terwijl ik op school te boek sta als de klasclown en een leerling die apart moet zitten, omdat hij anders zijn mond niet kan houden.

Bijna het enige wat jij en ik samen doen: Jij op zoek naar oude vinylplaten die je enkel koopt als ze minder dan 3 euro kosten, ik op zoek naar stripverhalen, en later naar Engelstalige romans.

Mijn Engels is al op jonge leeftijd absurd goed, alleen in de buurt van jou krijg ik er geen woord Engels uit. Verder plukken we ook samen sperziebonen.

Een groot stuk van onze tuin staat er vol mee. Op zo'n onstuimige wijze aangelegd dat we eerder een groentejungle dan een typisch Vlaams gemillimeterde moestuin hebben. De buren staan er vol verwondering naar te staren. Bang dat er Vietcong opduikt van tussen dat groene gevaarte. Je bent te zwaar belast door het fabrieksleven om dingen netjes en tijdrovend conventioneel te doen. En ik ben te onhandig. De sperziebonen maken we samen schoon, buiten op het terras, terwijl van binnen de klanken van punk en bluesrock komen aanwaaien.

Ik durf nooit een woord te zeggen en voel me geen persoon, maar een mislukte kopie, een gehandicapte afsplitsing van jou, mijn grotere, sterkere, mondigere, knappere, zelfverzekerdere vader. Ik ben te jong om door al je bombastische gedragingen heen te kijken. Al geloof ik tot de dag van vandaag, jaren na je eigenhandige euthanasie, dat je ego werkelijk een betonnen bunker moet zijn geweest.

Zo eentje van die Flak-torens die bij de slag om Berlijn, eind , die nog steeds wijde gaten sloegen in de oprukkende Aziatische Russenhorde. Ja, mijn passie voor geschiedenis heb ik van jou geërfd.

Als kind raakten vooral ongelijke gevechten mij. Als ik met plastic soldaatjes wereldoorlog II uitbeeldde, had ik nooit genoeg jappen en moffen. Underdogs die zich fanatiek dood vechten tegen een overweldigende vijand. Als je opgroeit als underdog raak je snel verknocht aan alle andere underdogs, zonder toen veel aandacht te schenken aan ideologie. Het gevoel van onderdrukking beheerste ons.

Als een bitterzoete koorts die ons vervulde met koppigheid, drang om te weten en een bovengemiddeld grote pijngrens, om ons toch op iets te beroemen.

En ik moet zeggen: De overweldigende vijand waren het fabriek en de maatschappij die mijn diplomaloze, doch bijzonder intelligente vader, die de kwaliteitskranten verslond en elke dag zijn ziel leegtypte, geen enkele kans gaven. Pas veel, véél later durfde ik afstand doen van die visie en je en gebrek aan optimisme verwijten. Pas toen zag ik hoeveel faalangst er in jou zat. Je angstquotient hield je intelligentiequotient mooi in evenwicht, zodat je nooit iets ondernam dat enige kans van slagen had om je situatie te verbeteren.

Ik durfde pas laat bekennen dat ik heilig en domkoppig geloof in de self-made man uit de American dreams. Er is trouwens nog iets dat jij en ik samen deden: Als onze kastelen dan onvermijdelijk afbrokkelden in zee, werd ik zo triestig als toen ik de kruisweg van Jezus zag op het einde van de kaskraker 'Ben Huhr'.

De onvermijdelijkheid van lijden zat er al vroeg diep in. Nog steeds geloof ik dat ik altijd al in de rouw was, omdat jij jezelf had afgeschreven en ik moest leven in jouw plaats.

En alle dingen moest proeven, die jij niet of te weinig had geproefd. Dat geeft mij het gevoel alsof ik altijd te snel heb geleefd en van het ene extreem in het andere ben gedoken. Om maar te bewijzen: Dat heeft hij alleen aan jou te danken! Blijf toch bij ons, dat universitair diploma is ook van jou. Toen je het dan eindelijk deed, was mijn vergoddelijking van jou helemaal af. Je had geleden voor mij, om mij, pas afgestudeerd aan de universiteit, een beter leven te geven. Godver, wat heb je dat goed gedaan, dat meen ik serieus.

Als je ooit verrijst, moet je echt wel met meer vrolijkheid opstaan, ik kan de wolk uitzichtloosheid echt niet nóg eens aan. Al kan ik de zwarte humor die er het gevolg van was dan nog zo goed smaken. Pa, wees optimistisch of wees niet.

Dus dan maar niet, hoor ik in de verte. Nog vijftig pagina's van de 53, ééntje voor elk levensjaar. Kerel, nu moeten we het echt over jou hebben en niet meer over mij.

Over mezelf lullen kan altijd nog. Maar als ik jou geen biografie schrijf, dan doet niemand het meer. Een biografie voor iemand die volgens de normale geschiedschrijving nooit een biografie of zelfs geen voetnoot zal krijgen, maar er toch een verdient, als ode aan de levenskracht in jou, die het dan misschien nooit tot het podium van de wereldgebeurtenissen heeft geschopt, maar godverdomme toch opmerkelijk was, ook zonder de camera's van het avondnieuws. Nog elke ochtend draait één keer Nevermind of Bleach of In utero of With the lights out, vooral cd 3 van With the lights out, als 'k echt met loden voeten uit bed kom.

Er zit dan ook weinig dood in uw muziek. Alsof ge gevild door 't leven gaat en elke indruk gruwelijk intens op u inbeukt in een wereld van self-delusional phonies. I wanna be alone. People who have seen it all and let you know it.

Bijtende aanval op zelfvoldaanheid. Roemeense en Spaanse uitzendkrachten die ze uitpersen onder het alziend oog van een extreemrechtse bewakingsgroep, HESS. Benauwend om vast te stellen dat ik daar met enkele muisklikken aan heb meegewerkt.

Gelukkig regende het verontwaardige reacties van Duitse klanten. Ik mag mij dan misschien aan een prijsstijging verwachten, maar er zullen hopelijk enkel bomen en geen mensen sneuvelen om mij mijn favoriete boeken aan huis te leveren. Misschien in mijn steenkolenduits ook een s een klacht sturen naar hun klantendienst. Om mijn Duits met haar op te begrijpen, zullen ze wel geen ne onazi's nodig hebben. Sociaal engagement geen cent meer dan de staat oplegt.

Geen tijd voor een vriendin. Een held van onze tijd. Het westen sterft uit. Niet voortgeplant door maximale lustbeleving, heerlijk alleen. Het kan mij niet verdommen.

Ik ben pro collectieve voortplantingsstop. Maar een bewuste voortplantingsstop had ik spiritueler gevonden dan zo'n toevallige.

Omdat de knoppen van gamepads lekkerder zouden zijn dan de lustknoppen van het andere geslacht. Een miljonair gaat aan de schrijf over vrouwen. Hij is net gescheiden en zet het allemaal eens op een rijtje, hoe dat zo gaat, een man en de vrouwen in zijn leven. Stilistisch komt Vrouwen van de korte-zinnen-school. Korte zinnen voor een kort, maar krachtig effect. Als de geladenheid, de intensiteit van het vertelde ook nog goed zitten. Er zijn intensere boeken dan Vrouwen , maar met de taal is op zich niets mis.

De zinnen lopen, de beschrijvingen haperen niet en zijn niet bij het haar getrokken. Fons Burger doet ook niet krampachtig zijn best om literair te 'scoren'. Misschien heeft hij zich zelfs onbewust een beetje ingehouden om niet alle stijlregisters open te trekken. De stijl is ok. Wel is het boek nogal op zoek naar een verhaal. Van enige spanningsboog is geen sprake. Wie uitsluitend spannende boeken leest, zal zich niet kunnen vinden in dit boek.

Wie zich wil laten opgeilen met soft-porno ook al niet. Wie op een beeldende, dromerige manier iets wil leren over de mannelijke psychologie heeft er meer aan. Trouwens opvallend hoe dit soort boeken voornamelijk door vrouwen worden gelezen. Geen flauwe chicklit, maar een boek dat een eeuwig thema eens iets nieuws wil bijbrengen. Of toch andere invalshoeken. Het boek heeft twee verhaallijnen. Een coming-of-age-verhaal van de hoofdpersoon als puber. Doet zeer vaag denken aan ' Eros en de eenzame man' van Boon, maar de hoofdpersoon staat steviger in zijn schoenen en is niet zo hulpeloos.

En dan als tweede verhaallijn is er the coming of a midlife-crisis in een later stadium, Deze twee verhaallijnen worden steeds afgewisseld met korte fragmenten. Dat vertraagt het verhaal nogal en is een beetje vervelend. Ik kreeg het boek niet in één ruk uit. Al went het wel. Dat de oudere hoofdpersoon een miljonair is, lijkt nogal sterk op een excuus om de handen vrij te hebben om van vrouw naar vrouw te springen, zonder verhaal, zonder inzet voor de hoofdpersoon.

Meeleven met de miljonair valt moeilijk. Met de jongere hoofdpersoon, die veel meer voor een uitdaging staat -een totaal nieuw element een plaats geven in zijn leven: De fragmenten met de eerste seksuele belevenissen van de hoofdpersoon zijn intenser, beeldrijker en verruimen de kijk van de lezer op wat seksualiteit is. Mooi is bijvoorbeeld hoe de jongen stopt met overmatig masturberen van zodra hij verliefd is. Zeer realistisch is ook dat de jongen bij het masturberen zich vanalles kan voorstellen, maar net niet het meisje waar hij op dat moment verliefd op is.

Fons Burger snapt de mannelijke psychologie zeer goed. De theorie dat een man vijf vrouwen nodig heeft, is niet baanbrekend, maar plausibel en herkenbaar. Het boek heeft voetnoten, maar dat aanhangsel lijkt toch meer op franje, dan een noodzaak. Het boek had even goed kunnen werken zonder voetnoten. De voetnoten dienen hoogstens als korte samenvatting van enkele concepten, die op zich geen baanbrekend stof doen opwaaien. Voornamelijk schrijven over seks, is als een soep koken met peper als hoofdingredient.

Is peper lekker in soep? Maar alleen maar peper, is niet te vreten. Porno schrijven, vervalt al snel in iets als het beschrijven van de toonbank van een beenhouwer. De beste seksscènes vind je in een boek dat niet in de eerste plaats over seks gaat. Vrouwen is geen porno, maar schenkt veel aandacht aan seks. Opwindende seksscènes zijn opwindend binnen de context van een goed verhaal. Dat goed verhaal ontbreekt hier, dus de seksscènes zijn niet opwindend.

Maar was dat de bedoeling van Fons Burger? De bedoeling lijkt mij eerder om clichés te doorbreken. De hoofdpersoon is geen karikatuur van een macho. Hij valt niet op grote borsten, voelt zich niet geraakt in zijn mannelijkheid als een vrouw hem in zijn kont vingert.

Spijtig is dat de hoofdpersoon blijkbaar over een grote lul moest beschikken. Als het dan clichédoorbrekend moet zijn, had een hoofdpersoon met een micropenis een heel ander verhaal kunnen opleveren. En de erotiek ware opwindender geweest binnen de context van een echt verhaal, maar dat zei ik al. De hoofdpersoon is miljonair, lijkt van het leven al niets meer te verlangen en heeft koppig besloten om een boek te schrijven. Fons Burger lijkt hetzelfde te hebben gedaan: Over een onderwerp dat hem nauw aan het hart ligt: Maar het is geen verhaal dat hij echt kwijt moest, hij moest een boek kwijt en hij schreef er een.

Het resultaat is een boek dat bij momenten, zeker niet altijd, een beetje een ziel mist, wat vooral duidelijk wordt in de dialogen. Het boek krijgt je als lezer voornamelijk mee, doordat je wel voelt dat de auteur een sympathieke, ruimdenkende kerel is door fragmenten die wel een intense stem hebben.

En sja, lezen over vrouwen en seks is als pizza eten, zelfs middelmatige pizza gaat er vlot in. De fragmenten met de 'jonge' hoofdpersoon zijn met veel meer liefde geschreven dan de andere stukken. Het ware interessant te weten wat de auteur daar zelf over vindt. Fons Burger kan duidelijk stukken beter. Als hij zich concentreert op een echt doorleefd verhaal, zoals in het 'jonge' gedeelte en niet zozeer op een tastbaar eindresultaat: Mannelijke schrijvers hebben die orgasmedrang en er is niet altijd passie nodig of geduld voorradig om tot dat orgasme te komen, net zoals een boek ook sneller af raakt met boekdrang en doorzettingsvermogen, dan met echte passie en vertelgenot.

Fons Burger heeft zeker en vast een grote passie voor vrouwen, maar in dit boek blijkt dat maar gedeeltelijk. Mijn eigen 'Vrouwenalfabet' zie http: It takes one to know one. Vrouwen was trouwens de titel van mijn tweede poging tot een manuscript, 9 jaar geleden. Een verdomd goeie titel voor een half manuscript dat qua inhoud goed leek op Vrouwen van Fons Burger, maar door gebrek aan ervaring, zowel als schrijver als op vlak van vrouwen, bleef steken in beschrijvingen.

Het boek zal alleszins een bijzondere plaats krijgen in mijn boekenkast en ik hoop Fons ooit eens te ontmoeten. Wie iets interessant wil lezen over mannelijke seksualiteit, kan het boek hier bestellen: Mijn eerste poging tot een manuscript heette overigens Verkrijt mij , waar uiteindelijk alleen de stripfiguur Verkrijt: Een stripreeks over het onderwijs, die op zijn best is als ze daait om In het Nederlands klinkt de titel nog idioter dan in het Duits: Ik lees nooit zelfhulpboeken in het Nederlands, ik lees die altijd in een andere taal.

Zo leer ik sowieso iets bij, ook als het een slecht boek is dat mij inhoudelijk niets bijbrengt. Dit boek van Jonathan Alpert is ok. Niet geweldig, maar best ok. Alpert maakte naam als therapeut van de grootverdieners van Wallstreet.

Ik zag hem voor het eerst in een ijzersterke documentaire over de bankencrisis:

..

Huisvrouwen prive sexcontact advertenties

Als Floris na zijn terugkeer te weten komt dat zijn geliefde Blancefloer gestorven is, wil hij zelfmoord plegen, zo groot is zijn verdriet.

Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen en de jongen gaat op zoek naar zijn geliefde. Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden.

Floris komt te weten dat zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir is. De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt zwaar bewaakt, maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de torenwachter: Floris nodigt de torenwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal met opzet verliest, zodat hij de man heel wat geld moet betalen. Floris wint wel het laatste spel.

Als wederdienst belooft de torenwachter hem eeuwige trouw en van die belofte maakt Floris meteen listig gebruik. De wachter smokkelt Floris naar binnen in de toren in een mand met bloemen. De twee geliefden worden herenigd, maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen aan het zwaard rijgen.

Tijdens de openbare rechtszitting die hierop volgt raken alle aanwezigen zo ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer dat de emir het jonge paar uiteindelijk vergeeft. Ze trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders ondertussen overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen tot vrome christenmensen.

Blancefloer schenkt hem een dochter met een misvormde voet. We bevinden ons in de middeleeuwen, die enigszins onterecht bekend staan als donkere tijden. Technologisch is er veel vooruitgang geboekt, maar kunst en literatuur blijven gereserveerd voor de elite. De grootste invloed op onze seksuele zeden komt van het christendom. Het joods-christelijke geloof is vanaf de 4de eeuw de officiële staatsgodsdienst van de Romeinen geworden en wint gestaag aan populariteit.

Het joods-christelijke wereldbeeld introduceert drie nieuwe concepten in de seksualiteit. Ten eerste is er het idee dat het huwelijk exclusief en onlosmakelijk is, waardoor mannen het recht verliezen willekeurig van hun echtgenote te scheiden. Ten tweede is er het begrip van de erfzonde, het gevolg van de zondeval. In het Bijbelboek Genesis zijn Adam en Eva de eerste mensen in de paradijselijke tuin van Eden, maar God heeft hun verboden van de appels van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten.

Op aanraden van een slang — symbool voor Satan — eten zij toch van die verboden vrucht. Hierdoor verwerven ze kennis van goed en kwaad en ze worden uit het paradijs verjaagd. Aangezien Eva als eerste voor de verleidelijke woorden van de slang gevallen is, krijgt zij er de schuld van dat de gehele mensheid voortaan sterfelijk is en behept met een zondige natuur. Een direct gevolg is dat de twee paradijsbewoners zich plots schamen voor hun naaktheid die ze met een vijgenblad proberen te bedekken.

Ten derde ontstaat de notie van maagdelijkheid als een moreel ideaal, waardoor echtelijke seksualiteit als een soort toegeving wordt gezien aan de inherente vleselijke zwakte van de mens die — helaas — noodzakelijk is voor de voortplanting.

Dat heeft ook zijn voordelen. De zo lang mogelijk volgehouden maagdelijkheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk zorgen op zich voor een stabielere samenleving, met kinderen die weten waar ze vandaan komen en generaties van families die aan langetermijnprojecten kunnen werken. En dus bevalt Maria als maagd van Jezus, is het vlees zwak en dient het gekastijd te worden, en geldt het celibaat als hoogste ideaal. Die demonisering van de seksualiteit kan tegelijkertijd als de specifieke verdienste van het christendom beschouwd worden.

Ze geeft aan de seksualiteit het aura van de verboden vrucht, en gewone seks wordt exquise erotiek. Wees gerust, er valt in de middeleeuwen op erotisch vlak toch een en ander te beleven, al moet men dan wel het vel van de officiële geschiedschrijving wegschrapen. De middeleeuwse kunsten staan volledig in het teken van de nieuwe christelijke moraal, schilders werken in opdracht van de Kerk. Het schrift staat gelijk aan dé Schrift. En die wordt zorgvuldig doorgegeven dankzij het geduld en het vakmanschap van geletterde geestelijke kopiisten, monniken die in het klooster manuscripten — letterlijk: Het kopiëren van een boek kan jaren in beslag nemen.

Om meerdere kopiën tegelijk te maken, leest iemand het origineel voor aan een zaal van kopiisten die de letters met in inkt gedoopte veren in het papier krassen. Hoewel ze zelf geen geestelijken zijn, behoren zowel de Toscaan Giovanni Boccaccio als de Londenaar Geoffrey Chaucer ca.

Geboren in koopmansfamilies, gaan ze studeren en worden bureaucraten, maar hun grote passie is schrijven en dichten. Boccaccio voltooit in de Decamerone en Chaucer werkt in de laatste jaren van zijn leven onverdroten aan The Canterbury Tales, twee als een raamvertelling opgevatte verzamelingen van verhalen die tot het kruim van de westerse literatuur gerekend worden.

In feite zijn de Decamerone en The Canterbury Tales op dezelfde leest geschoeid als het Arabische Duizend-en-een-nacht. Verder moeten we opmerken dat de erotiek in deze twee collecties van verhalen een aanhoudende ondertoon is, als een lichte jeuk op de huid bij het te lang in het koren stoeien in de zomer, een ondertoon echter die nooit helemaal de oppervlakte bereikt, zoals dat wel het geval was bij de Grieken en Romeinen.

Il Decamerone is een raamvertelling van de 14de-eeuwse Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio. De bundeling bevat honderd verhalen die tien gasten op een landgoed buiten Florence elkaar tijdens de Zwarte Dood van vertellen. De gasten zijn zeven jonge vrouwen en drie jonge mannen. Het kaderverhaal puilt uit van de symbolische en allegorische verwijzingen.

De zeven jonge vrouwen vertegenwoordigen de vier kardinale deugden — voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid en standvastigheid — en de drie religieuze deugden — geloof, hoop en liefde. De mannen zouden staan voor de Griekse driedeling van de menselijke ziel: Elke dag is een van de tien personen de leider van het gezelschap en bepaalt daarmee ook het onderwerp van de verhalen van die dag. De thema's lopen uiteen van 'verhalen over tegenslag die toch een goede afloop hebben' tot 'verhalen over hoe vrouwen hun man weten te bedriegen'.

Elke verteldag begint met een korte inleiding op het thema en eindigt met een afsluiting. De thema's zijn veelal ontleend aan oudere Italiaanse, Franse en Latijnse bronnen. In de loop van de geschiedenis botst het werk op de nodige tegenstand. Zo wordt het in door de boeteprediker Girolamo Savonarola verbrand omdat het onzedelijk zou zijn. Ook de Kerk is niet altijd blij met het boek, niet alleen vanwege de seksuele vrijmoedigheid, maar vooral om de manier waarop de geestelijken worden geportretteerd.

Het boek krijgt daardoor bewerkte en gekuiste versies. Tot in de 20ste eeuw zal de Decamerone met dit soort tegenstand te kampen hebben, wat flink bijdraagt tot de populariteit van het werk.

Een verhaal dat de gekuiste versie van de Decamerone niet haalt, is het opmerkelijk vrijmoedige Alibech en Rusticus [beeld]. Alibech is een vrouwelijke aspirant-kluizenaar die in de leer gaat bij Rusticus, een oudere ervaren asceet. Vrijwel onmiddellijk nadat Alibech bij hem in de leer komt, legt Rusticus haar uit wat ze moet doen. Hij kleedt zich uit, zij doet hem na en spoedig staan ze poedelnaakt oog in oog. Je zal er God mee dienen.

Omdat het de eerste keer is, doet het in het begin een beetje pijn, maar de jonge deerne krijgt al gauw de smaak pakken en moet wel zes keer de poort naar haar hellegat openen om de duivel zijn hoofd te laten hangen.

Geen gebrek aan erotiek in deze laat-middeleeuwse Decamerone dus. Het fundament van dit soort literatuur is natuurlijk het cliché, de personages zijn eendimensionaal en de psychologie is die van een kind.

Zo is Alibech een schoolvoorbeeld van de ingénue, het onbedorven naïeve meisje. Deze bijna infantiele psychologie en dit kinderlijke magisch denken beheersen de middeleeuwen op alle vlak.

De psychologische karakterschetsen staan in de westerse literatuur nog volledig in hun kinderschoenen. Maar het uitbeelden van alle denkbare menselijke hartstochten, gebreken en dwaasheden zijn nieuw en kondigen de renaissance aan.

Men noemt de Decamerone dan ook wel eens de menselijke komedie die men plaatst tegenover de La divina commedia, de goddelijke komedie van Dante Alighieri. Dat sommige passages moeilijk verteerbaar zijn voor de censor, kunnen we afleiden uit het feit dat John Payne, de 19de-eeuwse vertaler die zich als een van de eersten aan een vertaling van dit verhaal waagt, de seksuele ontwaking van Alibech onvertaald laat. Hij excuseert zich met deze woorden: Zij vonden het daarom noodzakelijk verschillende fragmenten in het origineel Italiaans in te voegen.

We vinden in de Decamerone dezelfde vrouwonvriendelijke teneur die zo nadrukkelijk aanwezig was bij de Grieken. In tegenstelling tot vandaag wordt de vrouw in de middeleeuwen als losbandiger beschouwd dan de man. Vandaag wordt van mannen gezegd dat ze hun pik achterna lopen, maar in de middeleeuwen is de vrouw het zwakke geslacht, zwak vanwege hun onvermogen om te weerstaan aan de wereldse verlokkingen.

De Decamerone staat dus bol van de schampere opmerkingen over vrouwen. Bovendien is er een nawoord waarin dames uitdrukkelijk wordt aangeraden geen verhalen te lezen die hun zouden kunnen mishagen. En toch is de Decamerone vooral tot de vrouw gericht.

Niet weinig passages beginnen met de aanspreking: The Canterbury Tales is een bundeling verhalen die in de 14de eeuw worden geboekstaafd door Geoffrey Chaucer. Ze worden gekaderd binnen een raamvertelling waarin een groep pelgrims samen op reis gaat en waarbij elke pelgrim onderweg, om de tijd te doden en ter lering en vermaak, vier verhalen vertelt.

De thema's lopen sterk uiteen en behandelen zaken als liefde, verraad, gierigheid en overspel. De groep vertellers, die tot in detail beschreven wordt, bestaat uit personen uit alle lagen van de bevolking: Net zoals in de Decamerone proberen de vertellers met hun reis te ontkomen aan de Zwarte Dood.

Net zoals de Decamerone eindigen The Canterbury Tales met een verontschuldiging jegens de vrouwelijke lezers. Bovendien heeft een vierde van de verhalen in The Canterbury Tales een analoog verhaal in de veertig jaar eerder gepubliceerde Decamerone. De notie van copyright bestond in die tijd duidelijk nog niet. Verhalen behoorden iedereen toe en ze reisden via de Zijderoute praktisch de hele wereld rond.

Een dronken molenaar vertelt een overspelverhaal over de jonge molenaarsleerling Nicholas, die de jonge vrouw Alison van zijn oude baas John in zijn bed wil lokken. Om daarin te lukken moeten de twee John eerst het huis uit krijgen. Ze maken hem wijs dat er een zondvloed op komst is.

De ouwe besluit om in een ton te overnachten die aan het dak van de molen hangt. Nu kunnen de twee ongestoord hun lusten botvieren. Absolon, een man uit het dorp, zit echter ook achter Alison aan, en hij heeft gehoord dat John niet in de buurt is. Hij knielt bij het raam van Alison en vraagt om een zoen, waarna Alison in het donker haar achterwerk naar buiten steekt en het door Absolon laat kussen.

Kwaad om deze vernedering keert hij terug met een gloeiend ijzer uit een smidse en vraagt weer om een zoen. Deze keer steekt Nicholas zijn achterste naar buiten, waarna Absolon het hete ijzer tussen diens billen steekt. Nicholas schreeuwt luidkeels om water, waardoor John wakker wordt. Die denkt dat de zondvloed eraan komt, snijdt de touwen door en valt naar beneden. Het dorp loopt uit en vindt John gewond op de grond. Hij legt uit wat er gebeurd is en wordt de risee van het dorp.

Alweer een verhaal van een oude man met een hitsige en listige echtgenote. In het verhaal van de niet nader genoemde vrouw van Bath toont Chaucer zich op zijn vrouwvriendelijkst en wijst hij de mannen de weg.

De vertelster kent de mannelijke soort door en door. Ze is al vijfmaal getrouwd, toch wel erg ongebruikelijk in die tijd. Ook op deze reis is ze eigenlijk op zoek naar haar zesde man, die waarschijnlijk de meereizende klerk zal worden. Het verhaal begint met een ridder die een vrouw verkracht. Het antwoord op deze vraag is moeilijk te achterhalen en ten einde raad vraagt hij een heks om hulp.

Deze wil het antwoord wel geven, maar voor wat hoort wat. Het antwoord blijkt te zijn dat vrouwen de baas over hun man willen zijn. Als wederdienst voor deze kostbare informatie eist de heks dat hij met haar trouwt en hij stemt toe. In het huwelijksbed stelt ze hem voor de keus: De ridder laat haar — zijn pas geleerde les indachtig — zelf kiezen en zij, blij met de macht over haar man, besluit mooi én trouw te zijn. En ze leven nog lang en gelukkig. De klerk, op wie de vrouw van Bath een oogje heeft laten vallen, vertelt ons een verhaal dat opmerkelijk is door zijn verpletterende geestelijke wreedheid jegens de vrouw.

Zijn verhaal gaat over Walter, de markies van Saluzzo, een vrijgezel die door zijn onderdanen verzocht wordt te trouwen om voor een erfgenaam te zorgen.

Hij besluit een boerendochter te huwen, Griselda, een arm meisje, gewend aan een hard leven van pijn en labeur. Nadat Griselda hem een dochter geschonken heeft, besluit Walter om haar huwelijkstrouw te testen. Hij beveelt een officier haar baby weg te nemen, het kind zogezegd te vermoorden maar het in werkelijkheid stiekem elders onder te brengen.

Griselda ondergaat dit alles zonder tegenstand. Als zij haar man enkele jaren later nog een zoon baart, herhaalt Walter zijn wrede ritueel. Na vele jaren, die Griselda in eenzaamheid zonder haar kinderen heeft moeten doorbrengen, bedenkt Walter de ultieme test. Hij vervalst een pauselijke bul die hun huwelijk nietig verklaart en hem in staat stelt zijn vrouw te verlaten.

Hij laat Griselda weten dat hij zal hertrouwen en eist van haar dat zij het huwelijk met zijn nieuwe bruid zal voorbereiden. Zij stemt weer toe. In het geheim laat hij haar kinderen terugbrengen en stelt hij zijn eigen dochter voor als nieuwe bruid. Pas dan, na vele gruwelijke jaren en al evenveel gruwelijke beproevingen, licht hij Griselda in over de maskerade, en weer leven ze nog lang en gelukkig.

We hebben zelden zoveel misogynie in één tekst aangetroffen. Een vrouw haar kinderen afnemen, die zogezegd doden, van haar scheiden, haar vragen het nieuwe huwelijk voor te bereiden: Men mag aannemen dat Boccaccio en Chaucer zelf verstokte lezers waren en voortdurend op zoek naar verhalen om hun bundels te stofferen.

Ze beschikken natuurlijk over een haast niet te stelpen bron, want de middeleeuwse verhalencultuur is ontzettend rijk aan wat we toen in de Lage Landen met de term boerdes aanduidden — de etymologische link met boertig kan niet toevallig zijn.

Al wat schunnig, schalks en kluchtig was, komt er aan bod. Het is de filosofie van de minstrelen, troubadours en de jongleurs die in het middeleeuwse Europa rondtrekken en onder het mom de hoofse liefde te bezingen, proberen de vrouw van een ridder te versieren. Al die schunnigheid, schalksheid en kluchtigheid wordt later door de geschiedschrijving grotendeels genegeerd, zoals wel vaker gebeurt als geschiedschrijvers iets niet bevalt. Geschiedenisboeken bevatten wat we graag willen onthouden, niet wat we willen vergeten.

Als het de overwinnaar is die de geschiedenis schrijft, doet hij dat zonder vranke tong. De chroniqueur van dienst is blijkbaar altijd preutser dan zijn corpus. Het scabreuze in de middeleeuwse literatuur wordt dus al te vaak en al te gretig toegedekt. Met de mantel der liefde, de hoofse liefde. Maar wees er zeker van: Was de middeleeuwse liefde verfijnd en hoofs of plat en obsceen?

Johan Huizinga, auteur van het gezaghebbende Herfsttij der Middeleeuwen stelt het zo:. Naturalistische, plat erotische vertellingen over zeer lange penissen, sprekende kutten, ringen als kuisheidsgordels, kinderen van sneeuw en een snode verleider die aan de slag gaat met een wieltje. De fabliaux die in het 13de- en 14de-eeuwse Frankrijk worden verteld door rondtrekkende troubadours, zijn korte, meestal gewaagde humoristische vertellingen. Ze leunen dicht aan bij de vuile mop aan de ene kant en primitieve levenswijsheden aan de andere.

Favoriete onderwerpen zijn bedrogen echtgenoten, hebberige geestelijken en domme boeren. Die onderwerpen worden aangepast aan het publiek.

Humor dient tot op de dag van vandaag om onbespreekbare onderwerpen als seksualiteit bespreekbaar te maken, het is de saus waarmee zoiets ongemakkelijks verteerbaar gemaakt wordt voor een breed publiek. Deze twee componenten, de oneerbiedige spot en het sociale glijmiddel, vormen de raison d'être van de fabliaux. De fabliaux zijn de literaire oersoep van de middeleeuwen, door Boccaccio en Chaucer opgedist, gekruid, en op smaak gebracht.

Hun werken zijn, hoewel vaak tot de renaissance gerekend, door en door middeleeuws. Met verhalen en afbeeldingen van grote en stijve penissen kan men een heel boek vullen. Elke man wenst zo een wapen, menige vrouw wil het voelen. De geestelijke met grijpgrage handen geraakt er in het verhaal De ring die erecties regeerde niet van verlost.

Al meteen in de eerste regels van dit korte vertellende gedicht maken we kennis met de verteller en met het gedurfde onderwerp:.

De eigenaar van een betoverde ring wast zijn handen aan een rivier en vergeet er zijn kostbare ring. Wanneer een bisschop deze ring vindt en hem aan zijn vinger schuift, begint zijn penis te zwellen. Hij vertrekt te paard maar zijn penis blijft zwellen tot hij over de grond sleept.

Ten einde raad zendt hij een boodschapper uit om. Dat komt de eigenaar van de ring ter ore. Hij biedt de bisschop hulp aan in ruil voor de twee ringen die hij draagt en nog pond erbovenop. De bisschop stemt hiermee in en wanneer hij de magische ring van zijn vinger verwijdert, verdwijnt zijn erectie ogenblikkelijk.

Beide heerschappen zijn tevreden, de ene omdat hij zijn tijdelijke viriliteit kwijt is, de andere omdat hij de eeuwige heeft herwonnen. Stel u voor dat uw genitaliën plots kunnen praten. Wat zouden ze allemaal zeggen? Zouden ze de waarheid spreken en onze echte mond durven tegen te spreken? Zou elke opening onze intiemste geheimen verklappen en ons verrassen met details waarvan we ons niet eens bewust zijn?

Dit gegeven houdt de middeleeuwse mens bezig, de verhaallijn is wijd verbreid, men kan het thema terugvinden in niet minder dan zeven manuscripten over heel Europa. Het zal een tijdloze, en naar ons gevoelen te zelden gebruikte verhaallijn worden die verder in dit boek nog aan bod komt. De eerste verschijning van het thema treffen we aan in de middeleeuwse fabliau Le chevalier qui fist parler les cons et les culs.

Het verhaal wordt verteld door een zekere Garin, meer weten we niet over de man. Het gaat over een ridder die. De ridder in kwestie is een vechtersbaas en samen met zijn schildknaap verdient hij de kost door toernooien af te schuimen.

Hij is onbemiddeld, levenslustig en liever lui dan moe. Op weg naar een volgend toernooi treft hij drie naakte dames bij de rand van een fontein. De dames werden beroofd van hun kleren en onze ridder helpt hen ze terug te krijgen. Daarop bekennen ze dat ze eigenlijk feeën zijn en stellen voor hem elk met een speciale gave te belonen. De eerste belooft hem dat hij in de toekomst overal met open armen ontvangen zal worden en dat het hem nergens aan zal ontbreken. Hij neemt aan dat de feeën hem in de maling nemen en begint er zelfs van te blozen, maar als hij, bij wijze van test, de kut van een paard aanspreekt, antwoordt die prompt, zonder een blad voor de mond te nemen.

Want geslachtsdelen hebben niet de gewoonte te liegen, zoals genoegzaam bekend is. Het tweetal komt aan in een kasteel, waar ze onderdak zoeken. Onze ridder wordt inderdaad met een grote gastvrijheid bedacht door de vrouw des huizes, zoals de eerste fee hem had aangekondigd.

Als de meid in bed ligt en hij heeft kunnen proeven van haar heerlijkheden, spreekt hij tot haar kut en vraagt: De meid schrikt zo van haar eigen sprekende kut, dat ze in doodsangst uit het bed springt en het vreselijke nieuws aan haar meesteres gaat vertellen. Die gelooft het verhaal niet en de volgende dag nodigt ze de ridder uit op een diner en verklapt het hoogst eigenaardige voorval aan de disgenoten. Ze daagt hem uit zijn magische kunsten op haar uit te proberen.

Er wordt voor een klein fortuin gewed, maar vooraleer de test kan doorgaan, verzoekt de dame zich eerst even op haar kamer te mogen terugtrekken. Daar stopt ze haar kut propvol met katoen. Terug beneden vraagt de ridder: Hij wacht lang, maar weer blijft de kut het antwoord schuldig. Dan herinnert hij zich het geschenk van de derde fee en hij richt zich tot haar aars: Ze zou wel spreken als ze niet verstopt was. De ridder wint de weddenschap en is vanaf die dag een bemiddeld man.

Het verhaal van de ring van Carvel is al heel oud, maar werd voor het eerst aan het papier toevertrouwd in keurig Latijn door de 14de-eeuwse Florentijnse humanist Poggio Bracciolini — , een pauselijk secretaris. Hij behoort tot de nieuwe kaste van geletterde kopiisten waar ook Boccaccio en Chaucer deel van uitmaken, maar wat Poggio bijzonder maakt, is zijn voorliefde voor humor en het groteske. In zijn hoedanigheid als pauselijk secretaris reist hij heel Europa door en maakt van de gelegenheid gebruik zijn bibliofiele honger te stillen.

Hij verzamelt de humoristische en onbetamelijke manuscripten die hij vindt onder de naam Facetiae, een bundel die voor het eerst in het licht ziet. De geschiedenis van Hans Carvel is het ste verhaal in deze bloemlezing. De versie van de Franse renaissancehumanist François Rabelais in de romancyclus Gargantua en Pantagruel geschreven tussen en is waarschijnlijk de bekendste, maar deze historie inspireert in de loop der eeuwen talloze auteurs.

We vinden het verhaal zowel terug in de 15de-eeuwse verhalenbundel Cent Nouvelles Nouvelles als bij de Italiaanse renaissanceschrijver Ludovico Ariosto en de Franse fabeldichter Jean de la Fontaine Hans Carvel is — eens te meer — een jaloerse oude dokter met een — jawel — veel jongere vrouw.

Terwijl hij met haar in bed ligt, droomt hij dat de duivel hem een ring geeft. Zolang hij deze ring draagt, zal zijn vrouw hem niet ontrouw zijn, verzekert de duivel hem. Bij zijn ontwaken blijkt zijn vinger in haar kut te zitten.

De duivel had gelijk natuurlijk: Zoals in onnoemelijk veel andere middeleeuwse verhalen is het hoofdpersonage ook hier weer de overspelige vrouw, la femme infidèle. Wat haar zo populair maakt, valt buiten het bestek van dit boek. Wellicht heeft het te maken met de freudiaanse theorie van het madonna-hoer-complex.

De theorie stelt dat mannen hun relaties indelen in twee categorieën: De twee categorieën worden voorgesteld als onverenigbaar. Feit is dat de overspelige vrouw als stereotype erg vaak terugkeert, hoewel in die tijd de straf voor een overspelige vrouw bijzonder hard is en het overspel van de man vaak ongestraft blijft.

Bij de Gallo-Romeinen mag de echtgenoot die het overspelige paar betrapt, de twee minnaars ter plekke doden en bij de Franken wordt de vrouw gewurgd of levend verbrand. Als haar schuld niet bewezen kan worden, moet zij de zwaarste vorm van de waterproef doen: Heeft deze eigenaardige fascinatie voor de overspelige vrouw te maken met het feit dat de meeste mannen hun vrouw weer aantrekkelijk gaan vinden als een andere man haar bezeten heeft? Of met het feit dat buitenechtelijke kinderen nadelig zijn voor de man?

In elk geval wordt de man in deze verhalen over het algemeen afgeschilderd als een sukkel. Nochtans werden alle voornoemde verhalen door mannen geschreven. Hebben we hier dus te maken met opflakkeringen van mannelijke zelfkwelling, grenzend aan masochisme?

In diezelfde Facetiae van Poggio Bracciolini wordt nog een mannelijke sukkel opgevoerd. Op een nacht lag zijn vrouw in bed met haar rug naar hem toegekeerd, zodat haar billen in zijn schoot rustten. Hij had zijn wapen klaar en landde per ongeluk recht in het doel. Verwonderd over zijn succes informeerde hij of zij toevallig twee openingen had. En toen zij bevestigend antwoordde, riep hij: Ik ben tevreden met één gat, het tweede is louter overbodig. Laat het ons aan de Kerk en onze priester geven.

Zo gezegd, zo gedaan. De priester werd uitgenodigd voor het diner en de zaak werd hem voorgelegd. Daarna at het drietal met smaak en toen gingen ze naar bed, nauwlettend erop toeziend dat de vrouw in het midden lag. De priester, hongerig naar zijn zeldzame lekkernijtje, maakte als eerste aanstalten, die door de vrouw beantwoord werden met zachte fluisteringen en welbekende geluidjes.

De boer, die vreesde dat de priester aan zijn kant van de wei zou grazen, riep hem toe: Met deze woorden stelde hij de onnozele boer gerust, die hem van toen af aanmaande zichzelf naar eigen goeddunken te blijven bedienen van wat hem door de Kerk was toebedeeld. De koopman in het volgende verhaal is slimmer dan de twee vorige en bewijst dat wraak een gerecht is dat het best koud wordt opgediend. Zij legt hem uit dat zij op een dag, denkend aan haar man, per ongeluk een vallende sneeuwvlok inslikte, waardoor zij zwanger raakte.

Als de jongen vijftien is, neemt de man hem mee op zakenreis naar Genua en verkoopt hem daar als slaaf. Bij zijn terugkeer vertelt hij aan zijn vrouw dat de zon in Italië zo warm is, dat de door een sneeuwvlok verwekte zoon door de hitte gesmolten is.

De rollen mogen al eens worden omgekeerd. In dit verhaal uit De non in het bad en andere pikante middeleeuws vertellingen, een verzameling middeleeuwse fabliaux die werd samengesteld door Annalisa Viviani Bruna, is het meisje goedgelovig en de jonge man sluw. Een jonge klerk wil graag vrijen met de dienstmaagd van het huis. Zij wijst hem echter af.

Wanneer zij op een nacht heel moe is en op een bank in de keuken ligt te slapen, trekt hij haar jurk omhoog en tekent hij met een roetvinger een wieltje op haar buik. De volgende ochtend is zij weer haar onvriendelijke zelf tegen hem en hij reageert verbaasd, haar erop wijzend dat zij zich die nacht aan hem gegeven heeft en dat hij een tekening heeft achtergelaten op haar navel.

Dagenlang vraagt ze zich af hoe hij dit heeft kunnen bewerkstelligen. Om het antwoord te kennen, besluit ze ten langen leste zich aan hem te geven. Ze vrijen vijf keer en zij zegt:. Onbeschrijflijk is onze hartstocht! Duizend jaar zouden mij zo kort als een dag voorkomen.

In mijn mond had ik de smaak van melk en honing die in mijn keel vloeiden. Terwijl ik dit genot onderging, had ik het gevoel dat ik zweefde. Zo wordt de listige jonge man voor zijn liefdesinspanningen die zo lang vergeefs bleven, uiteindelijk toch ruimschoots vergoed. Ondanks het feit dat seks vanuit klerikale hoek eerder als een gruwel dan als een godsgeschenk gezien wordt in de middeleeuwen, brandt het vuur van Eros met grote hevigheid in de lendenen van onze onze kerkvaders en krijgen nonnen geregeld aanvallen van passionele vervoering.

Boeteboeken van de 12de-eeuwse Franse abt Bernard de Clairvaux en de 11de-eeuwse Italiaanse theoloog Petrus Damiani geven blijk van een welgemeende maar overdreven haat ten aanzien van seks, zo overdreven dat dit wel moet wijzen op een onbewuste fascinatie voor de materie. Als men hun werken leest, kan men zich niet van de indruk ontdoen dat de onthouding die deze kerkvaders prediken — en hopelijk ook toepassen, zij het wellicht met wisselend succes — getuigt van een irrationele obsessie met seks, die men gerust als ongezond en bijna pornografisch kan bestempelen.

Maar het fulmineren tegen Eros levert ook zeer lieflijke passages op. Liefhebben en liefde ontvangen was mijn vreugde, vooral wanneer ik ook van het lichaam genoot van wie mij liefhad. Zo kwam het, dat ik de bronader van de vriendschap besmeurde met het vuil van de begeerlijkheid en haar stralend wit verduisterde met wat er opwolkte uit de onderwereld van de wellust. En de seksueel-religieuze obsessie vindt vaak een uitlaat op onverwachte plaatsen. Zo beschrijft onze 13de-eeuwse mystica en dichteres Hadewych zichzelf als hartstochtelijke minnares van God:.

Ik verkeerde in een toestand van vurig verlangen, zoo dat ik over geheel mijn lichaam sidderde en beefde. Ik begeerde namelijk ten volle den Geliefde te bezitten, met Hem vereenigd te zijn in zijne Menschheid, om die geheel op te nemen en daarin sterk te staan, veel te lijden, zonder te bezwijken.

Daartoe verlangde ik, dat ook zijn Godheid mij innig vereenigd zou worden, geheel en volkomen, ten einde Hem te kunnen voldoen in alle lijden; wat ik steeds meest begeerd had, om vergoddelijkt te worden. De middeleeuwse mens gelooft in demonen, gevallen engelen en andere helpers van de duivel. Dat er ook seksuele demonen zijn die het op de mens gemunt hebben, is minder bekend.

Deze verschijningen van de duivel hebben volgens het volksgeloof geslachtsverkeer met mensen tijdens hun slaap. Een succubus — van het Latijnse succubare, eronder liggen — voedt zich met het zaad van haar slachtoffers.

Haar mannelijke tegenhanger — incubus, van het Latijnse incubare, erop liggen — zoekt vrouwelijke schone slaapsters. Werken zoals De Heksenhamer Malleus Maleficarum, , het middeleeuwse handboek voor het opsporen, ondervragen en berechten van heksen, verzekeren ons dat alleen mindere duivels dit vieze werk moeten opknappen. De meningen zijn verdeeld of deze gemeenschap kinderen kan opwekken. Sommigen zijn ervan overtuigd dat zulks onmogelijk is, omdat duivels alleen maar over een etherisch lichaam kunnen beschikken.

Anderen denken dan weer dat een succubus het zaad van een man, onvrijwillig aan die man onttrokken, moet afstaan om aan een incubus te geven. Deze brengt dat bij een heks in die vrijwillig en wellustig meewerkt. Hierdoor zou een nieuwe generatie heksen ontstaan. De meeste deskundigen zijn het er wel roerend over eens dat het zaad van een incubus ijskoud is. Seksuele demonen verschaffen de gewone middeleeuwer een antwoord op heel wat open vragen. Zo wordt hun duidelijk hoe een natte droom ontstaat of waarom iemand in zijn REM-slaap — een begrip dat toen natuurlijk onbekend was - soms zo raar met zijn ogen beweegt.

Vermits haar lichaam nog niet rijp was om een man te ontvangen, stierf ze bijna van de pijn. Het archetype van de succubus is Lilith [beeld], een seksuele demon, een femme fatale avant la lettre. Volgens de joodse legende is Lilith de eerste vrouw van ons aller oervader Adam. Die legende vindt zijn oorsprong in het dubbele Bijbelse scheppingsverhaal. Het duidelijke verschil tussen beide verhalen leidt tot de idee dat Adam vóór Eva een andere vrouw gehad moet hebben.

Dat zou dan Lilith zijn geweest, die evenals Adam is geschapen uit het stof van de aarde. Het spreekt voor zich dat deze versie van de feiten niet tot het christelijke canon behoort. Lilith wilde zich niet onderwerpen aan Adam en eiste, ook in seksueel opzicht, gelijke rechten. Zij wilde — ook letterlijk — niet de onderliggende partij zijn en weigerde resoluut de missionarishouding.

Deze rebellie heeft haar een grote populariteit bezorgd bij hedendaagse feministen, en eerder al bij de laat 19de-eeuwse romantici en decadenten. De middeleeuwse onnatuurlijke houding ten opzichte van een daad die de natuur ons ingeeft, leidt ook tot een liefdesdrama dat haar gelijke sindsdien niet gekend heeft. Dit schrijft de geestelijke Pierre Abélard aan zijn geliefde leerlinge Héloïse , een meisje dat 22 jaar jonger is dan hij. Zij, een weeskind of de dochter van een ongehuwde moeder, wordt onderwezen door de theoloog en dichter Abélard.

Ze krijgt onderricht in de literatuur en de filosofie, maar ook — zoals later zal blijken — in de liefde. Hij verwekt een kind bij haar en ze trouwen, maar ze houden dit geheim omdat een huwelijk Abélards roeping in het gedrang zou brengen. Als haar oom Fulbert weet krijgt van het huwelijk, laat hij Abélard castreren.

Héloïse verdwijnt naar het klooster van Argenteuil en zal later abdis worden. De geliefden zien elkaar nooit meer terug. Hij vond me in een diepe slaap. Ik onderging de meest schandelijke straf die een rancuneuze vijand kon verzinnen. Samengevat, zonder er mijn leven bij in te schieten, verloor ik mijn mannelijkheid. Deze wrede daad bleef niet ongestraft, de schurk onderging dezelfde verminking, een schrale troost voor zo een onherstelbaar kwaad.

Ik beken dat schaamte, eerder dan oprecht berouw, me van de mensen weghield, maar toch kon ik mezelf er niet toe brengen te scheiden van mijn Héloïse.

Ook Abélard zoekt zijn toevlucht voor de schande in het klooster en na een lange periode zonder contact begint Héloïse een briefwisseling met Abélard, een correspondentie die later een van de hoogtepunten van de middeleeuwse literatuur zou blijken. Hun wanhopige passie wordt het archetypische voorbeeld van de verboden en onmogelijke liefde. De middeleeuwen zijn even rijk aan teksten met een seksuele ondertoon als de Grieks-Romeinse oudheid, maar schilderingen zoals die in Pompeii, taferelen van onschuldige en onverbloemde seksuele handelingen, ontbreken.

De middeleeuwse beeldende kunsten zijn bijna geheel gespeend van zinnelijkheid en de reden hiervoor is dat ze volledig in het teken staan van de nieuwe joods-christelijke moraal.

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. De Kerk is de uitdrager van de nieuwe moraal, zij is het naakt en de lichamelijke liefde niet welgezind, en die Kerk is nu eenmaal de opdrachtgever van de kunstenaars.

De Bijbelse en christelijke erotiek blijft beperkt tot enige passages in het Hooglied, het verhaal van Batseba in haar bad, het nefaste verhaal van Adam en Eva, de verzoekingen van de heilige Sint-Antonius, de verhalen van Susanna en de ouderlingen en Lot en zijn dochters.

Dan hebben we het zowat gehad, hoewel we net zo goed het genre van de Madonna lactans Maria die haar zoon Jezus borstvoeding geeft als eerbetoon aan Eros kunnen beschouwen.

Dit wordt onder meer vrij expliciet afgebeeld door de Franse schilder Jean Foucquet ca. Nog zeldzamer natuurlijk is een Jezus met een erectie, zoals De man van smarten van de Nederlander Maarten van Heemskerck [beeld]. Nieuw in deze periode is dat olieverf, volgens velen een uitvinding uit onze Lage Landen, het fresco vervangt.

Het nieuwe medium zijn houten panelen, hoewel Giotto nog rechtstreeks op de muur schildert, in de eeuwenoude frescotechniek. Hoe dan ook, de schaarse Bijbelse erotiek wordt pas in de Renaissance erotisch verbeeld. Een tussenweg is er niet. De eigenlijke daad, het meest vreugdevolle en avontuurlijke van de erotiek, wordt nooit in beeld gebracht, er wordt zelfs niet op gezinspeeld. In de grimmige afbeeldingen van de hel boeten naakte en vernederde mensen voor hun zonden.

Deze helleschilderijen zijn een veroordeling van en een waarschuwing voor de seksualiteit. Een uitstekend voorbeeld van dergelijke erotische horror, die bij wijlen doet denken aan sadomasochistische taferelen uit de moderne tijd, is de weergave van het laatste oordeel — in de christelijke visie toch nog steeds het moment waarop ieders lot definitief wordt bepaald — door Giotto, Memling en Bosch, waarbij Giotto tot de Italiaanse renaissance wordt gerekend, en Memling en Bosch tot de noordse.

De Italiaan Giotto voluit Giotto di Bondone, ca. Het is daarmee de oudste afbeelding die we onder de loep nemen. Het maakt deel uit van een frescocyclus in de Scrovegnikapel in Padua die het leven van Maria en Christus behandelt.

Het laatste oordeel is het grootste fresco uit de reeks en het laatste wat de bezoeker ziet voor hij de kapel uitgaat. Satan zit in het midden van het fresco en verhoudt zich als een reus tot de nietige mensen. In zijn ene hand houdt hij een vrouw en in zijn mond zit een half opgegeten mens. De scène die ons hier interesseert, bevindt zich rechts boven Satan. We zien naakte vrouwen die gemolesteerd worden door demonen, vrouwen die opgehangen worden aan hun haren, aan hun tong, vrouwen ondersteboven bengelen aan een tak, kortom alle gruwelijkheden die Satan een menselijk lichaam kan toewensen.

In het triptiek dat Jeroen Bosch ca. Bosch weet trouwens als geen andere via de Bijbel tegemoet te komen aan de op sensatie beluste fantasieën van zijn opdrachtgevers — en ongetwijfeld aan die van hemzelf. Hij wijdt ook twee werken aan De verzoekingen van de Heilige Sint Antonius en weer zien we hoe het puur aardse, inclusief de verleidelijke vrouw natuurlijk, de heilige op het slechte pad poogt te brengen.

Een frappant detail van zijn erotische verbeelding is de aardvrouw [beeld] die we op het linkerpaneel van het Antoniustriptiek van ca. Het toont een vrouw die op handen en voeten zit, onder een heuvel, we zien alleen haar achterwerk. Haar buik en geslachtsdelen zijn een holte in de heuvel. Maar Bosch kan tegelijkertijd heel verheven zijn, en met een zweverige fantasie schildert hij op het centrale paneel van zijn Tuin der lusten tussen en een verliefd koppel in een luchtbel [beeld].

De scène toont twee jonge dartele lichamen die op het punt staan elkaar te omstrengelen. Haar hand ligt op zijn knie, zijn hand op haar buik. Bosch is begiftigd met zoveel realiteitszin dat hij alvast de barsten in de bel laat zien, de minuscule scheurtjes die onvermijdelijk elke bel van verliefdheid uiteindelijk doen openspatten, zodat de bewoners van de bel bedekt worden met een sluier van liefdesverdriet. Het is moeilijk vast te stellen of het gaat om een puur esthetische oefening ingegeven door de christelijke vleesonvriendelijke moraal, dan wel om een werkelijke weerspiegeling van het middeleeuwse schoonheidsideaal.

In elk geval, de naakte vrouw op gotische schilderijen wordt knolvormig, en staat dus in schril contrast met het voloptueuze ideaal dat we kennen van de oudheid en dat we zullen terugvinden in de Italiaanse renaissance.

De Britse kunst historicus Kenneth Clark verwoordt het in het achtste hoofdstuk van zijn standaardwerk The Nude als volgt. Ze zijn bleek, weerloos, en niet zelfdragend. Ze hebben het vormeloze karakter van het leven dat zowel beschermd als onderdrukt wordt.

In het donker is hun langzame biologische rondtasten het tegendeel van de snelle vastberaden bewegingen van vrije wezens [ Als je naar een groep van mensen in een gotisch schilderij of miniatuur kijkt, ervaren we dezelfde sensatie. De knolachtige vrouwen en wortelachtige mannen lijken weggesleept uit de beschermende duisternis waarin het menselijke lichaam voor duizend jaren gedempt had gelegen. Het koppel, ooit goddelijk maar nu gevallen, ziet er inderdaad bleek en ongezond uit, alsof ze gedurende eeuwen als knollen en wortels onder de aarde hebben gewacht en plots door een eigenaardig toeval aan het daglicht werden blootgesteld.

Adam is mager en heeft korte benen. Maar Eva is nog vreemder: Zijn die langwerpige, bolle, uitgezakte buiken echt het schoonheidsideaal, is dat op dat moment in het noorden de perfecte vrouwelijke vorm? Of heeft de kunstenaar bewust het lichaam lelijker en onappetijtelijker voorgesteld? Vragen die moeilijk beantwoord kunnen worden, niet het minst omdat middeleeuwse filosofen van de esthetica zich amper over dit vraagstuk gebogen hebben.

Het is en blijft een curieus werk, dat tegelijkertijd afkeer en lustgevoelens opwekt. Let ook even op de hand van Eva: Opvallend in dat laatste werk is dat de schaamlippen de term is zeer toepasselijk in het middeleeuwse schoonheidsparadigma, waar naakt gelijk staat aan schaamte van de vrouw gedeeltelijk zichtbaar zijn. Ten slotte is er het linkerpaneel van De tuin der lusten [beeld] van Bosch, waar we alweer steriele, muffe naakten zien die evenveel lustgevoelens opwekken als een plak beschimmelde kaas.

Dat de noordse esthetiek ook tot het zuiden is doorgedrongen bewijst de Italiaan Giovanni Bellini ca. Het blijft moeilijk te geloven dat de gemiddelde middeleeuwer dit echt aantrekkelijk vindt. Men hoeft maar een vluchtige blik te werpen op het Portret van een dame [beeld] van Rogier van der Weyden om te beseffen dat een vrouw met zulke fraaie gelaatstrekken onmogelijk zo een vormeloos lichaam kan hebben.

En mocht dat toch het geval zijn, dan zou Van der Weyden haar lichaam slechts met tegenzin zo onaantrekkelijk hebben afgebeeld. Het mannelijke naakt doet het niet veel beter in die late middeleeuwen. Bevreemdend zijn de iconen Jezus en de heilige Sebastiaan, zoals ze staan afgebeeld op De bewening van Christus ca.

Hij blijft dat bleke gotische hebben, maar het unieke van dit schilderij is het perspectief. De focus ligt daardoor op de flink geschapen geslachtsdelen van Christus, een artistieke keuze die van kunsthistorici allerlei interpretaties gekregen heeft. Niet toevallig is de heilige Sebastiaan, die aan een boom of zuil gebonden met pijlen wordt doorboord, een gay icon geworden. De christelijke martelaren zijn sinds de middeleeuwen een perfect voorwendsel om het menselijke lichaam te tonen terwijl het in de greep is van een gewelddadige vervoering.

Die religieuze vervoering mag dan wel een dodelijke afloop hebben, ze valt niet altijd te onderscheiden van zijn seksuele zuster. Ook hier is de fallische aard van de pijlen die Sebastiaan penetreren, niet te ontkennen. Nergens is zijn uitspraak beter van toepassing dan in de middeleeuwen. Expliciete verwijzingen naar seksualiteit mogen dan wel zeer opvallend afwezig zijn in de middeleeuwse beeldende kunsten, het naakt in het algemeen mag er nog zo angstvallig ontweken worden, toch bulken de kerken van seksuele beelden die de vergelijking met de meest expliciete pornografie van de 21ste eeuw gerust kunnen doorstaan.

Ze komen voor als draagsteen of als andere functionele elementen met een decoratieve bijfunctie. In een niet onaanzienlijk aantal gevallen zijn die ornamenten obsceen van aard. In Groot-Brittanië worden ze sheela-na-gigs[beeld] genoemd — exhibitionische sculpturen van vrouwen — en men treft ze het frequentst op Ierse kerken. Gelijkaardige beelden vindt men ook op het vasteland, zoals de gargouille met ontbloot achterwerk in Freiburg, Duitsland[beeld]], in Frankrijk voor het eerst in de 11de eeuw [beeld] en nog vroeger in Spanje, waar de traditie zou zijn ontstaan.

Net zoals de baubo in de Griekse kunsten is de functie van deze decoraties voor vele interpretaties vatbaar. Vier verklaringen worden naar voren geschoven: Ook de penisvormige en gevleugelde fascina die we kennen vanuit de Romeinse oudheid, zijn blijkbaar nog springlevend.

In de middeleeuwen worden ze gedragen als amuletten om het kwade oog af te wenden of vruchtbaarheid te garanderen. Ze zijn populair bij pelgrims op weg naar Santiago de Compostela of andere bedevaartsoorden.

Op sommige amuletten wordt ook de vulva geëerd. De bijgelovige liefdesmagie, want daar gaat het in het geval van de fascina en de amuletten om, kan nog het best geïllustreerd worden door het 15de-eeuwse Liebeszauber [beeld] van een anonieme Germaanse meester, tevens een ode aan de knolvormige middeleeuwse schone. Dezelfde poging om de raadselachtige betovering van de liefde in beelden te vatten, vinden we in het curieuze werk De betoverde bruidegom [beeld] van Hans Baldung Grien ca.

Liefde kan zelfs zo magisch worden dat een oude maar wijze man als de vermaarde wijsgeer Aristoteles zich als een paard laat berijden door een jonge wulpse meid [beeld]. Het is een zeer populair middeleeuws verhaal, dat ten enenmale de grote macht die het vrouwvolk op de mannen vermag uit te oefenen, illustreert. De wijsgeer Aristoteles, op handen en voeten en met een teugel in de mond, rijdt de hofdame Phyllis op zijn rug rond. Het werk waarschuwt voor de verderfelijke invloed van vrouwelijk schoon en het verhaal wordt dus graag in één adem verteld met de Bijbelverhalen van de appel bijtende Eva die Adam meesleurt in haar ondergang, of Samson die zijn kracht verliest nadat Delila zijn haren heeft afgeknipt.

Maar ook doet het denken aan Vergilius, de wijze dichter die zich door een beeldschone vrouw op wie hij verliefd is, laat ophijsen in een mand. Hij zal haar kamer echter nooit bereiken, want halverwege de toren laat ze hem hangen, blootgesteld aan de spot van alle passanten… [beeld]. Het staat u vrij naar het lagere, het dierenrijk te ontaarden; maar ge kunt u ook verheffen naar het hogere, het goddelijke rijk door eigen wilsbeschikking.

Pico della Mirandola in Oratie over de waardigheid van de mens, vertaling uit door J. In de 15de en 16de eeuw worden de bakens uitgezet van de hedendaagse kunst en literatuur. De Grieks-Romeinse mythologie wordt een geliefd onderwerp voor wereldse schilderijen. Dat heeft niet zozeer te maken met een ontkerkelijking, want de renaissance is in wezen even christelijk als de middeleeuwen.

Deze verschuiving heeft te maken met de opdrachtgevers. Dat zijn in de middeleeuwen vooral de Kerk, terwijl in de renaissance de hoven en de groeiende burgerij, de nieuwe koopkrachtige middenklasse, in de portemonnee tast om kunst te bestellen. De renaissance is ook de periode waarin de drukpers en het papier worden uitgevonden, twee vondsten die het mogelijk maken erotische geschriften moeiteloos en betaalbaar te verspreiden.

De renaissance is ten slotte het tijdperk van nieuwe beelddragers: Dat alles moest en zou dringend aan banden gelegd worden door de moraalridders van dienst. De drukpers is een van de eerste nieuwigheden die het moeten ontgelden. Er wordt een boek gedrukt dat een lijst met verboden boeken bevat, de Index Librorum Prohibitorum.

Een kenmerkende eigenschap van de renaissancekunst is de uitvinding van het lijnperspectief. Hij illustreert zijn uitvinding op prachtige wijze met de gravure Kunstenaar en model in de studio [beeld] en legt daarbij een dynamiek bloot van kijken en bekeken worden die exemplarisch is voor de kunst van het modeltekenen en het naaktschilderen. Verschillende 20ste-eeuwse marxistische en feministische kunstcritici verwijzen naar deze prent om de dominantie van de zogenaamde male gaze in de westerse beeldcultuur aan de kaak te stellen.

Wie het minder streng en minder ideologisch bekijkt, ziet gewoon een opwindend beeld: En bovendien, Dürer schuwde de exhibitie zelf ook niet, zoals hij laat zien in het prachtige zelfportret met mooie naakte pik [beeld]. Hij kon het toen niet weten, maar hij zou hiermee geschiedenis schrijven in de fatsoenrakkerij en daarmee aan de wieg staan van een nieuw concept dat zo'n driehonderd jaar later de wereld zou veroveren: Raimondi, een graveur die zich voornamelijk bezighoudt met het kopiëren van schilderijen van tijdgenoten, waagt het om een set van zestien prenten op de markt te brengen die hij I Modi — Le 16 posizioni De manieren of de zestien genoegens, [beeld]noemt, en waarvan elke prent een kamasoetriaans seksstandje uitbeeldt.

Zoiets heeft men nog nooit gezien. De collectie wordt een groot succes. Ook de paus krijgt ze onder zijn gefronste wenkbrauwen en hij stopt de kunstenaar meteen achter slot en grendel.

De kleurrijke Italiaanse renaissanceschrijver Pietro Aretino — krijgt hier lucht van en hij lobbyt Raimondi weer vrij. Hij is een man die weet hoe hij met zijn hekelbrieven de adel geld kan afpersen.

Hij is geboren als bastaardzoon van een vrouw van lichte zeden met adellijke connecties, die hem meteen ook een plaatsje in de Italiaanse beau monde bezorgt, maar zijn machtige en scherpe pen wordt al snel door heel het land gevreesd.

Na het vrijpleiten van Raimondi ziet Aretino meteen brood in diens scabreuze prenten en besluit er gedichten bij te schrijven, de Sonnetti Lussuriosi Wulpse sonnetten , die samen met de originele prenten uitgegeven worden. Weer krijgt de collectie te kampen met een pauselijke censuur die even hevig als venijnig is. Aretino ziet zich genoodzaakt Rome voor enige tijd te verlaten en de klopjacht op de albums is zo grondig dat er nooit originele exemplaren van zijn teruggevonden.

Van de tekst rest ons enkel nog een kopie van een kopie die pas vierhonderd jaar later aan het licht komt. Van de originele gravures rest ons enkel nog Positie nr. Gelukkig bestaan er vele latere kopieën [het hele album afbeelden [beeld]] die ons een perfect overzicht van de toentertijd aanstootgevende standjes geven.

Waarom worden I Modi nu als het eerste voorbeeld van pornografie beschouwd? Daar zijn vier redenen voor. Allereerst is er de expliciete aard van de tekeningen en gedichten: Ten tweede hebben de prenten en gedichten — zo zullen hun tegenstanders vast en zeker gesteld hebben — enkel en alleen tot doel de laagste instincten van het publiek aan te spreken en hen tot een orgasme te brengen.

Ten derde is er het verwijt dat zowel Raimondi als Aretino werkt met de oneerbare bedoeling zich met deze collectie te verrijken; ook vandaag is dat een veelgehoord verwijt aan het adres van de pornografie. Ten vierde, en dit is de belangrijkste reden, is er de censuur. Censuur heeft maar zin en kan maar bestaan als een werk ruim aanwezig is in de publieke sfeer. De prentdrukkunst en de loden letters van Gutenberg hebben ervoor gezorgd dat expliciete prenten en tekst massaal gereproduceerd kunnen worden en zo de publieke sfeer binnendringen.

Zo komen ze ook sneller in de handen van de machthebbers. Kunst was en is voor de elite. Gore plaatjes en teksten komen terecht bij het gewone volk, en de elite vreesde dat zulke afbeeldingen hen zouden corrumperen. I Modi voldoet aan deze vier criteria om tot de pornografie gerekend te worden.

Het is expliciet, het dient om zich te bevredigen, het wordt gemaakt uit winstbejag en het behoort tot de reproduceerbare kunsten. De gezaghebbende Vasari dringt erop aan dat kunstenaars het hen door God gegeven talent niet zouden verspillen aan schandelijke en verfoeilijke producten.

Raimondi, die zijn tekeningen dus heeft gemaakt op basis van een reeks schilderijen van Giulio Romano ca. Dat geldt niet voor de schrijver Aretino. Die schrijft een wel erg schunnig oeuvre bijeen en verantwoordt zijn directe taalgebruik door te zeggen dat hij weinig voelt voor de in zwang zijnde botanische en andere eufemismen.

Stoutmoedig roept hij uit:. En hetzelfde geldt voor de pin, de bisschopsstaf, de pastinaak, de perzik, de kooi, het geval, de ponjaard, de bladen van het missaal, de daad, de je-weet-wel, dat ding, dat gedoe, de strop, de bokking, de korte lans, de peen, de wortel.

Waarom noem je de dingen niet gewoon bij de naam en draai je zo om de hete brij heen? Zeg gewoon waar het op staat, en houd anders je mond. De bovenstaande zinnen komen uit de Ragionamenti , een hoerendialoog in de stijl van Lucianus, een soort parodie ook op de dialogen van Plato.

Bij Aretino krijgen we een dialoog waarin de dingen wél bij hun naam genoemd worden, net zoals Catullus deed in de Romeinse oudheid.

De ironie van die eerste pornograaf Aretino, wiens naam synoniem geworden is voor liederlijke tekeningen en wellustige teksten die de lichamelijke liefde tussen man en vrouw bezingen, is dat hij eigenlijk homoseksueel is of op zijn minst biseksueel en dat hij — waar hij kan — zinspeelt op anale seks.

De voorbeelden zijn legio. In zijn artikelenreeks over Aretino: Hij schuwt ook niet anderen aan te vallen op hun zogezegde immoraliteit. Hoe is het mogelijk dat u, de goddelijke Michelangelo, die verheven is boven de gemeenschap van mensen, zo iets kunt doen in de grootse tempel van God? Boven het belangrijkste altaar van Jezus? In de grootste kapel ter wereld, waar de kardinalen van de Kerk, haar eerbiedwaardige priesters, en de plaatsvervanger van Christus zelf biechten, bezinnen en vereren in de katholieke ceremonie, in heilige eredienst, in goddelijk gebed, het Lichaam en Bloed en Vlees van Christus?

Zelfs de heidenen zorgden ervoor, bij beeldhouwwerken, niet van de kuis geklede Diana, maar van de naakte Venus, dat zij met haar hand die delen bedekte die bedekt moesten blijven; maar u, een christen, met meer achting voor uw kunst dan voor uw geloof, beeldt een schouwspel uit dat niets te maken heeft met martelaren en maagden als een koninklijk spektakel, een zo vurige vertoning van geslachtsorganen die zelfs bordeelgangers de ogen zou doen sluiten.

Een dergelijk schilderij hoort thuis in een wellustig badhuis, niet in het koor van de verheven paus. Het ware beter indien u een heiden was geweest, dan op die manier als een christen het christelijk geloof van anderen te hebben beledigd. De verbolgenheid die Aretino hier tentoonspreidt, is slechts schijn. Hij is gewoon boos op de grootmeester omdat die hem een kunstwerk geweigerd heeft dat hij tevergeefs via chantage heeft proberen te bemachtigen. Michelangelo's wraak is zoet.

In deze scène draagt Aretino zijn eigen afgestroopte huid, in de huidplooien zien we het gezicht van Michelangelo. Wordt het vrouwelijk naakt in de middeleeuwen weinig appetijtelijk afgebeeld, in de renaissance staat de deur weer wagenwijd open voor Venus en haar ontklede lichaam. Zij maakt haar blijde intrede in in een prachtig werk van de hand van Sandro Botticelli , De geboorte van Venus [beeld]. Waarom hebt gij het u zo moeilijk gemaakt?

God, jongen, nu schuif ik de schuld van uw ongeluk nog in uw schoenen ook. Hoe gevangen gij zat in angst. In een destructieve mantra: Als Boon een tedere anarchist was, waart gij een fatalistische anarchist. Ge zette uzelf buiten het systeem.

Ge klopte die uren in 't fabriek en daarna dook ge in de geschiedenis en in zwarte humor om u te verkneukelen: En bijscholen wou ge niet doen, zelf een zaak opstarten, 't idee alleen maakte u panisch, want als kleine zelfstandige maakten ze u helemaal kapot. Toen ze u op 't fabriek aanboden van voorman te worden, en wat te klimmen in de pariahiërarchie, weigerde ge: Ze betalen u een beetje meer en ge kweekt wat minder eelt op uw handen om de rest op te jagen.

Ge zijt gij dan een goed doorvoede versie van een kapo uit de concentratiekampen. Bizar eigenlijk dat ge uzelf dan niet helemaal buiten het systeem hebt gezet. Waarom dan naar die fabriek trekken?

Ge had u ook kunnen opsluiten in een klein kamerke en kunnen schrijven. Het zou een pak vlotter gegaan zijn zonder al die vermoeidheid, rug-en nekpijn.

En ge gaf toch geen zak om luxe. Al 't geld dat ge verdiende, gaf ge af aan mijn moeder. Geld was gelijk een vuile ziekte voor u. Ge behandelde het ook echt zo.

Ge hebt nooit, maar dan ook nooit, niet ene keer, geld in uw portefeuille gehad. Ge verfrommelde het altijd en propte het gewoon in de zakken van uw yeansbroek. Er heeft u wel nooit iemand kunnen bepikken.

Het was mentaliteit van een hele klasse. Zij met poen en macht tegen ons die moeten krabben en afzien voor elke euro. En zij waren altijd alleen zo ver geraakt door veel te bedriegen. En bedriegen was niet aan ons besteed. Het zijn zotten die werken. Uw schoonbroer zat op 't zelfde fabriek. Die is wel gaan bedriegen. Die heeft een aannemerszaak opgestart, met rotslechte service tegen veel te hoge prijzen. Die was niet bang van faillissementen en wat gepruts met papierwerk en gaten in de wetgeving.

Die is relatief rijk nu en doet geen klop. Hij zet zijn onderbetaald werkvolk 's morgens af met zijn camionette en de rest van de dag is hij bezig met de paardenkoers en kijkt hij naar dvd's van FC De Kampioenen. Godverdomme, alleen dat konijn kon die dvd's in huis halen van een programma dat tot in den treure herhaald wordt op den tévé. Maar die weg zat er niet in. En hoe stoer ge ook waart, eigenlijk mogen we hier op uw urne markeren: Er is geen hoop, en laat dat een troost zijn.

Godverdomme, er is wel hoop. Er is altijd hoop. En laat dat een reden zijn om altijd los te breken van situaties die ons niet aanstaan. Ge hebt het eigenlijk gestoord lang volgehouden. Wat een discipline, kerel. Om zo lang te functioneren in een gevangenis, opgetrokken door een aantal tegenslagen in uw jeugd en in stand gehouden door uw angsten en vooroordelen, zowel in u als in de samenleving, en uw uitzonderlijke aversie voor ellebogenwerk.

Er zat meer eer in het werken met uw handen, moet ge gedacht hebben, en dat kan waar zijn, maar ge zijt er wel door gesneuveld. Als de wereld u er niet voor eert, zal ik het toch doen. H et fuiven in uw plaats, ging moeilijker dan het studeren in uw plaats. En dan nog zeiden jullie haast nooit wat tegen elkaar. Dat is waar en niet waar. We werkten als ik nog erg klein was, vaak ik in de tuin.

We plukten samen prinsessenbonen. Ik durfde inderdaad nooit een woord tegen je zeggen. Je was objectief gezien al reusachtig, 1 meter 88, voor mij was je God.

Je schreef, je had altijd een witte T-shirt, een jeans en een leren jas aan, je had zo'n ronde bril als John Lennon en ook zijn gezicht een beetje, met die neus, en je bodybuilde, zonder vuile producten te spuiten kreeg je een enorme biceps. Je trainde twee uur per dag, zeven op zeven, en vijf dagen op zeven bakte je rubber in de fabriek, loodzwaar werk met veel trek- en sleurwerk aan dingen van 40 kilo.

Ik zeg dingen, want ik weet nog altijd niet wat je precies moest doen. Ik weet alleen dat het zwaar was, dat het je in de vernieling hielp, dat het niet gezond was en dat het beter betaalde dan de meeste ambtenarenjobs. Voor een ambtenarenjob had je wel het verstand, misschien juist net te veel, maar geen connecties.

En ja, geen geluk, maar dat zeiden we al. Dus nee, ik zei nooit wat tegen je. En toch zaten we vaak samen. Hele zomers lang zaten we samen, misschien niet dicht op elkaar, maar toch minstens onder hetzelfde dak, te lezen, ik strips, jij kranten, en we luisterden naar vinylplaten. Is dat geen contact?

Je was er altijd. Ook als ik al op kot zat. Bijna wekelijks kwam je mij met de auto bevoorraden. Kan mij niet herinneren dat ik dat echt vroeg. Je deed het gewoon. In het begin ervaarde ik het als een bevrijding en een overwinning om zelf naar de winkel te gaan, daar op kot, want als enig kind steek je natuurlijk nooit een poot uit, tot je ontsnapt aan 't ouderlijke nest. En op de prijzen letten, een avontuur op zich. Mijn eerste jaar op kot, spaarde ik euro op van mijn zakgeld, omdat ik nooit een voet buiten de deur zette, tenzij om naar de les te gaan en rondjes rond het park te lopen om zes uur 's ochtends, drie ochtenden in de week.

Zo gedisciplineerd was ik, zo hard wilde ik slagen, dat eerste jaar slavistiek. Om jou trots te maken, om iets of wat te compenseren voor al dat gebrek aan geluk van jou.

En omdat onze hele kenissenkring mij liever zag falen, want zo'n kleinen uit een arbeidersmilieu moest het toch niet te hoog in zijn bol krijgen. Waar ik echt dankbaar voor ben, om het lekker emo te stellen, is dat je mij nog zien opbloeien hebt, die jaren op kot. Eindelijk die eerste vrouwen. Toen de eerste thuis bleef slapen, zei je trots tegen de buren: Je had iets met lengte. Je vond dat belangrijk.

Grote mensen vond je stiekem beter dan kleine mensen. Op dat vlak had je ook weer geen geluk, je zoon is nooit groter geworden dan 1m Ik had als kind te weinig geslapen, was je verklaring. Je moest mij altijd slapend naar boven dragen. En vijf minuten later stond ik daar weer. De tv was 's nachts interessanter dan overdag. Maar die eerste die thuis kwam, ja, die was met hakken aan zo ongeveer 1m80, dat is waar. En toen moet je toch eindelijk gedacht hebben: Dat die eerste — de eerste die thuis kwam- thuis heel vaak kwam en heel luid, was een opluchting voor ons allebei.

We hadden dan niet veel verbaal contact, ik heb altijd, al als kind, gesnopen dat je het van wereldbelang vond dat een man zijn vrouw kon bevredigen in bed.

Dat merkte ik aan de sekshandleidingen waar ik op stootte door kinderlijke verkenningstochten in huis, dat merkte ik aan opmerkingen over mannen met vrouwen wiens ogen meestal afdwaalden naar andere mannen en ook wel aan de gedrogeerde glimlach van mijn moeder.

Maar goed, van dan af konden er complimenten af. Dat ik slaagde voor dat eerste jaar slavistiek hielp ook een beetje. Maar het beviel je niks dat ik zelfs dan geen pint wilde gaan drinken met maten op café. Je bent waarschijnlijk de enige ouder die zijn zoon moest pushen om meer uit te gaan.

Dat eerste jaar slavistiek was ik zo serieus dat ik geen druppel alcohol wilde drinken. Dat heb ik vol gehouden tot de eerste vijf minuten nadat een naakte vrouw onverwacht mijn kamer binnendrong en zich naast mij in mijn bed legde, zonder een woord uitleg.

Daar was ik zo ondersteboven van dat ik een fles drank ondersteboven heb gekapt. Jongen, toch, jij had er wat anders van gemaakt als je vier jaar als student op kot had kunnen zitten. Daarom ging je van heel blij naar heel triest, toen je hoorde dat ik geslaagd was, dat eerste jaar. Jij had het kunnen zijn. Misschien gaf je daarom altijd mixed tapes met sixtiesmuziek mee, om tenminste toch de muziek juist te hebben, daar op mijn kot, als er dan geen persoonswissel in zat.

Het had net zo goed jij kunnen zijn, daar aan de unief. Zelfde geheugencapaciteit, en meer heb je daar toch niet nodig. En jij was 1m88 geweest en had als preses tenminste indruk gemaakt. En je had er nog meer van genoten. En je zou nog leven. Ik zou nooit bestaan hebben, maar jij zou nog leven. De hippies hebben het gedaan. Je deed je graag stoer voor, maar je was zo broos. Je koos voor een keihard arbeidersbestaan en dat was stoer en dat was hard en dat hield je vol onder de zwaarste omstandigheden.

Je lichaam ging helemaal naar de kloten. Je had elke dag rugpijn, je kreeg vreemde slijmen in je keel van de fabrieksomstandigheden en je verouderde zo snel als een belegerde, uitgehongerde, verkleumde Duitse frontsoldaat in midden januari in de omsingeling bij Stalingrad. En 't ergst van al was: Ja, net zo voelde jij je. En ik met mijn overdosis empathie, ik nam dat over, en voelde mij ook net zo.

Ik liep op mijn veertien rond als een kromgewerkte, ik had je houding overgenomen. Alleen de eelt op je handen liet zich niet kopiëren. En de chronische vermoeidheid van het werken in ploegen. En als ik zeg dat je euthanasie pleegde en niet zozeer zelfmoord, ben ik niet ver naast de waarheid, want die laatste jaren woekerde er wat in je keel.

Het begin van keelkanker. Niet van te roken, want dat deed je niet, maar van de chemische lucht die je in 't fabriek elke dag binnen zoog. Je ging fysiek kapot en ook geestelijk. Er hing er aura rond je van depressie, uitzichtloosheid, machteloosheid. De wet van Murphy was een troost voor je. Als je er vanuit ging dat alles bij voorbaat gedoemd was om te mislukken, dan kon niets je nog teleurstellen. Dat moet zo gekomen zijn, omdat je als kind zeer diep teleurgesteld was in je ouders.

Twee fuifnummers, die graag boven hun stand leefden, in de hippietijd van free love net iets te oud waren om daar zorgeloos aan mee te doen als student, maar er toch met volle teugen van genoten, ook al hadden ze twee kinderen en een familiebedrijf, een grote bloemenkwekerij, te runnen. Terwijl je pa op andere vrouwen zat, zaten de andere bloemenkwekers op de markt, terwijl je moeder onder andere venten lag, kochten andere bloemenkwekers de nieuwste, meest modieuze soorten bloemen aan.

Ze gingen failliet, ze scheidden, en jij, toch altijd de beste voor opstellen schrijven en wiskunde vreemde combinatie van talent , jij werd gek van de ruzies en je trok naar de fabriek om je moeder te onderhouden, als die even geen rijke minnaar lag te vozen.

Dat faillissement heeft je zo'n trauma bezorgd, dat je heel je leven alle geldzaken hebt overgelaten aan mijn moeder. En die laatste noemt de bankencrisis nog steeds als één van de hoofdmotieven van je zelfmoord, hoewel je het financieel eigenlijk pas goed had.

Als er ooit iemand een mentale krak heeft gekregen van de scheiding van zijn ouders, ben jij het wel. Je vader gaf al je spullen weg aan de kinderen van zijn nieuwe vrouw.

Zijn geweten moet hem toch parten gespeeld hebben, want hij pleegde zelfmoord in , een jaar voor mijn geboorte.

Je moeder zei me dat hij altijd liever urenlang stond te discussiëren met de getuigen van Jehova aan de deur, dan in de serres te werken. En wat ze er niet bij zei: Die serres staan er nog steeds verlaten bij. In een soort niemandsland, ergens in Hofstade of all places. Als bloemenkwekers failliet gaan in de tijd van flower power, we moeten het je ouders meegeven, dat doet niemand anders ze na.

En mijn grootmoeder zich maar afvragen waarom ik al jaren niet meer met haar spreek. Op je begrafenis wilde ze als ouwe doos van 74 zonder baarmoeder mijn jarige nonkel nog versieren, want die leek zo op Elvis. Onze stripreeks die je saboteerde. Als kind heb ik je herhaaldelijk voorgesteld om samen een stripreeks te beginnen. Jij kon geweldig tekenen, ik teken niet graag, maar ik wist toen al dat het niet zo geweldig moeilijk kon zijn om een stripscenario te bedenken. Het hele huis door lagen immers toch enkele duizenden strips.

Als al die anderen dat konden, waarom wij dan niet? Maar nee, dat was een groot verschil tussen ons. En geluk dat had jij niet. Dat fatalisme spreekt ook enorm uit de briefjes die je bij je manuscripten stak als je die inzond naar uitgeverijen of tijdschriften.

Als het nergens op lijkt, kan je er altijd nog de kachel mee aanmaken. Niet wat je noemt de standaardformule om een uitgever aan te schrijven. Probeer het eens bij Jij concludeerde dat je geen geluk had en je stopte met inzenden, en erger nog, je stopte met schrijven.

Talent dat had je of dat had je niet. Echt talent dat stond er zo. Je wilde niet weten van oefenen, herschrijven, ruwe diamanten slepen was net iets te veel moeite gevraagd. Je was gewoon te bang voor nog meer teleurstellingen.

Je zoon is koppiger. Nochtans vind ik dat briefje echt niet zo'n domper op de schrijfvreugde en zelfs tamelijk bemoedigend. Tegenwoordig krijgen inzenders van manuscripten enkel standaardafwijsberichtjes, zonder persoonlijke toets. En mij wilde je ook overtuigen om nooit nog iets in te sturen. Tot je dan in je laatste week of zo zei: En je kreeg het enkel gezegd, omdat je het leven en alle competitiedrang van de levenden al helemaal had losgelaten. De stripreeks Herman Verkrijt over een foute leerkracht teert op mijn schoolhaat, die veel dieper zat dan zomaar wat schoolmoeheid, omdat jij ook naar school was geweest en moderne talen had gevolgd, en je toch in 't fabriek zat.

School is een tijdverdrijf, want de kaarten zijn al geschud, het is je afkomst die bepaalt welke job je later krijgt, niet je school. Je hebt die stripreeks nooit zien ontstaan.

Spijtig dat je er niet meer bent om mijn eigenste stripreeks met veel animo helemaal lekker af te zeiken, want je zou het rommel vinden, vijf reeksen noemen die je ook niet goed vond, maar toch beter, en je zou een stuk of tien exemplaren verkopen op je werk, want het enige wat je echt consequent deed, was jezelf een depressie aanpraten. Je nam mijn fut mee. Sinds jij er niet meer bent, verveel ik mij steendood en heb ik geen drive meer. Om de een of andere reden moeten we daar een Engels woord voor gebruiken.

Vroeger schreven wij 'ik heb geen fut meer' of 'ge kunt allemaal mijn kloten kussen'. Maar nu is het geen 'drive' meer hebben. Waarom ik geen drive meer heb. Omdat gij er niet meer zijt. Terwijl ik vroeger om 6u koud water in mijn gezicht smeet om 12 km te gaan ronddraven in de ochtenddauw. De enige ochtenddauw die ik nog zie, maak ik zelf. Er is niemand meer om te overtreffen, er is niemand meer om een compliment van los te weken dat de moeite waard is.

Er is niemand meer om 'in het gelijk te stellen'. Want als ik mezelf bewees, dan deed ik het voor twee. Ik wilde ook jouw capaciteiten bewijzen. Dus als ze mijn schrijfsels uitgaven in het Sloveens, dan wilde ik dat ook op jouw CV zetten. Zodat je misschien toch ooit nog eens zou ontsnappen aan de chain gang van de fabriek.

Want die chain zat muurvast rond mijn nek. Wat jij nog had aan levenskracht injecteerde je tijdens nachtelijke gesprekken in mij.

En je was al dood toen je hier nog was. Al wel een jaar of vijf of zo. Maar je lichaam zat nog mijn commissie voor ambitieuze aangelegenheden voor. Overtref die of die. Want je droeg niemand op handen en al wie iets bereikt had, had vooral hoerensjans gehad, dus het kon allemaal nog veel beter.

We vonden zelden iets goed. Als we al een boek goed vonden, was het zelden een Nederlandstalig boek. Ja, 'Ik, Jan Cremer', ja. Maar ging dat echt om de inhoud van dat boek? Hebben we ons daar niet laten vangen door de hype en de bad boy attitude van Cremer?

De James Dean van de Nederlandstalige literatuur? Tegenwoordig stuurt die gratis stickers rond met zijn naam op. Wie die sticker op de meest orginele plek kleeft, wint een I-pad of zo'n ander digitaal relikwie. Als het schrijven niet meer lukt, is er altijd nog de marketing. Jij had helemaal geen kaas gegeten van marketing. Heb ik je dat bij leven en welzijn ooit gezegd? Alleszin, nu moet ik presteren, alleen maar voor mezelf. En dat heb ik met je gemeen: Dus het laat zich raden dat ik als ik een zoon heb, die ga zitten opfokken om te presteren.

Daarom schrijf ik dit boek, om die cirkel te breken. Hoe krijg ik die fut dan wel weer? Er is geen instantie die ik kan aanschrijven om mijn maandelijkse futrantsoen uit te keren, dus dan kan ik even goed de dooie schrijven, die bij leven en welzijn die fut invulde.

Om een voorbeeld te geven: Want jou onder ogen komen met een vetlaag, dat is gewoon geen optie. Maar ik schrijf nog wel, zoals je ziet. Omdat schrijven, naast neuken en beffen, de enige activiteit is tijdens dewelke ik geen chronische zin heb om jou tegen km per uur achterna te gaan, enkele dozen slaappillen slikken, een glas melk drinken om niet te kotsen -tip uit een soap over dokters gepuurd- een plastic zak rond mijn kop te binden en helemaal nooit meer wakker te worden.

Ik hoef niet meer met mijn kop op tv, om het ganse land te choqueren in een talkshow. Het zou niet meer lukken ook. Ik kan zelfs geen non meer choqueren. Misschien moet ik het proberen met een open brief aan Joods Actueel. Maar je leest toch niet mee. Er is niemand meer om mij op te jutten en te zeggen: Geen weerwerk meer voor al die andere stemmen: God, jongen, het is zo tergend rustig sinds jij een rider in the sky bent.

Living in the material world, pakkende docu door Martin Scorcese over de 'stille' Beatle. Omdat die andere drie zo luid waren. De Beatle die de beatlemania het meest relativeerde. When we was fab. Het zinde hem niet echt. Zijn tweede vrouw zegt: Een man van extremen. Zalen plat gespeeld, de hoeksteen van de grootste band, die andere twee konden niet soleren, dus je gitaarwerk blijft wat onderschat. Vergevingsgezind, even erg voor vrede als John, maar zonder een icoon te willen zijn.

Heel erg voor leven en laten leven. Ama et fac quod vis. Zijn eerste vrouw mocht rustig voor Eric Clapton kiezen. Een brave mens, maar zoals Paul zei: Maar toch vooral gefocust op vrede. Vrede nemen met de tijd ook. Maar dat dat wende, en dat het waardevol was. Je hebt nooit een 'image' uitgebouwd. Er was nooit vrees om 'het' te verliezen. Want 'het' was niets gekunstelds. En wat een evolutie in je muziek.

Van snelle rock naar sitar en Ravi Shankar. Een wens tot versmelting van alle menselijke energie. Geen wonder dat je zo'n all natural womaniser was. Je had een diep effect op vrouwen, al na een gesprek van twee minuten. Aanvaarding van de essentie van mensen. Je tweede vrouw, Olivia Arias kon er mee leven. De Beatle met de meest uiteenlopende vriendenkring. Zo gewoon blijven bij zoveel roem. Het is weinig men sen gegeven. En waarschijnlijk de reden voor de roem. Altijd gewoon George geweest en nooit willen indru k ma ken.

En dat maakt indruk. I need you http: My sweet lord http: I me mine http: When we was fab http: Within you without you. Waarover dit boek niet mag gaan: Ik groei op in een arbeidersmilieu. Ik omhels de armoede en dweep er mee. Ik leid als enig kind aan aandachtszucht, maar dat weet ik nog niet. T-shirt van John Lennon. Op school vertikken van algemeen Nederlands spreken, maar wel een streverke zijn.

Als ik goeie punten wil halen, is het om te bewijzen dat mijn pa geen idioot is, omdat hij arbeider is. En voor de aandacht natuurlijk. Rond mijn vijftiende krijg ik de klassieke stompzinnige inval dat je nog meer aandacht krijgt als je negatief gedrag toont en haal plots opzettelijk rotslechte punten. De trots omwille van mijn sjofele afkomst, kent ook pieken en dalen. Maar zeker tot mijn 12 ben ik er fier op dat alles bij ons oud is en meer dan een tikkeltje aftands.

Mijn vader en ik dagen er mijn moeder mee uit. Als het aan haar lag, ging de helft van ons huishouden op de schroothoop. Thuis spelen nog tweedehands vinylplaten en cassettes als iedereen al lang is overgeschakeld op cd's. Ondanks de computerrevolutie zweer jij bij je oude typemachine om kolderbrieven naar vrienden te typen.

Nooit zullen wij onze bovenverdiepingen kunnen verwarmen. We hebben pas een badkamer ook onverwarmd als ik 16 ben. Tot dan wassen we ons in een pastic tobbe, vlak voor de kolenkachel.

Het zal duren tot ik bijna een universitair diploma heb vooraleer ik mij goed aangekleed voel in iets anders dan een kapotte jeans en een over-sized te vaak gewassen T-shirt. Ja, ja, ik ben dan toch een sell-out geworden. Ik zit liever in een duur restaurant dan in een bruin café. O, de schaamte om dat te bekennen. Maar tot voor mijn studentenjaren, zit ik volop in de klassenstrijd en spuug ik op alles wat bediende is of veel geld heeft. Alle macht aan de arbeiders.

De revolutie begint met kleinigheden. Op school sta ik er op om mijn arbeidersdialect te spreken. Stagiairs sla ik uit hun lood met grove uitspraken die volgens de boze directrice 'erger zijn dan cafépraat'.

Tegenover schoolkameraadjes overdrijf ik de armoede. Ok, onze auto is een rammelkar, we maken nooit verre reizen en we kopen geen dure kleren, maar ik heb genoeg Playmobil om een kloeke maquette te maken van de slag bij Waterloo en we eten elke dag koninklijk. Tegenover speelkameraadjes benadruk ik vooral dat er in de winter vriesbloemen op onze ramen staan.

Als ik veel later lees dat er zoiets bestaat als een theatrale persoonlijkheid, heb ik een groot aha-moment. Rond mijn elfde ben ik vet. Veel eten en geen sport. In mijn vrije tijd verslind ik strips. Ook stripverhalen hebben we bij de vleet. We kopen er een twintigtal per week. Vijf tantes en twee grootmoeders sponsoren deze verzamelwoede. Arme mensen geven graag. Helaas associeer ik strips lezen op een soort Pavloviaanse wijze met eten.

Per stripverhaal eet ik een zak chips of een snoepreep. Mijn vader moedigt dit aan. Hij wil van mij een bodybuilder maken. Helaas heb ik alleen de calorie-inname van een bodybuilder. Trainen doe ik pas vanaf mijn zestiende. En dan nog altijd op amateuristische wijze thuis.

You are your own gym is een prachtig boek. Ik ben te bang van macho's om mij alleen in een fitnesszaak te tonen. En op mijn zestiende is mijn vader al te uitgeblust om mee te gaan. Alleszins, ik houd zo'n trauma over aan mijn periode van obesitas dat duursport vanaf mijn zestiende een imperatief wordt. Tot jij dood bent. De eerste macho die mij trouwens letterlijk de daver op het lijf jaagt, ben jijzelf. Tot mijn zesde levensjaar durf ik nog ruzie met je zoeken. Als ik echter zichtbaar een verwijfd pafferig gezicht, mannentieten!!

Als je na de late ploeg thuis komt en mij uit bed wil halen om samen naar de BBC te kijken, doe ik alsof ik slaap, ook al dat doet dat vreselijk veel zeer om jou zo te negeren. Ik zak door de grond als je mij aanraakt, durf geen woord meer tegen je te zeggen en zal altijd stotteren als je mij iets vraagt, nochtans ben ik geen stotteraar. Ik kan in jouw tegenwoordigheid ook onmogelijk grappig zijn.

Dat terwijl ik op school te boek sta als de klasclown en een leerling die apart moet zitten, omdat hij anders zijn mond niet kan houden. Bijna het enige wat jij en ik samen doen: Jij op zoek naar oude vinylplaten die je enkel koopt als ze minder dan 3 euro kosten, ik op zoek naar stripverhalen, en later naar Engelstalige romans.

Mijn Engels is al op jonge leeftijd absurd goed, alleen in de buurt van jou krijg ik er geen woord Engels uit. Verder plukken we ook samen sperziebonen. Een groot stuk van onze tuin staat er vol mee. Op zo'n onstuimige wijze aangelegd dat we eerder een groentejungle dan een typisch Vlaams gemillimeterde moestuin hebben.

De buren staan er vol verwondering naar te staren. Bang dat er Vietcong opduikt van tussen dat groene gevaarte. Je bent te zwaar belast door het fabrieksleven om dingen netjes en tijdrovend conventioneel te doen.

En ik ben te onhandig. De sperziebonen maken we samen schoon, buiten op het terras, terwijl van binnen de klanken van punk en bluesrock komen aanwaaien. Ik durf nooit een woord te zeggen en voel me geen persoon, maar een mislukte kopie, een gehandicapte afsplitsing van jou, mijn grotere, sterkere, mondigere, knappere, zelfverzekerdere vader. Ik ben te jong om door al je bombastische gedragingen heen te kijken.

Al geloof ik tot de dag van vandaag, jaren na je eigenhandige euthanasie, dat je ego werkelijk een betonnen bunker moet zijn geweest. Zo eentje van die Flak-torens die bij de slag om Berlijn, eind , die nog steeds wijde gaten sloegen in de oprukkende Aziatische Russenhorde.

Ja, mijn passie voor geschiedenis heb ik van jou geërfd. Als kind raakten vooral ongelijke gevechten mij. Als ik met plastic soldaatjes wereldoorlog II uitbeeldde, had ik nooit genoeg jappen en moffen. Underdogs die zich fanatiek dood vechten tegen een overweldigende vijand.

Als je opgroeit als underdog raak je snel verknocht aan alle andere underdogs, zonder toen veel aandacht te schenken aan ideologie. Het gevoel van onderdrukking beheerste ons. Als een bitterzoete koorts die ons vervulde met koppigheid, drang om te weten en een bovengemiddeld grote pijngrens, om ons toch op iets te beroemen. En ik moet zeggen: De overweldigende vijand waren het fabriek en de maatschappij die mijn diplomaloze, doch bijzonder intelligente vader, die de kwaliteitskranten verslond en elke dag zijn ziel leegtypte, geen enkele kans gaven.

Pas veel, véél later durfde ik afstand doen van die visie en je en gebrek aan optimisme verwijten. Pas toen zag ik hoeveel faalangst er in jou zat. Je angstquotient hield je intelligentiequotient mooi in evenwicht, zodat je nooit iets ondernam dat enige kans van slagen had om je situatie te verbeteren. Ik durfde pas laat bekennen dat ik heilig en domkoppig geloof in de self-made man uit de American dreams. Er is trouwens nog iets dat jij en ik samen deden: Als onze kastelen dan onvermijdelijk afbrokkelden in zee, werd ik zo triestig als toen ik de kruisweg van Jezus zag op het einde van de kaskraker 'Ben Huhr'.

De onvermijdelijkheid van lijden zat er al vroeg diep in. Nog steeds geloof ik dat ik altijd al in de rouw was, omdat jij jezelf had afgeschreven en ik moest leven in jouw plaats. En alle dingen moest proeven, die jij niet of te weinig had geproefd. Dat geeft mij het gevoel alsof ik altijd te snel heb geleefd en van het ene extreem in het andere ben gedoken. Om maar te bewijzen: Dat heeft hij alleen aan jou te danken!

Blijf toch bij ons, dat universitair diploma is ook van jou. Toen je het dan eindelijk deed, was mijn vergoddelijking van jou helemaal af. Je had geleden voor mij, om mij, pas afgestudeerd aan de universiteit, een beter leven te geven. Godver, wat heb je dat goed gedaan, dat meen ik serieus. Als je ooit verrijst, moet je echt wel met meer vrolijkheid opstaan, ik kan de wolk uitzichtloosheid echt niet nóg eens aan.

Al kan ik de zwarte humor die er het gevolg van was dan nog zo goed smaken. Pa, wees optimistisch of wees niet. Dus dan maar niet, hoor ik in de verte.

Nog vijftig pagina's van de 53, ééntje voor elk levensjaar. Kerel, nu moeten we het echt over jou hebben en niet meer over mij. Over mezelf lullen kan altijd nog. Maar als ik jou geen biografie schrijf, dan doet niemand het meer.

Een biografie voor iemand die volgens de normale geschiedschrijving nooit een biografie of zelfs geen voetnoot zal krijgen, maar er toch een verdient, als ode aan de levenskracht in jou, die het dan misschien nooit tot het podium van de wereldgebeurtenissen heeft geschopt, maar godverdomme toch opmerkelijk was, ook zonder de camera's van het avondnieuws. Nog elke ochtend draait één keer Nevermind of Bleach of In utero of With the lights out, vooral cd 3 van With the lights out, als 'k echt met loden voeten uit bed kom.

Er zit dan ook weinig dood in uw muziek. Alsof ge gevild door 't leven gaat en elke indruk gruwelijk intens op u inbeukt in een wereld van self-delusional phonies. I wanna be alone.

People who have seen it all and let you know it. Bijtende aanval op zelfvoldaanheid. Roemeense en Spaanse uitzendkrachten die ze uitpersen onder het alziend oog van een extreemrechtse bewakingsgroep, HESS. Benauwend om vast te stellen dat ik daar met enkele muisklikken aan heb meegewerkt.

Gelukkig regende het verontwaardige reacties van Duitse klanten. Ik mag mij dan misschien aan een prijsstijging verwachten, maar er zullen hopelijk enkel bomen en geen mensen sneuvelen om mij mijn favoriete boeken aan huis te leveren. Misschien in mijn steenkolenduits ook een s een klacht sturen naar hun klantendienst. Om mijn Duits met haar op te begrijpen, zullen ze wel geen ne onazi's nodig hebben.

Sociaal engagement geen cent meer dan de staat oplegt. Geen tijd voor een vriendin. Een held van onze tijd. Het westen sterft uit. Niet voortgeplant door maximale lustbeleving, heerlijk alleen. Het kan mij niet verdommen. Ik ben pro collectieve voortplantingsstop. Maar een bewuste voortplantingsstop had ik spiritueler gevonden dan zo'n toevallige. Omdat de knoppen van gamepads lekkerder zouden zijn dan de lustknoppen van het andere geslacht.

Een miljonair gaat aan de schrijf over vrouwen. Hij is net gescheiden en zet het allemaal eens op een rijtje, hoe dat zo gaat, een man en de vrouwen in zijn leven. Stilistisch komt Vrouwen van de korte-zinnen-school.

Korte zinnen voor een kort, maar krachtig effect. Als de geladenheid, de intensiteit van het vertelde ook nog goed zitten. Er zijn intensere boeken dan Vrouwen , maar met de taal is op zich niets mis. De zinnen lopen, de beschrijvingen haperen niet en zijn niet bij het haar getrokken.

Fons Burger doet ook niet krampachtig zijn best om literair te 'scoren'. Misschien heeft hij zich zelfs onbewust een beetje ingehouden om niet alle stijlregisters open te trekken. De stijl is ok. Wel is het boek nogal op zoek naar een verhaal.

Van enige spanningsboog is geen sprake. Wie uitsluitend spannende boeken leest, zal zich niet kunnen vinden in dit boek. Wie zich wil laten opgeilen met soft-porno ook al niet. Wie op een beeldende, dromerige manier iets wil leren over de mannelijke psychologie heeft er meer aan.

Trouwens opvallend hoe dit soort boeken voornamelijk door vrouwen worden gelezen. Geen flauwe chicklit, maar een boek dat een eeuwig thema eens iets nieuws wil bijbrengen. Of toch andere invalshoeken. Het boek heeft twee verhaallijnen. Een coming-of-age-verhaal van de hoofdpersoon als puber.

Doet zeer vaag denken aan ' Eros en de eenzame man' van Boon, maar de hoofdpersoon staat steviger in zijn schoenen en is niet zo hulpeloos. En dan als tweede verhaallijn is er the coming of a midlife-crisis in een later stadium, Deze twee verhaallijnen worden steeds afgewisseld met korte fragmenten.

Dat vertraagt het verhaal nogal en is een beetje vervelend. Ik kreeg het boek niet in één ruk uit. Al went het wel. Dat de oudere hoofdpersoon een miljonair is, lijkt nogal sterk op een excuus om de handen vrij te hebben om van vrouw naar vrouw te springen, zonder verhaal, zonder inzet voor de hoofdpersoon.

Meeleven met de miljonair valt moeilijk. Met de jongere hoofdpersoon, die veel meer voor een uitdaging staat -een totaal nieuw element een plaats geven in zijn leven: De fragmenten met de eerste seksuele belevenissen van de hoofdpersoon zijn intenser, beeldrijker en verruimen de kijk van de lezer op wat seksualiteit is. Mooi is bijvoorbeeld hoe de jongen stopt met overmatig masturberen van zodra hij verliefd is. Zeer realistisch is ook dat de jongen bij het masturberen zich vanalles kan voorstellen, maar net niet het meisje waar hij op dat moment verliefd op is.

Fons Burger snapt de mannelijke psychologie zeer goed. De theorie dat een man vijf vrouwen nodig heeft, is niet baanbrekend, maar plausibel en herkenbaar. Het boek heeft voetnoten, maar dat aanhangsel lijkt toch meer op franje, dan een noodzaak. Het boek had even goed kunnen werken zonder voetnoten. De voetnoten dienen hoogstens als korte samenvatting van enkele concepten, die op zich geen baanbrekend stof doen opwaaien.

Voornamelijk schrijven over seks, is als een soep koken met peper als hoofdingredient. Is peper lekker in soep? Maar alleen maar peper, is niet te vreten.

Porno schrijven, vervalt al snel in iets als het beschrijven van de toonbank van een beenhouwer. De beste seksscènes vind je in een boek dat niet in de eerste plaats over seks gaat. Vrouwen is geen porno, maar schenkt veel aandacht aan seks.

Opwindende seksscènes zijn opwindend binnen de context van een goed verhaal. Dat goed verhaal ontbreekt hier, dus de seksscènes zijn niet opwindend.

Maar was dat de bedoeling van Fons Burger? De bedoeling lijkt mij eerder om clichés te doorbreken. De hoofdpersoon is geen karikatuur van een macho. Hij valt niet op grote borsten, voelt zich niet geraakt in zijn mannelijkheid als een vrouw hem in zijn kont vingert. Spijtig is dat de hoofdpersoon blijkbaar over een grote lul moest beschikken.

Als het dan clichédoorbrekend moet zijn, had een hoofdpersoon met een micropenis een heel ander verhaal kunnen opleveren. En de erotiek ware opwindender geweest binnen de context van een echt verhaal, maar dat zei ik al. De hoofdpersoon is miljonair, lijkt van het leven al niets meer te verlangen en heeft koppig besloten om een boek te schrijven.

Fons Burger lijkt hetzelfde te hebben gedaan: Over een onderwerp dat hem nauw aan het hart ligt: Maar het is geen verhaal dat hij echt kwijt moest, hij moest een boek kwijt en hij schreef er een. Het resultaat is een boek dat bij momenten, zeker niet altijd, een beetje een ziel mist, wat vooral duidelijk wordt in de dialogen. Het boek krijgt je als lezer voornamelijk mee, doordat je wel voelt dat de auteur een sympathieke, ruimdenkende kerel is door fragmenten die wel een intense stem hebben.

En sja, lezen over vrouwen en seks is als pizza eten, zelfs middelmatige pizza gaat er vlot in. De fragmenten met de 'jonge' hoofdpersoon zijn met veel meer liefde geschreven dan de andere stukken. Het ware interessant te weten wat de auteur daar zelf over vindt. Fons Burger kan duidelijk stukken beter. Als hij zich concentreert op een echt doorleefd verhaal, zoals in het 'jonge' gedeelte en niet zozeer op een tastbaar eindresultaat: Mannelijke schrijvers hebben die orgasmedrang en er is niet altijd passie nodig of geduld voorradig om tot dat orgasme te komen, net zoals een boek ook sneller af raakt met boekdrang en doorzettingsvermogen, dan met echte passie en vertelgenot.

Fons Burger heeft zeker en vast een grote passie voor vrouwen, maar in dit boek blijkt dat maar gedeeltelijk. Mijn eigen 'Vrouwenalfabet' zie http: It takes one to know one. Vrouwen was trouwens de titel van mijn tweede poging tot een manuscript, 9 jaar geleden. Een verdomd goeie titel voor een half manuscript dat qua inhoud goed leek op Vrouwen van Fons Burger, maar door gebrek aan ervaring, zowel als schrijver als op vlak van vrouwen, bleef steken in beschrijvingen.

Het boek zal alleszins een bijzondere plaats krijgen in mijn boekenkast en ik hoop Fons ooit eens te ontmoeten. Wie iets interessant wil lezen over mannelijke seksualiteit, kan het boek hier bestellen: Mijn eerste poging tot een manuscript heette overigens Verkrijt mij , waar uiteindelijk alleen de stripfiguur Verkrijt: Een stripreeks over het onderwijs, die op zijn best is als ze daait om In het Nederlands klinkt de titel nog idioter dan in het Duits: Ik lees nooit zelfhulpboeken in het Nederlands, ik lees die altijd in een andere taal.

Zo leer ik sowieso iets bij, ook als het een slecht boek is dat mij inhoudelijk niets bijbrengt. Dit boek van Jonathan Alpert is ok. Niet geweldig, maar best ok. Alpert maakte naam als therapeut van de grootverdieners van Wallstreet. Ik zag hem voor het eerst in een ijzersterke documentaire over de bankencrisis: En ook over het type persoonlijkheid dat een vijfde privé-jet wil kopen als er al vier op zijn oprit staan. Dat is waar Jonathan Alpert verschijnt in de docu.

Hij legt de psychologie van die mannen uit. Ik googelde hem en het bleek dat hij een boek had geschreven. Ik bestelde het in het Duits. Ik herken er veel dingen in die Anthony Robbins al beter uitlegde.

Hij begint zijn boek ook op dezelfde manier: Dat doet hij overtuigend. Hij is heel erg gekant tegen de therapeut als 'neutraal' klankbord. Die aanpak waar alles vanzelf opgelost raakt, als de patiënt al zijn problemen aan de neus van de therapeut hangt, en de therapeut op tijd en stond vraagt: De raad om je angst te overwinnen samengevat: Alpert kant zich wel tegen de 'filosofie' van The Secret die zegt dat gedachten alleen dingen aantrekken.

Alpert benadrukt dat er natuurlijk ook actie nodig is. Het is allemaal niets nieuws. Anthony Robbins gaat veel dieper. De oefeningen van Robbins zijn ook veel beter en leiden tot meer zelfkennis en een betere inschatting van je geluksniveau, vroeger, nu en zelfs in de toekomst en je doelen.




tiener mastrubeert turkse kutjes

Hij mag zich dan wel bezighouden met schoonheidsidealen, het wereldbeeld van onze Grieks-Romeinse voorouder staat nog steeds dicht bij dat van de holbewoner: Zo zijn er verschillende archeologische vondsten uit de Grieks-Romeinse tijd die zelfs naar hedendaagse standaard ronduit obsceen genoemd kunnen worden.

Objecten zoals de Baubo [beeld] — een oudere vrouw die schaamteloos haar vulva toont - getuigen van een ongegeneerde erotische vrijpostigheid. Maar het is een vrouwelijke zinnelijkheid die hoofdzakelijk de vruchtbaarheid moet verzinnebeelden. Net zoals het klokkenspel [beeld] in de vorm van vliegende penis dat voor de mannelijke vruchtbaarheid doet, of De sater die een geit molesteert[beeld] en de gigantische fallus van de vruchtbaarheidsgod Priapus op een muurschildering in Pompeii[beeld].

Het klokkenspel — de naam is zeer dankbaar hier — bestaat uit een hangende fallus waarop drie andere fallussen en twee vleugels gemonteerd zijn.

Aan de schacht van de penis hangen drie klokjes die als ze door de wind geroerd worden harmonisch klinken. We kennen geen grotere penis in een realistisch schilderwerk dan die op de levensgrote muurschildering van Priapus [afb] in Pompeii. In een bizar detail weegt deze geile vruchtbaarheidsgod zijn erectie af tegen een zak vol met munten op de andere schaal. Zijn fallus is zwaarder is dan de munten. Voor geld is alles te koop, maar een grote penis is toch nog meer waard, lijkt de allegorische verklaring.

De sater die een geit molesteert is een anoniem beeldhouwwerk van de god Pan, in de Griekse mythologie een sater, bij de Romeinen een faun. Hij is de god van het woud, patroonheilige van de herders en hun kudden.

Verder is hij de god van het dierlijke instinct. Hij heeft het onderlijf en de hoorns van een bok — een dier dat nog steeds bekend staat om zijn paardrang — maar een menselijk bovenlijf, een lang smal gezicht, een grote neus en gele oogjes. Hij zal ook later opduiken in de christelijke demonologie. De duivel draagt daar ook vaak hoorns en heeft hoeven in plaats van voeten.

Pan heeft sporen nagelaten in het hedendaagse Nederlands. Als hij zich schreeuwend in de bossen vertoont, rennen de nimfen en reizigers panisch weg. Faunen zijn in het meergodendom van de Romeinen en de Grieken de geilste goden, ze schuwen geen enkel taboe, verkrachten hordes maagden, vergrijpen zich aan dieren en kennen geen schaamte.

Naast het beeldhouwwerk vormt bij de Grieken het aardewerk het overgrote deel van de archeologische vondsten. Een bijna volledig bewaard bord met de uitbeelding van een orgie [beeld] zit in de collectie van het Louvre. Of het momenteel wordt tentoongesteld, weten we niet.

Als u er langsgaat, vraag er gewoon naar. Als de Priapus van Pompeii de verpersoonlijking is van de penis en de viriliteit, dan is Artemis van Ephesus[beeld] de verpersoonlijking van de borst en het vrouwelijke vermogen tot voeden. In zulke mythologische visualiseringen worden de geslachtskenmerken opgeblazen tot gigantische proporties om zo hun kracht en doeltreffendheid extra in de verf te zetten. Kwaliteit moet het afleggen tegen omvang en kwantiteit.

Artemis van Ephesus wordt afgebeeld met drie rijen borsten, hoewel sommige hedendaagse academici er tegenwoordig verheiligde stierentestikels in zien. De bekendste versie is een kopie uit de 1ste eeuw van een Romeins origineel en bevindt zich in het Turkse Izmir. Volgens ons monotheïstische godsbeeld, schiep God de mens naar zijn beeld en gelijkenis, maar in het meergodendom van de Grieken en Romeinen scheppen de mensen de goden naar hun evenbeeld.

Niets menselijks is die goden vreemd en niemand heeft de godenwereld mooier beschreven dan Ovidius 43 voor Chr. De dichter trouwt drie keer en scheidt één keer minder. Hij is welgesteld en kan zich volledig aan de dichtkunst wijden. Hij debuteert op achttienjarige leeftijd met zijn Amores Liefdeszangen , maar maakte reeds daarvoor naam als minnedichter.

Hij kan zich voortaan een luxueus en losbandig leventje in de mondaine grootstad Rome veroorloven, hij is een bona fide societyfiguur. Ondanks zijn succes wordt hij om een nog onverklaarbare reden door keizer Augustus op jarige leeftijd verbannen naar de verre kusten van de Zwarte Zee. Waarschijnlijk vond Augustus hem iets te lichtzinnig maar ook complottheoriën worden als verklaring naar voren geschoven. Hoewel politieke subversie en seksuele openheid vaak hand in hand gaan wordt toch aangenomen dat zijn verbanning eerder om politieke redenen dan uit censuuroverwegingen gebeurt.

Zelfs zijn vrouw was achtergebleven in Rome. Zonder ooit in eer hersteld te zijn, overlijdt hij in ballingschap op jarige leeftijd. Zijn zelfgeschreven grafschrift luidt:. Gelukkig is zijn oeuvre nagenoeg volledig bewaard. Twee werken zijn bijzonder relevant voor ons huidig onderzoek. De Metamorfosen en de Ars Amatoria.

De Metamorfosen vertelt over de liefdesavonturen van de goden en de Ars Amatoria is het eerste seksuele voorlichtingsboek.

Geen van beide gebruikt expliciete taal, die vindt men sowieso niet in het werk van Ovidius, geen directe verwijzingen naar mentula en cunnus, de Latijnse termen voor pik en kut. In de Metamorfosen worden de goden niet als verheven wezens afgeschilderd. Ovidius schetst hen op speelse wijze als gewone stervelingen, met typisch menselijke tekortkomingen en amoureuze bevliegingen.

Het gedichtenboek beschrijft de schepping en geschiedenis van de wereld volgens de Grieks-Romeinse mythologie. Goden, halfgoden en stervelingen ondergaan telkens een dramatische gedaantewisseling een metamorfose en veranderen in planten, bloemen, bomen, rotsen, wolken, rivieren en dieren.

Hun bizarre gedrag is eenvoudig te verklaren, velen van hen worden namelijk geplaagd door de pijlen van Eros. Door de liefde betoverd zijn ze niet in hun gewone doen. Er zijn wel enkele meer seksueel getinte verhalen, zoals dat waarin de nimf Daphne in een laurierboom verandert om te ontsnappen aan een nakende verkrachting door Apollo. Als hert wordt hij door zijn eigen jachthonden verscheurd. Het zal hem leren. Narcissus en Hermaphroditus zijn tot vandaag welbekend, ze leven verder in de hedendaagse psychologie en seksuologie.

Hermaphroditus is een knappe godheid die aanbeden wordt door Salmacis, een nimf die zo verliefd op hem is dat zij hem eerst probeert te verkrachten en als dat mislukt wanhopig tot de goden bidt dat zij voor eeuwig zouden versmelten.

Haar gebed wordt verhoord en zij worden één lichaam. Als bij één individu mannelijke én vrouwelijke geslachtsorganen voorkomen, spreekt men nu nog van hermafroditisme. Narcissus is ook zo een knappe jongeman die leeft voor de jacht. Hij heeft al heel wat harten sneller doen kloppen, maar wil niets van de liefde weten en wijst iedereen wreed en hooghartig af, ook de smoorverliefde nimf Echo.

Op een dag brengen zijn omzwervingen hem bij een heilige vijver met kristalhelder water. Als hij vooroverbuigt ziet hij zijn weerspiegeling in het wateroppervlak, maar hij denkt dat het een mooie watergeest is die in de vijver leeft. Hij wordt op slag verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Hij kan zich maar niet losmaken van deze mooie verschijning die verdwijnt telkens hij haar aan wil raken en hij kwijnt langzaam helemaal weg.

Aan hem danken we de term narcisme, door Freud bedacht voor een ziekelijke eigenliefde. Hij is getrouwd met zijn zus de godin Hera, de oudste dochter van Kronos. Tot haar grote woede en verdriet kan Zeus de liefde van andere vrouwen niet weerstaan. Hera is zeer jaloers en tracht hem op allerlei manieren van zijn amoureuze escapades te weerhouden. Al te vaak tevergeefs: Telkens als hij een vrouw verovert, wisselt hij van gedaante om zijn slaagkansen te vergroten en om aan het oog van zijn jaloerse vrouw te ontsnappen.

Bij de ene vrouw moet hij lief en voorkomend te werk gaan, bij de andere stoer en angstaanjagend, en dus past hij zijn gedaante aan. En dat werkt, weet ook de hedendaagse man. Bij Danaë verandert hij zich in een gouden regen die, terwijl zij in een toren gevangen zit, door de tralies heen geriefelijk tussen haar benen landt, bij Io in een wolk, bij Leda in een zwaan, bij Callisto geeft hij zich uit voor de godin Artemis, bij Antiope doet hij zich voor als een sater en bij Europa als een witte stier.

Zeus is een verleider, een veroveraar, maar je kunt evengoed zeggen dat hij zijn vrouwen schaakt, ontvoert en verkracht. Die dubbelzinnigheid is symptomatisch voor de aard van de man-vrouw liefde en de strijd der seksen, beschreven in de Metamorfosen.

Ook haar kan Zeus niet onmiddellijk overtuigen zich aan hem te geven. Om zijn doel te bereiken verandert hij zich in een zwaan en overweldigt haar. Beschaamd om wat er gebeurd is, heeft Leda dezelfde avond gemeenschap met haar man en na negen maanden krijgt zij vier kinderen, die echter uit een ei komen. Kastor en Helena waren de kinderen van Zeus, Polydeukes en Klytaimnestra die van haar man. Het is geen toeval dat Ovidius hier voor een zwaan kiest, het is de enige vogelsoort die samen met eenden en ganzen een penis heeft.

Ook de ranke hals van een zwaan kan met een beetje fantasie voor een penissymbool doorgaan. De Grieks-Romeinse mythologie bevat ook een aantal verhalen die spreken over de seksuele liefde van de mens jegens zijn andersvoetige soortgenoot.

Seksueel contact tussen mens en dier is een onbetwiste realiteit, in het heden en het verleden. Zelden levert het mooie kunst op, tenzij dan in de afbeeldingen van de hybriden die uit zulk contact voortspruiten. We zagen al dat Zeus zich bij Leda omtoverde tot een zwaan om haar te overweldigen.

Er is ook het verhaal van Pasiphaë, de echtgenote van koning Minos van Kreta. Haar man heeft de god Poseidon beledigd en die straft het echtpaar door bij Pasiphaë een grote seksuele begeerte op te wekken voor een mooie witte stier. Pasiphaë moest en zou de liefde consumeren met het machtige dier, zo sterk is haar drang.

Ze laat door de vooraanstaande uitvinder Daedalus een houten koe bouwen waarin zij zich verschuilt en de juiste positie aanneemt om zich te laten nemen door de stier.. Dit verhaal ging voor de meeste mensen werkelijk te ver, reden waarom het door de eeuwen heen amper op een expliciete wijze werd afgebeeld in de kunst.

Een weinig verbloemende prent van de hand van de 17de-eeuwse uitgever en tekenaar Johann Ulrich Krauss [beeld] gaat naar het hart van de zaak en toont Pasiphaë net voor ze plaatsneemt in de houten koe, waar zij rug tegen rug, buik tegen buik en kruis in kruis even later haar wens in vervulling zal zien gaan.

Met veel plezier vertelt Ovidius dus zijn verhalen over de liefdesavonturen der goden, maar daarnaast wil hij ook niet nalaten goede liefdesraad aan gewone stervelingen te geven. Dat doet hij in zijn Ars Amatoria, een soort handboek voor seksuele voorlichting. Ars Amatoria De kunst van het liefhebben is een gedicht in drie volumes waarin Ovidius in een luchtige stijl net die zaken aansnijdt die mensen zo moeilijk onder woorden kunnen brengen.

Hij laat Venus zeggen: Ovidius schrijft opmerkelijke passages over het gelijktijdige orgasme en over zijn afkeer van de herenliefde. Meer dan iets anders is het een handleiding tot de hofmakerij van vrouwen en merkwaardig actueel - behalve dan misschien waar het de liefdesdrankjes betreft: Dat gaat van obscene graffiti op Romeinse muren tot de satirische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius, van de slaapkamerfarces van Plautus en Terentius tot de schelmenromans Satyricon en De Gouden Ezel, van de lofdichten op de penis Priapea via roddelrubrieken tot de hoerendialogen van Lucianus.

Bij de Grieken vallen vooral de komedies van Menander en Aristophanes bij het publiek in de smaak en is er het curiosum van De Milesische vertelling. Wie het schrift uitvindt, vindt blijkbaar meteen ook het obscene muurschrift uit. Als, zoals de vroeg 20ste-eeuwse Oostenrijkse architect Adolf Loos beweert, de cultuur van een land kan worden afgemeten aan de mate waarin de toiletten er besmeurd zijn met obscene graffiti, dan was het Oude Rome niet meteen de meest deugdzame plaats op aarde.

Een ontroostbare ziel heeft het volgende achtergelaten op een Romeinse muur:. Van de obscene muurschriften is het een kleine stap naar de soms erg cynische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius. Hekeldichter Juvenalis, die leefde tussen ca. In zijn bekende Zesde Satire — ook wel Tegen de vrouwen genoemd - schrijft hij over de slechte eigenschappen van de andere kunne: Eigenlijk is die zesde satire vooral een pamflet tegen het huwelijk.

De dichter raadt de mannen aan niet te trouwen: De meer lyrische Catullus voor Chr. Hoewel Catullus het, net zoals Juvenalis en Martialis, soms over de bittere nasleep van een relatie heeft, zijn zijn gedichten toch liefdevoller:. Laten we leven, mijn Lesbia, en laten we liefhebben En alle geruchten van al te strenge oude mannen Allemaal één as waard achten.

Zonnen kunnen ondergaan en opkomen; Wanneer voor ons eenmaal het korte licht is ondergegaan, Moeten we één eeuwige nacht slapen. Geef mij duizend zoenen, daarna honderd, Dan duizend andere, dan weer honderd, Daarna onafgebroken nog eens duizend, daarna honderd. Dan, als we vele duizenden zoenen gegeven hebben, Zullen we die in de war brengen, opdat we het aantal niet weten, Of opdat geen kwade man ons met het boze oog zou kunnen aankijken, Doordat hij weet dat er zoveel zoenen zijn. Maar allen gaan ze ervoor, voor de liefde, en Propertius voor Chr.

Bij zowel de Grieken als de Romeinen is het theater de voornaamste bron van fictie, film bestaat immers nog niet en ook op de eerste echte romans is het nog even wachten. Het spreekt voor zich dat het niet enkel tragedie is wat de Ouden kunnen smaken, er mag ook al eens gelachen worden.

Een groot aantal onbetamelijke stukken voldoet aan die behoefte. De voorloper van de Romeinse komedieschrijvers is de Griek Menander voor Chr. De liefde met al haar verwikkelingen is zowat het enige onderwerp in de stukken.

Een eeuw later introduceert de Romein Plautus voor Chr. Kortom, alle vrouwen zijn hoeren, alle mannen dom. Hij zet heel wat Griekse komedies, onder meer van Menander, om naar een Romeins decor en doet dat in een sprankelend Latijn. De farces van Terentius ca. Theater in Griekenland ontstaat als een feest ter ere van de god Dionysos Bacchus bij de Romeinen , de god van de wijn en de vruchtbaarheid, van de extase en van het goede leven.

De voornaamste gezellen van Dionysos zijn saters en nimfen, de twee archetypes van de wellust. Naar de sater is zelfs een toneelgenre vernoemd, het saterspel.

Na drie tragedies wordt telkens een saterspel opgevoerd. Dit bestaat hoofdzakelijk uit boertigheden met een geil en uitgelaten, lui en beneveld karakter. Men moet zich voorstellen hoe acteurs met gigantische voorgebonden penissen als halve gekken het podium opstormen, waarbij verleidelijke nimfen gillend uiteenstuiven. De zonet beschreven boertigheden worden qua niveau ruimschoots overstegen door de Atheense toneelschrijver Aristophanes voor Chr. Dat heeft een veelzeggende seksuele plot.

Lysistrate gaat over een aantal Atheense dames die naar het wapen van de seksstaking grijpen om hun mannen ertoe te dwingen eindelijk de wapens neer te leggen. De vrouwen wijken niet vooraleer er eindelijk vrede heerst tussen de Griekse stadsstaten. En dan, als ze hijgen van verlangen, als we dan niet toegeven, zullen ze maar al te snel instemmen met een wapenstilstand.

Gedaan dus met de benen in de lucht! We zijn al een paar eeuwen later en rusten doet de penis ondertussen allesbehalve. Hij wordt maar al te gretig bezongen in de 95 obscene epigrammen van de Priapea.

De auteur en de oorsprong van deze gedichten zijn vrij onduidelijk, maar we weten wel dat ze integraal gewijd zijn aan de vruchtbaarheidsgod Priapus en diens belangrijkste ornament.

Je ziet, ik ben een houten Priapus, mijn sikkel van hout en mijn penis van hout, maar toch zal ik je in de houdgreep nemen en dit hier helemaal - ongelogen - in al zijn grootte, strakker gespannen dan een katapult of citersnaar, bij jou tot aan je zevende rib naar binnen duwen. Er wordt ook heel wat geroddeld in het Romeinse Rijk. Er is ook heel wat om over te roddelen. Er zijn de exploten van de gestoorde keizers Caligula, Nero, Domitianus, Commodus en Elagabalus, die met hun ontucht, uitspattingen, kwaadaardigheden en perversiteiten het einde van het keizerrijk inluiden.

Maar het zijn vooral de vrouwen Cleopatra en Messalina die de gemoederen verhitten. Cleopatra zou zich een weg naar boven gewipt hebben in de bedden van heel wat invloedrijke mannen. En van Messalina wordt gezegd dat ze zo geil en onverzadigbaar is dat ze een kamertje heeft in een bordeel waar ze zich onder de schuilnaam Lycisca aan volslagen vreemden geeft.

Na 24 uur geeft Scylla het op en Messalina wint uiteindelijk met een score van 25 mannen. Het huidige record staat sinds op mannen in een dag, op naam van een Amerikaanse pornoster. Plinius de Oudere ca. Zijn type komt nog vaker aan bod in dit boek. In de oudheid kiemt de traditie van de zogenaamde hoerendialoog, iets wat later zal uitgroeien tot een heus literair genre.

De hoerendialoog is een mengeling van seksuele opvoeding, medische folklore en erotische literatuur, en neemt meestal de vorm aan van een ervaren oudere vrouw die de geheimen van de fysieke liefde uit de doeken doet aan een jonger meisje. Er zijn op dat moment geen vrouwen die zich op het terrein van de erotiek wagen. Er zijn zelfs amper schrijvende vrouwen, de Griekse dichteres Sappho uit de 7de eeuw voor Christus niet te na gesproken.

Het zijn dus mannelijke auteurs die de hoerendialogen schrijven. Zij bedienen zich van vrouwelijke personae, van tempelhoeren tot overjaarse straatmadelieven, van jonge ingénues die als wees in een bordeel terechtkomen tot succesvolle madames. Waarom was de hoer zo populair en waarom zou haar stem doorheen de geschiedenis van de erotische literatuur zo veelvuldig en helder klinken?

Het antwoord is eenvoudig. Als geen ander begrijpt zij de mannelijke psyche, zij die met zoveel van hun soort geslapen heeft. Alle mannen beginnen hun leven als minuscule vlekjes weefsel in de baarmoeder van een vrouw.

Iedere jongen moet zich zo goed en zo kwaad als het kan van de moedergodin losmaken. Dat lukt nooit helemaal, want de vrouw bezit wat elke man zoekt: Lucianus van Samosata ca. Het bekendste gesprek hieruit is dat tussen de jonge Corinna en haar moeder Crobyle:. Je hebt je eerste nacht met een man doorgebracht.

Je hebt je eerste geschenk verdiend, wel liefst drachmen. Met dat geld koop ik je een halsketting. Er volgen nog een heleboel raadgevingen, over hoe ze zich vanaf nu moet kleden, hoe ze zich moet gedragen en ook dat ze niet enkel jonge mannen moet aantrekken, maar ook oudere. Ze zijn misschien niet zo mooi en viriel, maar ze betalen wel beter. Hier wordt natuurlijk een heel cynisch beeld van de vrouw geschetst, maar dat is de Grieken niet vreemd. Er is een duidelijke vrouwonvriendelijke traditie in de Griekse literatuur.

Zo schrijft Hipponax in de 6de eeuw voor Christus over de vrouw al het volgende: De echte roman zoals wij hem kennen, heeft zich in de klassieke oudheid nog niet aangediend. Voorlopers zijn er wel onder de vorm van raamvertellingen en die zijn alle gerust liederlijk te noemen. De schelmenroman Satyricon van Petronius 1ste eeuw na Chr.

De enige volledig bewaard gebleven roman is De gouden ezel van Lucius Apuleius ca. Thematisch leunt dit laatste werk dicht aan bij de schelmenroman die opgang zal maken in de 16de en 17de eeuw. Pikante passages met een seksuele ondertoon vindt men er in overvloed. De gouden ezel officieel heet het werk Metamorphoses is een fantasierijk en humoristisch verhaal over de avonturen van een zekere Lucius die met magie experimenteert en per ongeluk in een ezel verandert, zonder zijn menselijke verstand te verliezen.

In deze ongewilde vermomming hoort en ziet hij heel wat ongewone zaken. Binnen deze raamvertelling krijgen we verschillende kortere verhalen, waarvan het langste en het bekendste dat over Amor en Psyche is. Vooraleer Lucius in een ezel verandert, maakt hij een en ander mee als mens.

In een van de eerste vertellingen wordt zijn reisgezel vermoord door heksen. De heksen twijfelen of ze Lucius zullen laten leven; hij is immers een gevaarlijke ooggetuige. Ze sparen hem, maar ze plassen hem wel helemaal onder: Gelukkig vergaat het onze held iets beter verderop in het boek, waar hij op zeer aangename wijze een meid van dichtbij leert kennen. Dat levert een van de vroegste passages uit de wereldliteratuur op waarin het liefdesspel op realistische wijze en met expliciete bewoordingen beschreven wordt.

Ze klom op het bed en liet zich beetje bij beetje op me neerzakken, haar ruggengraat golfde van de snelle stoten en geile bewegingen en met haar wellustige geschommel deed ze me heerlijk klaarkomen.

Zoals Odysseus over zee moet zwerven door de wrok van Poseidon, zo wordt dit drietal voortgestuwd door de grillen van de vruchtbaarheidsgod Priapus. Onder de uitvoerige fragmenten die ervan bewaard bleven, neemt De maaltijd van Trimalchio in het Latijn Cena Trimalchionis de belangrijkste plaats in, door de rake typering van de rijke parvenu Trimalchio en diens vriendenkring.

Een ander fragment, De weduwe van Ephesus illustreert de prozaïsche en vergankelijke aard van de menselijke liefde. Een zeer vrome weduwe besluit bij het graf van haar man te rouwen met de bedoeling er te blijven tot ze sterft van de honger.

Ietsje verderop bewaakt een niet onknappe en erg aardige soldaat een aantal gekruisigde rovers. De weduwe en de soldaat raken aan de praat en zij vindt hem ondanks haar verdriet steeds leuker. Uiteindelijk bezwijkt ze voor zijn charmes. Maar hun geluk wordt plots verstoord. Terwijl ze aan het vrijen zijn op het graf van haar overleden echtgenoot, wordt een van de gekruisigde lijken gestolen.

De bewaker riskeert een zware straf, maar de weduwe heeft een plan. Ze besluit wijselijk het lijk van haar man af te staan om het de plaats laten in te nemen van de gekruisigde. Dat de vertelkunst uit het Oosten stamt, het Verre en het Nabije Oosten, wordt door niemand meer tegengesproken. Het oerverhaal van de Oriënt zijn ongetwijfeld De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, maar dat De nachten, zoals het werk ook kort genoemd wordt, in wezen een bundel zeer erotische verhalen is, wordt zelden naar waarde geschat.

Toegegeven, de populairste verhalen, Aladin en de wonderlamp, Sinbad de zeeman en Ali Baba en de veertig rovers zijn eerder avontuurlijk dan seksueel.

Vroeger echter was de erotische reputatie van De Nachten zo verbreid dat de vertelingen eerder met broeierige nachten, donkere prinsen, eunuchen, harems en blanke slavinnen geassocieerd werden dan met vliegende tapijten, wonderlampen en verre zeereizen.

In het Westen leeft het idee dat de minnekunst in het Oosten veel verfijnder is dan bij ons. Of dit werkelijk zo is, valt niet met zekerheid te zeggen. Immers, wat is verfijnd en hoe kunnen we in de slaapkamers kijken van de talloze koppels die elke nacht in het Oosten de liefde bedrijven?

Doen ze het net zoals wij of gaat het er ginds allemaal wat meer tantristisch aan toe? Moeilijk te bevestigen, moeilijk tegen te spreken. Het beeld van die veronderstelde oosterse seksuele verfijning danken we aan de Kamasoetra, een werk dat in de 3de eeuw in India geschreven werd in het Sanskriet en dat gelijkenissen vertoont met de eerder vermelde Ars Amatoria van Ovidius, maar dat veel ruimer verspreid is.

De Kamasoetra behandelt tot in de kleinste details alle denkbare onderwerpen op het gebied van de erotiek en leert de man om zijn vrouw te behagen en zo haar liefde te winnen. De veertig hoofdstukken van de Kamasoetra beslaan zeven delen. Ze hebben het over liefde in het algemeen en over de plaats ervan in het leven, over de indeling in soorten vrouwen, over de seksuele eenwording, over diverse seksuele technieken en standjes, over hofmakerij en huwelijk, over de echtgenote en de vrouwen van anderen, over prostituees en ten slotte over hoe jezelf aantrekkelijk te maken.

Voor de 21ste-eeuwse mens staat de Kamasoetra gelijk aan allerlei originele en vaak ingewikkelde standjes. Het is pas legaal verkrijgbaar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw.

Hét erotische meesterwerk uit het Oosten is zijn De Vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Nergens in de oudheid vindt men lyrische passages zoals deze over bolle borsten en zwellende pudenda:. Ze had dijen als alabasteren pilaren, en ertussen prijkte een geheime plaats, een kussen van muskus, dat zwelt en bonst en gretig nat is.

In De Nachten is erotiek een kwestie van leven en dood. De Nachten is een raamvertelling. De premisse van het kaderverhaal is op zich seksueel en gaat over de liefdesrelatie tussen koning Sjahriaar en de jonge maagd Sheherazade. Een liefdesrelatie die erg bizar begint. Op een dag ontdekt de koning dat zijn vrouw hem ontrouw is. Zijn grootvizier bezorgt hem deze jongedames, maar na een tijd raakt de aanvoer uitgeput. Scheherazade, de maagdelijke dochter van de grootvizier, biedt dan zichzelf aan als volgende bruid en haar vader aanvaardt dat aanbod schoorvoetend.

Om aan de executie te ontkomen vertelt Sheherazade de koning tijdens de huwelijksnacht een verhaal, maar ze stopt abrupt, net voor de ontknoping.

Ze belooft hem het vervolg de volgende nacht te vertellen. Er zit voor de nieuwsgierige koning dus niets anders op dan haar leven voorlopig te sparen. De volgende nacht vertelt ze hem het vervolg, en tegelijk begint ze die avond ook een nieuw verhaal.

Ook dat breekt ze weer af net voor de finale. De koning gunt haar dus noodgedwongen nog een nacht. Dit houdt Scheherazade duizend-en-een nachten vol, waarbij elke nacht wordt afgesloten met een voorproefje van een nieuw verhaal.

Ondertussen schenkt zij hem drie zonen. Wanneer de verhalen uiteindelijk ten einde zijn, is de koning oprecht van haar gaan houden, hij schenkt haar gratie en ze mag zijn definitieve vrouw worden. Er bestaat geen beter verhaal om het levensbelang, letterlijk zelfs, van fictie te illustreren.

Mocht Scheherazades vertelkunst tekortgeschoten zijn, dan had zij reeds na één nacht het leven gelaten. Maar het tegendeel gebeurt, nacht na nacht hangt de koning aan haar lippen. Haar zoete stem en spannende verhalen toveren de verbitterde en wraakzuchtige koning om tot een liefhebbende echtgenoot.

De erotisch getinte verhalen van Duizend-en-een-nacht veroverden het hele Middellandse Zeegebied, de bakermat van onze westerse beschaving. Het archetype van de oudere, wat simpele en vaak impotente echtgenoot en zijn jonge, aantrekkelijke, slimme en manipulatieve echtgenote, dat als een rode draad doorheen de middeleeuwse verhalencultuur zal lopen, vertoont zich hier voor het eerst. Sprekend is het verhaal De onnozele echtgenoot, over precies zo een vrouw die haar schlemiel van een echtgenoot openlijk bedriegt en hem wijsmaakt dat hij schimmen ziet:.

Telkens als de echtgenoot afwezig was, kwam de minnaar bij haar en zo ging het al geruime tijd. Op een dag zei hij tot haar: Nu, zij hield van hem met buitengewone hartstocht en ze kon het vooruitzicht van hem gescheiden te zijn niet lijden en zei: Hij zette daar een tent op naast een grote boom.

Niet ver daar vandaan had haar minnaar zich verborgen. Toen zei ze tot haar man: Als dat je manier van doen is als ik erbij ben, wat moet dat dan niet zijn als ik er niet ben? Maar wacht, ik kom ook boven kijken. Toen de echtgenoot bij de kruin van de boom kwam, keek hij naar beneden en zag dat een man zijn vrouw aan het neuken was.

Maar ondertussen was de minnaar naar zijn schuilplaats teruggekeerd en de vrouw vroeg haar man: Je zag niets, je verbeeldt het je. Ze herhaalden het experiment een keer of drie, vier en telkens als de man de boom beklom, glipte de minnaar uit zijn schuilplaats en beklom de listige echtgenote, terwijl haar man erop toekeek, maar ze bleef volhouden: Toen riep hij haar toe: In een andere pikante passage van De nachten is de sultan van Samarkand en broer van koning Sjahriaar ongewild getuige van een orgie van zijn schoonzuster en haar bediendes:.

De figuren liepen langs een traliewerk en gingen de tuin binnen tot ze bij een spuitende fontein te midden van een grote poel kwamen. Daar kleedden ze zich uit en ziedaar, het ging niet om twintig slavinnen, maar tien waren vrouwen, concubines van de koning, en de anderen waren blanke slaven. Twee aan twee liepen ze weg, maar de koningin, die nu alleen achterbleef riep met luide stem: Zijn gelaat toonde het wit van zijn rollende ogen, een afgrijselijk gezicht.

Stoutmoedig liep hij naar haar toe en legde zijn armen rond haar nek, terwijl zij zijn omhelzing even vurig beantwoordde. Toen kuste hij haar, en zijn benen rond de hare kronkelend nam hij haar met gretige teugen. De andere slaven deden hetzelfde met de meisjes tot allen hun driften hadden kunnen bevredigen, en ze stopten niet met kussen en klemmen, copuleren en brassen tot de dag door de valavond verdreven werd, tot de slaven zich losmaakten van de boezems van de slavinnen, en de zwarte slaaf van de koningin afsteeg Vooral een voetnoot bij deze passage, van de hand van de 19de-eeuwse Engelse oriëntalist en vertaler van de Duizend-en-een-nacht Richard Francis Burton, is bijzonder vermakelijk:.

Ik mat een man in Somaliland die, in slappe toestand, een lengte had van vijftien centimeter. Dit is eigen aan het negerras en aan Afrikaanse dieren zoals het paard, hoewel de pure Arabier onder het gemiddelde van de Europeaan zit; een van de beste bewijzen in feite dat de Egyptenaar geen Aziaat is, maar een deels witgewassen neger. Bovendien, deze indrukwekkende delen groeien niet proportioneel bij een erectie.

Bijgevolg duurt de daad bij hen veel langer, wat bijdraagt tot een groter genot bij de vrouw. In mijn tijd wou geen enkele eerlijke Hindi Moslem zijn vrouwvolk naar Zanzibar meenemen vanwege de reusachtige attracties en ontzaglijke aanlokkelijkheden die zij daar aangeboden kregen. Ali met het grote lid is een verhaal over een knecht die aanhoudend vernederd wordt door zijn meesteres.

Maar zelfs in die tijd besefte men dat de voordelen van een grote penis toch relatief zijn. Sommige van de verhalen in Duizend-en-een-nacht zijn ouder dan de christelijke jaartelling, andere zijn recenter, voor zover men dat met zekerheid kan zeggen. Hun invloed voelt men in de populaire Europese ridderroman Floris ende Blancefloer, waarin sultans en blanke slavinnen figureren en waar bizarre plotwendingen als een liefdesdood en maagdelijkheidstesten rechtstreeks naar de verhalen uit De Nachten verwijzen, al zouden ze evengoed uit een hedendaagse Zuid-Amerikaanse soap van bedenkelijke kwaliteit kunnen komen.

Blancefloer, een blank en diepchristelijk meisje, dat op pelgrimstocht naar Santiago de Compostella gekidnapt werd, groeit op als hofdame bij een islamitische koning in Spanje.

Er groeit een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris. Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat die vriendschap in liefde is overgegaan, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de verboden liefde tussen de moslim Floris en de christen Blancefloer te dwarsbomen. Hij wordt door zijn ouders naar het buitenland gestuurd om te gaan studeren. Ondertussen verkopen ze Blancefloer als blanke slavin aan rondreizende kooplieden.

Een namaakgraf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is. Als Floris na zijn terugkeer te weten komt dat zijn geliefde Blancefloer gestorven is, wil hij zelfmoord plegen, zo groot is zijn verdriet. Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen en de jongen gaat op zoek naar zijn geliefde.

Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Floris komt te weten dat zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir is. De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt zwaar bewaakt, maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de torenwachter: Floris nodigt de torenwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal met opzet verliest, zodat hij de man heel wat geld moet betalen.

Floris wint wel het laatste spel. Als wederdienst belooft de torenwachter hem eeuwige trouw en van die belofte maakt Floris meteen listig gebruik. De wachter smokkelt Floris naar binnen in de toren in een mand met bloemen. De twee geliefden worden herenigd, maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen aan het zwaard rijgen. Tijdens de openbare rechtszitting die hierop volgt raken alle aanwezigen zo ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer dat de emir het jonge paar uiteindelijk vergeeft.

Ze trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders ondertussen overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen tot vrome christenmensen.

Blancefloer schenkt hem een dochter met een misvormde voet. We bevinden ons in de middeleeuwen, die enigszins onterecht bekend staan als donkere tijden. Technologisch is er veel vooruitgang geboekt, maar kunst en literatuur blijven gereserveerd voor de elite. De grootste invloed op onze seksuele zeden komt van het christendom. Het joods-christelijke geloof is vanaf de 4de eeuw de officiële staatsgodsdienst van de Romeinen geworden en wint gestaag aan populariteit.

Het joods-christelijke wereldbeeld introduceert drie nieuwe concepten in de seksualiteit. Ten eerste is er het idee dat het huwelijk exclusief en onlosmakelijk is, waardoor mannen het recht verliezen willekeurig van hun echtgenote te scheiden. Ten tweede is er het begrip van de erfzonde, het gevolg van de zondeval. In het Bijbelboek Genesis zijn Adam en Eva de eerste mensen in de paradijselijke tuin van Eden, maar God heeft hun verboden van de appels van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten.

Op aanraden van een slang — symbool voor Satan — eten zij toch van die verboden vrucht. Hierdoor verwerven ze kennis van goed en kwaad en ze worden uit het paradijs verjaagd. Aangezien Eva als eerste voor de verleidelijke woorden van de slang gevallen is, krijgt zij er de schuld van dat de gehele mensheid voortaan sterfelijk is en behept met een zondige natuur.

Een direct gevolg is dat de twee paradijsbewoners zich plots schamen voor hun naaktheid die ze met een vijgenblad proberen te bedekken.

Ten derde ontstaat de notie van maagdelijkheid als een moreel ideaal, waardoor echtelijke seksualiteit als een soort toegeving wordt gezien aan de inherente vleselijke zwakte van de mens die — helaas — noodzakelijk is voor de voortplanting. Dat heeft ook zijn voordelen. De zo lang mogelijk volgehouden maagdelijkheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk zorgen op zich voor een stabielere samenleving, met kinderen die weten waar ze vandaan komen en generaties van families die aan langetermijnprojecten kunnen werken.

En dus bevalt Maria als maagd van Jezus, is het vlees zwak en dient het gekastijd te worden, en geldt het celibaat als hoogste ideaal. Die demonisering van de seksualiteit kan tegelijkertijd als de specifieke verdienste van het christendom beschouwd worden.

Ze geeft aan de seksualiteit het aura van de verboden vrucht, en gewone seks wordt exquise erotiek. Wees gerust, er valt in de middeleeuwen op erotisch vlak toch een en ander te beleven, al moet men dan wel het vel van de officiële geschiedschrijving wegschrapen. De middeleeuwse kunsten staan volledig in het teken van de nieuwe christelijke moraal, schilders werken in opdracht van de Kerk. Het schrift staat gelijk aan dé Schrift.

En die wordt zorgvuldig doorgegeven dankzij het geduld en het vakmanschap van geletterde geestelijke kopiisten, monniken die in het klooster manuscripten — letterlijk: Het kopiëren van een boek kan jaren in beslag nemen.

Om meerdere kopiën tegelijk te maken, leest iemand het origineel voor aan een zaal van kopiisten die de letters met in inkt gedoopte veren in het papier krassen.

Hoewel ze zelf geen geestelijken zijn, behoren zowel de Toscaan Giovanni Boccaccio als de Londenaar Geoffrey Chaucer ca. Geboren in koopmansfamilies, gaan ze studeren en worden bureaucraten, maar hun grote passie is schrijven en dichten. Boccaccio voltooit in de Decamerone en Chaucer werkt in de laatste jaren van zijn leven onverdroten aan The Canterbury Tales, twee als een raamvertelling opgevatte verzamelingen van verhalen die tot het kruim van de westerse literatuur gerekend worden.

In feite zijn de Decamerone en The Canterbury Tales op dezelfde leest geschoeid als het Arabische Duizend-en-een-nacht. Verder moeten we opmerken dat de erotiek in deze twee collecties van verhalen een aanhoudende ondertoon is, als een lichte jeuk op de huid bij het te lang in het koren stoeien in de zomer, een ondertoon echter die nooit helemaal de oppervlakte bereikt, zoals dat wel het geval was bij de Grieken en Romeinen.

Il Decamerone is een raamvertelling van de 14de-eeuwse Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio. De bundeling bevat honderd verhalen die tien gasten op een landgoed buiten Florence elkaar tijdens de Zwarte Dood van vertellen. De gasten zijn zeven jonge vrouwen en drie jonge mannen.

Het kaderverhaal puilt uit van de symbolische en allegorische verwijzingen. De zeven jonge vrouwen vertegenwoordigen de vier kardinale deugden — voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid en standvastigheid — en de drie religieuze deugden — geloof, hoop en liefde.

De mannen zouden staan voor de Griekse driedeling van de menselijke ziel: Elke dag is een van de tien personen de leider van het gezelschap en bepaalt daarmee ook het onderwerp van de verhalen van die dag. De thema's lopen uiteen van 'verhalen over tegenslag die toch een goede afloop hebben' tot 'verhalen over hoe vrouwen hun man weten te bedriegen'. Elke verteldag begint met een korte inleiding op het thema en eindigt met een afsluiting.

De thema's zijn veelal ontleend aan oudere Italiaanse, Franse en Latijnse bronnen. In de loop van de geschiedenis botst het werk op de nodige tegenstand. Zo wordt het in door de boeteprediker Girolamo Savonarola verbrand omdat het onzedelijk zou zijn. Ook de Kerk is niet altijd blij met het boek, niet alleen vanwege de seksuele vrijmoedigheid, maar vooral om de manier waarop de geestelijken worden geportretteerd.

Het boek krijgt daardoor bewerkte en gekuiste versies. Tot in de 20ste eeuw zal de Decamerone met dit soort tegenstand te kampen hebben, wat flink bijdraagt tot de populariteit van het werk. Een verhaal dat de gekuiste versie van de Decamerone niet haalt, is het opmerkelijk vrijmoedige Alibech en Rusticus [beeld]. Alibech is een vrouwelijke aspirant-kluizenaar die in de leer gaat bij Rusticus, een oudere ervaren asceet. Vrijwel onmiddellijk nadat Alibech bij hem in de leer komt, legt Rusticus haar uit wat ze moet doen.

Hij kleedt zich uit, zij doet hem na en spoedig staan ze poedelnaakt oog in oog. Je zal er God mee dienen. Omdat het de eerste keer is, doet het in het begin een beetje pijn, maar de jonge deerne krijgt al gauw de smaak pakken en moet wel zes keer de poort naar haar hellegat openen om de duivel zijn hoofd te laten hangen.

Geen gebrek aan erotiek in deze laat-middeleeuwse Decamerone dus. Het fundament van dit soort literatuur is natuurlijk het cliché, de personages zijn eendimensionaal en de psychologie is die van een kind. Zo is Alibech een schoolvoorbeeld van de ingénue, het onbedorven naïeve meisje. Deze bijna infantiele psychologie en dit kinderlijke magisch denken beheersen de middeleeuwen op alle vlak.

De psychologische karakterschetsen staan in de westerse literatuur nog volledig in hun kinderschoenen. Maar het uitbeelden van alle denkbare menselijke hartstochten, gebreken en dwaasheden zijn nieuw en kondigen de renaissance aan. Men noemt de Decamerone dan ook wel eens de menselijke komedie die men plaatst tegenover de La divina commedia, de goddelijke komedie van Dante Alighieri.

Dat sommige passages moeilijk verteerbaar zijn voor de censor, kunnen we afleiden uit het feit dat John Payne, de 19de-eeuwse vertaler die zich als een van de eersten aan een vertaling van dit verhaal waagt, de seksuele ontwaking van Alibech onvertaald laat. Hij excuseert zich met deze woorden: Zij vonden het daarom noodzakelijk verschillende fragmenten in het origineel Italiaans in te voegen.

We vinden in de Decamerone dezelfde vrouwonvriendelijke teneur die zo nadrukkelijk aanwezig was bij de Grieken. In tegenstelling tot vandaag wordt de vrouw in de middeleeuwen als losbandiger beschouwd dan de man. Vandaag wordt van mannen gezegd dat ze hun pik achterna lopen, maar in de middeleeuwen is de vrouw het zwakke geslacht, zwak vanwege hun onvermogen om te weerstaan aan de wereldse verlokkingen. De Decamerone staat dus bol van de schampere opmerkingen over vrouwen.

Bovendien is er een nawoord waarin dames uitdrukkelijk wordt aangeraden geen verhalen te lezen die hun zouden kunnen mishagen. En toch is de Decamerone vooral tot de vrouw gericht. Niet weinig passages beginnen met de aanspreking: The Canterbury Tales is een bundeling verhalen die in de 14de eeuw worden geboekstaafd door Geoffrey Chaucer.

Ze worden gekaderd binnen een raamvertelling waarin een groep pelgrims samen op reis gaat en waarbij elke pelgrim onderweg, om de tijd te doden en ter lering en vermaak, vier verhalen vertelt. De thema's lopen sterk uiteen en behandelen zaken als liefde, verraad, gierigheid en overspel. De groep vertellers, die tot in detail beschreven wordt, bestaat uit personen uit alle lagen van de bevolking: Net zoals in de Decamerone proberen de vertellers met hun reis te ontkomen aan de Zwarte Dood.

Net zoals de Decamerone eindigen The Canterbury Tales met een verontschuldiging jegens de vrouwelijke lezers. Bovendien heeft een vierde van de verhalen in The Canterbury Tales een analoog verhaal in de veertig jaar eerder gepubliceerde Decamerone.

De notie van copyright bestond in die tijd duidelijk nog niet. Verhalen behoorden iedereen toe en ze reisden via de Zijderoute praktisch de hele wereld rond. Een dronken molenaar vertelt een overspelverhaal over de jonge molenaarsleerling Nicholas, die de jonge vrouw Alison van zijn oude baas John in zijn bed wil lokken. Om daarin te lukken moeten de twee John eerst het huis uit krijgen. Ze maken hem wijs dat er een zondvloed op komst is.

De ouwe besluit om in een ton te overnachten die aan het dak van de molen hangt. Nu kunnen de twee ongestoord hun lusten botvieren. Absolon, een man uit het dorp, zit echter ook achter Alison aan, en hij heeft gehoord dat John niet in de buurt is. Hij knielt bij het raam van Alison en vraagt om een zoen, waarna Alison in het donker haar achterwerk naar buiten steekt en het door Absolon laat kussen. Kwaad om deze vernedering keert hij terug met een gloeiend ijzer uit een smidse en vraagt weer om een zoen.

Deze keer steekt Nicholas zijn achterste naar buiten, waarna Absolon het hete ijzer tussen diens billen steekt.

Nicholas schreeuwt luidkeels om water, waardoor John wakker wordt. Die denkt dat de zondvloed eraan komt, snijdt de touwen door en valt naar beneden. Het dorp loopt uit en vindt John gewond op de grond. Hij legt uit wat er gebeurd is en wordt de risee van het dorp.

Alweer een verhaal van een oude man met een hitsige en listige echtgenote. In het verhaal van de niet nader genoemde vrouw van Bath toont Chaucer zich op zijn vrouwvriendelijkst en wijst hij de mannen de weg.

De vertelster kent de mannelijke soort door en door. Ze is al vijfmaal getrouwd, toch wel erg ongebruikelijk in die tijd. Ook op deze reis is ze eigenlijk op zoek naar haar zesde man, die waarschijnlijk de meereizende klerk zal worden. Het verhaal begint met een ridder die een vrouw verkracht.

Het antwoord op deze vraag is moeilijk te achterhalen en ten einde raad vraagt hij een heks om hulp. Deze wil het antwoord wel geven, maar voor wat hoort wat.

Het antwoord blijkt te zijn dat vrouwen de baas over hun man willen zijn. Als wederdienst voor deze kostbare informatie eist de heks dat hij met haar trouwt en hij stemt toe. In het huwelijksbed stelt ze hem voor de keus: De ridder laat haar — zijn pas geleerde les indachtig — zelf kiezen en zij, blij met de macht over haar man, besluit mooi én trouw te zijn. En ze leven nog lang en gelukkig. De klerk, op wie de vrouw van Bath een oogje heeft laten vallen, vertelt ons een verhaal dat opmerkelijk is door zijn verpletterende geestelijke wreedheid jegens de vrouw.

Zijn verhaal gaat over Walter, de markies van Saluzzo, een vrijgezel die door zijn onderdanen verzocht wordt te trouwen om voor een erfgenaam te zorgen. Hij besluit een boerendochter te huwen, Griselda, een arm meisje, gewend aan een hard leven van pijn en labeur.

Nadat Griselda hem een dochter geschonken heeft, besluit Walter om haar huwelijkstrouw te testen. Hij beveelt een officier haar baby weg te nemen, het kind zogezegd te vermoorden maar het in werkelijkheid stiekem elders onder te brengen.

Griselda ondergaat dit alles zonder tegenstand. Als zij haar man enkele jaren later nog een zoon baart, herhaalt Walter zijn wrede ritueel. Na vele jaren, die Griselda in eenzaamheid zonder haar kinderen heeft moeten doorbrengen, bedenkt Walter de ultieme test.

Hij vervalst een pauselijke bul die hun huwelijk nietig verklaart en hem in staat stelt zijn vrouw te verlaten. Hij laat Griselda weten dat hij zal hertrouwen en eist van haar dat zij het huwelijk met zijn nieuwe bruid zal voorbereiden.

Zij stemt weer toe. In het geheim laat hij haar kinderen terugbrengen en stelt hij zijn eigen dochter voor als nieuwe bruid. Pas dan, na vele gruwelijke jaren en al evenveel gruwelijke beproevingen, licht hij Griselda in over de maskerade, en weer leven ze nog lang en gelukkig. We hebben zelden zoveel misogynie in één tekst aangetroffen. Een vrouw haar kinderen afnemen, die zogezegd doden, van haar scheiden, haar vragen het nieuwe huwelijk voor te bereiden: Men mag aannemen dat Boccaccio en Chaucer zelf verstokte lezers waren en voortdurend op zoek naar verhalen om hun bundels te stofferen.

Ze beschikken natuurlijk over een haast niet te stelpen bron, want de middeleeuwse verhalencultuur is ontzettend rijk aan wat we toen in de Lage Landen met de term boerdes aanduidden — de etymologische link met boertig kan niet toevallig zijn.

Al wat schunnig, schalks en kluchtig was, komt er aan bod. Het is de filosofie van de minstrelen, troubadours en de jongleurs die in het middeleeuwse Europa rondtrekken en onder het mom de hoofse liefde te bezingen, proberen de vrouw van een ridder te versieren. Al die schunnigheid, schalksheid en kluchtigheid wordt later door de geschiedschrijving grotendeels genegeerd, zoals wel vaker gebeurt als geschiedschrijvers iets niet bevalt.

Geschiedenisboeken bevatten wat we graag willen onthouden, niet wat we willen vergeten. Als het de overwinnaar is die de geschiedenis schrijft, doet hij dat zonder vranke tong. De chroniqueur van dienst is blijkbaar altijd preutser dan zijn corpus. Het scabreuze in de middeleeuwse literatuur wordt dus al te vaak en al te gretig toegedekt. Met de mantel der liefde, de hoofse liefde. Maar wees er zeker van: Was de middeleeuwse liefde verfijnd en hoofs of plat en obsceen?

Johan Huizinga, auteur van het gezaghebbende Herfsttij der Middeleeuwen stelt het zo:. Naturalistische, plat erotische vertellingen over zeer lange penissen, sprekende kutten, ringen als kuisheidsgordels, kinderen van sneeuw en een snode verleider die aan de slag gaat met een wieltje.

De fabliaux die in het 13de- en 14de-eeuwse Frankrijk worden verteld door rondtrekkende troubadours, zijn korte, meestal gewaagde humoristische vertellingen. Ze leunen dicht aan bij de vuile mop aan de ene kant en primitieve levenswijsheden aan de andere.

Favoriete onderwerpen zijn bedrogen echtgenoten, hebberige geestelijken en domme boeren. Die onderwerpen worden aangepast aan het publiek. Humor dient tot op de dag van vandaag om onbespreekbare onderwerpen als seksualiteit bespreekbaar te maken, het is de saus waarmee zoiets ongemakkelijks verteerbaar gemaakt wordt voor een breed publiek.

Deze twee componenten, de oneerbiedige spot en het sociale glijmiddel, vormen de raison d'être van de fabliaux. De fabliaux zijn de literaire oersoep van de middeleeuwen, door Boccaccio en Chaucer opgedist, gekruid, en op smaak gebracht. Hun werken zijn, hoewel vaak tot de renaissance gerekend, door en door middeleeuws.

Met verhalen en afbeeldingen van grote en stijve penissen kan men een heel boek vullen. Elke man wenst zo een wapen, menige vrouw wil het voelen. De geestelijke met grijpgrage handen geraakt er in het verhaal De ring die erecties regeerde niet van verlost. Al meteen in de eerste regels van dit korte vertellende gedicht maken we kennis met de verteller en met het gedurfde onderwerp:. De eigenaar van een betoverde ring wast zijn handen aan een rivier en vergeet er zijn kostbare ring.

Wanneer een bisschop deze ring vindt en hem aan zijn vinger schuift, begint zijn penis te zwellen. Hij vertrekt te paard maar zijn penis blijft zwellen tot hij over de grond sleept.

Ten einde raad zendt hij een boodschapper uit om. Dat komt de eigenaar van de ring ter ore. Hij biedt de bisschop hulp aan in ruil voor de twee ringen die hij draagt en nog pond erbovenop. De bisschop stemt hiermee in en wanneer hij de magische ring van zijn vinger verwijdert, verdwijnt zijn erectie ogenblikkelijk.

Beide heerschappen zijn tevreden, de ene omdat hij zijn tijdelijke viriliteit kwijt is, de andere omdat hij de eeuwige heeft herwonnen. Stel u voor dat uw genitaliën plots kunnen praten. Wat zouden ze allemaal zeggen? Zouden ze de waarheid spreken en onze echte mond durven tegen te spreken? Zou elke opening onze intiemste geheimen verklappen en ons verrassen met details waarvan we ons niet eens bewust zijn? Dit gegeven houdt de middeleeuwse mens bezig, de verhaallijn is wijd verbreid, men kan het thema terugvinden in niet minder dan zeven manuscripten over heel Europa.

Het zal een tijdloze, en naar ons gevoelen te zelden gebruikte verhaallijn worden die verder in dit boek nog aan bod komt. De eerste verschijning van het thema treffen we aan in de middeleeuwse fabliau Le chevalier qui fist parler les cons et les culs.

Het verhaal wordt verteld door een zekere Garin, meer weten we niet over de man. Het gaat over een ridder die. De ridder in kwestie is een vechtersbaas en samen met zijn schildknaap verdient hij de kost door toernooien af te schuimen.

Hij is onbemiddeld, levenslustig en liever lui dan moe. Op weg naar een volgend toernooi treft hij drie naakte dames bij de rand van een fontein. Op basis van uw loonbrief zijt gij een onwetende barbaar, die als er niemand zo sluw en slim was geweest om een fabriek te laten bouwen, nog zou verhongeren ook.

Zo erg gaat dat beeld van de arbeider in sommige kringen. Die kringen waar ze geen eelt op hun handen hebben. En dat is intriest om te zien, pa. Gij die na uw werk doodmoe toekwam met een vreemd chemogeurtje van gebakken rubber in uw kleren en in uw poriën en dan evenkes tegen mij, uwe kleinen, uitlegde hoe Von Stauffenberg bijna Hitler had opgeblazen, maar dat heel die Duitse anti-Hitlerkliek nog altijd even ziek was als Hitler.

Ze hadden gewoon geen goesting om de oorlog te verliezen. Of als ge uitlegde waarom de Amerikanen nu eigenlijk op hun doos hadden gehad in Viëtnam. Of waar dat mei '68 over ging en waarom er van heel die bevrijdende spirit van de sixties dan plots niks meer over was. Of welke dialectische relatie er was tussen fictie en 't echte leven. Dat doet allemaal wreed zeer, om u horen lezingen te geven.

En diezelfde shit jaren later aan de unief, met veel minder animo, uit de mond van een paar proffen te horen. Die 't niet kwamen vertellen na acht uur travakken in 40 graden celsius ergens in een lawaaiierig kot waar ze auto-onderdelen persten.

Nee, serieus, godverdomme, van dat stereotyp beeld van die arbeider klopt nul de botten. Ge las drie kranten per dag, elke documentaire had ge gezien en gewoon voor de fun zat ge encyclopedieën te lezen.

Van a tot z. En dan moet ik nu op de trein truttenmiekes en gekostumeerde weekdieren horen lullen over stupide blockbusters op weg van en naar een onnozel bureaujobke dat ze dan nog zwaar vinden ook.

Waarom hebt gij het u zo moeilijk gemaakt? God, jongen, nu schuif ik de schuld van uw ongeluk nog in uw schoenen ook.

Hoe gevangen gij zat in angst. In een destructieve mantra: Als Boon een tedere anarchist was, waart gij een fatalistische anarchist. Ge zette uzelf buiten het systeem. Ge klopte die uren in 't fabriek en daarna dook ge in de geschiedenis en in zwarte humor om u te verkneukelen: En bijscholen wou ge niet doen, zelf een zaak opstarten, 't idee alleen maakte u panisch, want als kleine zelfstandige maakten ze u helemaal kapot.

Toen ze u op 't fabriek aanboden van voorman te worden, en wat te klimmen in de pariahiërarchie, weigerde ge: Ze betalen u een beetje meer en ge kweekt wat minder eelt op uw handen om de rest op te jagen. Ge zijt gij dan een goed doorvoede versie van een kapo uit de concentratiekampen.

Bizar eigenlijk dat ge uzelf dan niet helemaal buiten het systeem hebt gezet. Waarom dan naar die fabriek trekken? Ge had u ook kunnen opsluiten in een klein kamerke en kunnen schrijven. Het zou een pak vlotter gegaan zijn zonder al die vermoeidheid, rug-en nekpijn. En ge gaf toch geen zak om luxe. Al 't geld dat ge verdiende, gaf ge af aan mijn moeder. Geld was gelijk een vuile ziekte voor u. Ge behandelde het ook echt zo. Ge hebt nooit, maar dan ook nooit, niet ene keer, geld in uw portefeuille gehad.

Ge verfrommelde het altijd en propte het gewoon in de zakken van uw yeansbroek. Er heeft u wel nooit iemand kunnen bepikken. Het was mentaliteit van een hele klasse. Zij met poen en macht tegen ons die moeten krabben en afzien voor elke euro. En zij waren altijd alleen zo ver geraakt door veel te bedriegen.

En bedriegen was niet aan ons besteed. Het zijn zotten die werken. Uw schoonbroer zat op 't zelfde fabriek. Die is wel gaan bedriegen. Die heeft een aannemerszaak opgestart, met rotslechte service tegen veel te hoge prijzen. Die was niet bang van faillissementen en wat gepruts met papierwerk en gaten in de wetgeving.

Die is relatief rijk nu en doet geen klop. Hij zet zijn onderbetaald werkvolk 's morgens af met zijn camionette en de rest van de dag is hij bezig met de paardenkoers en kijkt hij naar dvd's van FC De Kampioenen.

Godverdomme, alleen dat konijn kon die dvd's in huis halen van een programma dat tot in den treure herhaald wordt op den tévé. Maar die weg zat er niet in. En hoe stoer ge ook waart, eigenlijk mogen we hier op uw urne markeren: Er is geen hoop, en laat dat een troost zijn. Godverdomme, er is wel hoop. Er is altijd hoop. En laat dat een reden zijn om altijd los te breken van situaties die ons niet aanstaan.

Ge hebt het eigenlijk gestoord lang volgehouden. Wat een discipline, kerel. Om zo lang te functioneren in een gevangenis, opgetrokken door een aantal tegenslagen in uw jeugd en in stand gehouden door uw angsten en vooroordelen, zowel in u als in de samenleving, en uw uitzonderlijke aversie voor ellebogenwerk. Er zat meer eer in het werken met uw handen, moet ge gedacht hebben, en dat kan waar zijn, maar ge zijt er wel door gesneuveld.

Als de wereld u er niet voor eert, zal ik het toch doen. H et fuiven in uw plaats, ging moeilijker dan het studeren in uw plaats. En dan nog zeiden jullie haast nooit wat tegen elkaar. Dat is waar en niet waar. We werkten als ik nog erg klein was, vaak ik in de tuin. We plukten samen prinsessenbonen. Ik durfde inderdaad nooit een woord tegen je zeggen. Je was objectief gezien al reusachtig, 1 meter 88, voor mij was je God. Je schreef, je had altijd een witte T-shirt, een jeans en een leren jas aan, je had zo'n ronde bril als John Lennon en ook zijn gezicht een beetje, met die neus, en je bodybuilde, zonder vuile producten te spuiten kreeg je een enorme biceps.

Je trainde twee uur per dag, zeven op zeven, en vijf dagen op zeven bakte je rubber in de fabriek, loodzwaar werk met veel trek- en sleurwerk aan dingen van 40 kilo.

Ik zeg dingen, want ik weet nog altijd niet wat je precies moest doen. Ik weet alleen dat het zwaar was, dat het je in de vernieling hielp, dat het niet gezond was en dat het beter betaalde dan de meeste ambtenarenjobs. Voor een ambtenarenjob had je wel het verstand, misschien juist net te veel, maar geen connecties. En ja, geen geluk, maar dat zeiden we al. Dus nee, ik zei nooit wat tegen je. En toch zaten we vaak samen. Hele zomers lang zaten we samen, misschien niet dicht op elkaar, maar toch minstens onder hetzelfde dak, te lezen, ik strips, jij kranten, en we luisterden naar vinylplaten.

Is dat geen contact? Je was er altijd. Ook als ik al op kot zat. Bijna wekelijks kwam je mij met de auto bevoorraden. Kan mij niet herinneren dat ik dat echt vroeg. Je deed het gewoon. In het begin ervaarde ik het als een bevrijding en een overwinning om zelf naar de winkel te gaan, daar op kot, want als enig kind steek je natuurlijk nooit een poot uit, tot je ontsnapt aan 't ouderlijke nest.

En op de prijzen letten, een avontuur op zich. Mijn eerste jaar op kot, spaarde ik euro op van mijn zakgeld, omdat ik nooit een voet buiten de deur zette, tenzij om naar de les te gaan en rondjes rond het park te lopen om zes uur 's ochtends, drie ochtenden in de week.

Zo gedisciplineerd was ik, zo hard wilde ik slagen, dat eerste jaar slavistiek. Om jou trots te maken, om iets of wat te compenseren voor al dat gebrek aan geluk van jou. En omdat onze hele kenissenkring mij liever zag falen, want zo'n kleinen uit een arbeidersmilieu moest het toch niet te hoog in zijn bol krijgen.

Waar ik echt dankbaar voor ben, om het lekker emo te stellen, is dat je mij nog zien opbloeien hebt, die jaren op kot. Eindelijk die eerste vrouwen. Toen de eerste thuis bleef slapen, zei je trots tegen de buren: Je had iets met lengte.

Je vond dat belangrijk. Grote mensen vond je stiekem beter dan kleine mensen. Op dat vlak had je ook weer geen geluk, je zoon is nooit groter geworden dan 1m Ik had als kind te weinig geslapen, was je verklaring.

Je moest mij altijd slapend naar boven dragen. En vijf minuten later stond ik daar weer. De tv was 's nachts interessanter dan overdag. Maar die eerste die thuis kwam, ja, die was met hakken aan zo ongeveer 1m80, dat is waar. En toen moet je toch eindelijk gedacht hebben: Dat die eerste — de eerste die thuis kwam- thuis heel vaak kwam en heel luid, was een opluchting voor ons allebei.

We hadden dan niet veel verbaal contact, ik heb altijd, al als kind, gesnopen dat je het van wereldbelang vond dat een man zijn vrouw kon bevredigen in bed. Dat merkte ik aan de sekshandleidingen waar ik op stootte door kinderlijke verkenningstochten in huis, dat merkte ik aan opmerkingen over mannen met vrouwen wiens ogen meestal afdwaalden naar andere mannen en ook wel aan de gedrogeerde glimlach van mijn moeder.

Maar goed, van dan af konden er complimenten af. Dat ik slaagde voor dat eerste jaar slavistiek hielp ook een beetje. Maar het beviel je niks dat ik zelfs dan geen pint wilde gaan drinken met maten op café. Je bent waarschijnlijk de enige ouder die zijn zoon moest pushen om meer uit te gaan. Dat eerste jaar slavistiek was ik zo serieus dat ik geen druppel alcohol wilde drinken. Dat heb ik vol gehouden tot de eerste vijf minuten nadat een naakte vrouw onverwacht mijn kamer binnendrong en zich naast mij in mijn bed legde, zonder een woord uitleg.

Daar was ik zo ondersteboven van dat ik een fles drank ondersteboven heb gekapt. Jongen, toch, jij had er wat anders van gemaakt als je vier jaar als student op kot had kunnen zitten.

Daarom ging je van heel blij naar heel triest, toen je hoorde dat ik geslaagd was, dat eerste jaar. Jij had het kunnen zijn. Misschien gaf je daarom altijd mixed tapes met sixtiesmuziek mee, om tenminste toch de muziek juist te hebben, daar op mijn kot, als er dan geen persoonswissel in zat. Het had net zo goed jij kunnen zijn, daar aan de unief.

Zelfde geheugencapaciteit, en meer heb je daar toch niet nodig. En jij was 1m88 geweest en had als preses tenminste indruk gemaakt. En je had er nog meer van genoten. En je zou nog leven. Ik zou nooit bestaan hebben, maar jij zou nog leven. De hippies hebben het gedaan.

Je deed je graag stoer voor, maar je was zo broos. Je koos voor een keihard arbeidersbestaan en dat was stoer en dat was hard en dat hield je vol onder de zwaarste omstandigheden. Je lichaam ging helemaal naar de kloten. Je had elke dag rugpijn, je kreeg vreemde slijmen in je keel van de fabrieksomstandigheden en je verouderde zo snel als een belegerde, uitgehongerde, verkleumde Duitse frontsoldaat in midden januari in de omsingeling bij Stalingrad.

En 't ergst van al was: Ja, net zo voelde jij je. En ik met mijn overdosis empathie, ik nam dat over, en voelde mij ook net zo. Ik liep op mijn veertien rond als een kromgewerkte, ik had je houding overgenomen. Alleen de eelt op je handen liet zich niet kopiëren. En de chronische vermoeidheid van het werken in ploegen.

En als ik zeg dat je euthanasie pleegde en niet zozeer zelfmoord, ben ik niet ver naast de waarheid, want die laatste jaren woekerde er wat in je keel. Het begin van keelkanker.

Niet van te roken, want dat deed je niet, maar van de chemische lucht die je in 't fabriek elke dag binnen zoog. Je ging fysiek kapot en ook geestelijk. Er hing er aura rond je van depressie, uitzichtloosheid, machteloosheid. De wet van Murphy was een troost voor je. Als je er vanuit ging dat alles bij voorbaat gedoemd was om te mislukken, dan kon niets je nog teleurstellen. Dat moet zo gekomen zijn, omdat je als kind zeer diep teleurgesteld was in je ouders. Twee fuifnummers, die graag boven hun stand leefden, in de hippietijd van free love net iets te oud waren om daar zorgeloos aan mee te doen als student, maar er toch met volle teugen van genoten, ook al hadden ze twee kinderen en een familiebedrijf, een grote bloemenkwekerij, te runnen.

Terwijl je pa op andere vrouwen zat, zaten de andere bloemenkwekers op de markt, terwijl je moeder onder andere venten lag, kochten andere bloemenkwekers de nieuwste, meest modieuze soorten bloemen aan.

Ze gingen failliet, ze scheidden, en jij, toch altijd de beste voor opstellen schrijven en wiskunde vreemde combinatie van talent , jij werd gek van de ruzies en je trok naar de fabriek om je moeder te onderhouden, als die even geen rijke minnaar lag te vozen.

Dat faillissement heeft je zo'n trauma bezorgd, dat je heel je leven alle geldzaken hebt overgelaten aan mijn moeder. En die laatste noemt de bankencrisis nog steeds als één van de hoofdmotieven van je zelfmoord, hoewel je het financieel eigenlijk pas goed had.

Als er ooit iemand een mentale krak heeft gekregen van de scheiding van zijn ouders, ben jij het wel. Je vader gaf al je spullen weg aan de kinderen van zijn nieuwe vrouw. Zijn geweten moet hem toch parten gespeeld hebben, want hij pleegde zelfmoord in , een jaar voor mijn geboorte.

Je moeder zei me dat hij altijd liever urenlang stond te discussiëren met de getuigen van Jehova aan de deur, dan in de serres te werken.

En wat ze er niet bij zei: Die serres staan er nog steeds verlaten bij. In een soort niemandsland, ergens in Hofstade of all places. Als bloemenkwekers failliet gaan in de tijd van flower power, we moeten het je ouders meegeven, dat doet niemand anders ze na. En mijn grootmoeder zich maar afvragen waarom ik al jaren niet meer met haar spreek. Op je begrafenis wilde ze als ouwe doos van 74 zonder baarmoeder mijn jarige nonkel nog versieren, want die leek zo op Elvis. Onze stripreeks die je saboteerde.

Als kind heb ik je herhaaldelijk voorgesteld om samen een stripreeks te beginnen. Jij kon geweldig tekenen, ik teken niet graag, maar ik wist toen al dat het niet zo geweldig moeilijk kon zijn om een stripscenario te bedenken.

Het hele huis door lagen immers toch enkele duizenden strips. Als al die anderen dat konden, waarom wij dan niet? Maar nee, dat was een groot verschil tussen ons.

En geluk dat had jij niet. Dat fatalisme spreekt ook enorm uit de briefjes die je bij je manuscripten stak als je die inzond naar uitgeverijen of tijdschriften. Als het nergens op lijkt, kan je er altijd nog de kachel mee aanmaken.

Niet wat je noemt de standaardformule om een uitgever aan te schrijven. Probeer het eens bij Jij concludeerde dat je geen geluk had en je stopte met inzenden, en erger nog, je stopte met schrijven. Talent dat had je of dat had je niet. Echt talent dat stond er zo. Je wilde niet weten van oefenen, herschrijven, ruwe diamanten slepen was net iets te veel moeite gevraagd. Je was gewoon te bang voor nog meer teleurstellingen.

Je zoon is koppiger. Nochtans vind ik dat briefje echt niet zo'n domper op de schrijfvreugde en zelfs tamelijk bemoedigend. Tegenwoordig krijgen inzenders van manuscripten enkel standaardafwijsberichtjes, zonder persoonlijke toets. En mij wilde je ook overtuigen om nooit nog iets in te sturen. Tot je dan in je laatste week of zo zei: En je kreeg het enkel gezegd, omdat je het leven en alle competitiedrang van de levenden al helemaal had losgelaten.

De stripreeks Herman Verkrijt over een foute leerkracht teert op mijn schoolhaat, die veel dieper zat dan zomaar wat schoolmoeheid, omdat jij ook naar school was geweest en moderne talen had gevolgd, en je toch in 't fabriek zat. School is een tijdverdrijf, want de kaarten zijn al geschud, het is je afkomst die bepaalt welke job je later krijgt, niet je school.

Je hebt die stripreeks nooit zien ontstaan. Spijtig dat je er niet meer bent om mijn eigenste stripreeks met veel animo helemaal lekker af te zeiken, want je zou het rommel vinden, vijf reeksen noemen die je ook niet goed vond, maar toch beter, en je zou een stuk of tien exemplaren verkopen op je werk, want het enige wat je echt consequent deed, was jezelf een depressie aanpraten.

Je nam mijn fut mee. Sinds jij er niet meer bent, verveel ik mij steendood en heb ik geen drive meer. Om de een of andere reden moeten we daar een Engels woord voor gebruiken. Vroeger schreven wij 'ik heb geen fut meer' of 'ge kunt allemaal mijn kloten kussen'.

Maar nu is het geen 'drive' meer hebben. Waarom ik geen drive meer heb. Omdat gij er niet meer zijt. Terwijl ik vroeger om 6u koud water in mijn gezicht smeet om 12 km te gaan ronddraven in de ochtenddauw. De enige ochtenddauw die ik nog zie, maak ik zelf. Er is niemand meer om te overtreffen, er is niemand meer om een compliment van los te weken dat de moeite waard is. Er is niemand meer om 'in het gelijk te stellen'.

Want als ik mezelf bewees, dan deed ik het voor twee. Ik wilde ook jouw capaciteiten bewijzen. Dus als ze mijn schrijfsels uitgaven in het Sloveens, dan wilde ik dat ook op jouw CV zetten. Zodat je misschien toch ooit nog eens zou ontsnappen aan de chain gang van de fabriek. Want die chain zat muurvast rond mijn nek. Wat jij nog had aan levenskracht injecteerde je tijdens nachtelijke gesprekken in mij.

En je was al dood toen je hier nog was. Al wel een jaar of vijf of zo. Maar je lichaam zat nog mijn commissie voor ambitieuze aangelegenheden voor. Overtref die of die. Want je droeg niemand op handen en al wie iets bereikt had, had vooral hoerensjans gehad, dus het kon allemaal nog veel beter. We vonden zelden iets goed. Als we al een boek goed vonden, was het zelden een Nederlandstalig boek. Ja, 'Ik, Jan Cremer', ja. Maar ging dat echt om de inhoud van dat boek?

Hebben we ons daar niet laten vangen door de hype en de bad boy attitude van Cremer? De James Dean van de Nederlandstalige literatuur? Tegenwoordig stuurt die gratis stickers rond met zijn naam op. Wie die sticker op de meest orginele plek kleeft, wint een I-pad of zo'n ander digitaal relikwie. Als het schrijven niet meer lukt, is er altijd nog de marketing. Jij had helemaal geen kaas gegeten van marketing. Heb ik je dat bij leven en welzijn ooit gezegd? Alleszin, nu moet ik presteren, alleen maar voor mezelf.

En dat heb ik met je gemeen: Dus het laat zich raden dat ik als ik een zoon heb, die ga zitten opfokken om te presteren. Daarom schrijf ik dit boek, om die cirkel te breken. Hoe krijg ik die fut dan wel weer? Er is geen instantie die ik kan aanschrijven om mijn maandelijkse futrantsoen uit te keren, dus dan kan ik even goed de dooie schrijven, die bij leven en welzijn die fut invulde.

Om een voorbeeld te geven: Want jou onder ogen komen met een vetlaag, dat is gewoon geen optie. Maar ik schrijf nog wel, zoals je ziet. Omdat schrijven, naast neuken en beffen, de enige activiteit is tijdens dewelke ik geen chronische zin heb om jou tegen km per uur achterna te gaan, enkele dozen slaappillen slikken, een glas melk drinken om niet te kotsen -tip uit een soap over dokters gepuurd- een plastic zak rond mijn kop te binden en helemaal nooit meer wakker te worden.

Ik hoef niet meer met mijn kop op tv, om het ganse land te choqueren in een talkshow. Het zou niet meer lukken ook. Ik kan zelfs geen non meer choqueren. Misschien moet ik het proberen met een open brief aan Joods Actueel. Maar je leest toch niet mee. Er is niemand meer om mij op te jutten en te zeggen: Geen weerwerk meer voor al die andere stemmen: God, jongen, het is zo tergend rustig sinds jij een rider in the sky bent. Living in the material world, pakkende docu door Martin Scorcese over de 'stille' Beatle.

Omdat die andere drie zo luid waren. De Beatle die de beatlemania het meest relativeerde. When we was fab. Het zinde hem niet echt. Zijn tweede vrouw zegt: Een man van extremen. Zalen plat gespeeld, de hoeksteen van de grootste band, die andere twee konden niet soleren, dus je gitaarwerk blijft wat onderschat. Vergevingsgezind, even erg voor vrede als John, maar zonder een icoon te willen zijn. Heel erg voor leven en laten leven. Ama et fac quod vis.

Zijn eerste vrouw mocht rustig voor Eric Clapton kiezen. Een brave mens, maar zoals Paul zei: Maar toch vooral gefocust op vrede.

Vrede nemen met de tijd ook. Maar dat dat wende, en dat het waardevol was. Je hebt nooit een 'image' uitgebouwd. Er was nooit vrees om 'het' te verliezen. Want 'het' was niets gekunstelds. En wat een evolutie in je muziek. Van snelle rock naar sitar en Ravi Shankar. Een wens tot versmelting van alle menselijke energie. Geen wonder dat je zo'n all natural womaniser was.

Je had een diep effect op vrouwen, al na een gesprek van twee minuten. Aanvaarding van de essentie van mensen. Je tweede vrouw, Olivia Arias kon er mee leven.

De Beatle met de meest uiteenlopende vriendenkring. Zo gewoon blijven bij zoveel roem. Het is weinig men sen gegeven. En waarschijnlijk de reden voor de roem. Altijd gewoon George geweest en nooit willen indru k ma ken. En dat maakt indruk. I need you http: My sweet lord http: I me mine http: When we was fab http: Within you without you.

Waarover dit boek niet mag gaan: Ik groei op in een arbeidersmilieu. Ik omhels de armoede en dweep er mee. Ik leid als enig kind aan aandachtszucht, maar dat weet ik nog niet. T-shirt van John Lennon. Op school vertikken van algemeen Nederlands spreken, maar wel een streverke zijn. Als ik goeie punten wil halen, is het om te bewijzen dat mijn pa geen idioot is, omdat hij arbeider is.

En voor de aandacht natuurlijk. Rond mijn vijftiende krijg ik de klassieke stompzinnige inval dat je nog meer aandacht krijgt als je negatief gedrag toont en haal plots opzettelijk rotslechte punten.

De trots omwille van mijn sjofele afkomst, kent ook pieken en dalen. Maar zeker tot mijn 12 ben ik er fier op dat alles bij ons oud is en meer dan een tikkeltje aftands. Mijn vader en ik dagen er mijn moeder mee uit. Als het aan haar lag, ging de helft van ons huishouden op de schroothoop.

Thuis spelen nog tweedehands vinylplaten en cassettes als iedereen al lang is overgeschakeld op cd's. Ondanks de computerrevolutie zweer jij bij je oude typemachine om kolderbrieven naar vrienden te typen.

Nooit zullen wij onze bovenverdiepingen kunnen verwarmen. We hebben pas een badkamer ook onverwarmd als ik 16 ben. Tot dan wassen we ons in een pastic tobbe, vlak voor de kolenkachel. Het zal duren tot ik bijna een universitair diploma heb vooraleer ik mij goed aangekleed voel in iets anders dan een kapotte jeans en een over-sized te vaak gewassen T-shirt.

Ja, ja, ik ben dan toch een sell-out geworden. Ik zit liever in een duur restaurant dan in een bruin café. O, de schaamte om dat te bekennen. Maar tot voor mijn studentenjaren, zit ik volop in de klassenstrijd en spuug ik op alles wat bediende is of veel geld heeft.

Alle macht aan de arbeiders. De revolutie begint met kleinigheden. Op school sta ik er op om mijn arbeidersdialect te spreken. Stagiairs sla ik uit hun lood met grove uitspraken die volgens de boze directrice 'erger zijn dan cafépraat'.

Tegenover schoolkameraadjes overdrijf ik de armoede. Ok, onze auto is een rammelkar, we maken nooit verre reizen en we kopen geen dure kleren, maar ik heb genoeg Playmobil om een kloeke maquette te maken van de slag bij Waterloo en we eten elke dag koninklijk. Tegenover speelkameraadjes benadruk ik vooral dat er in de winter vriesbloemen op onze ramen staan.

Als ik veel later lees dat er zoiets bestaat als een theatrale persoonlijkheid, heb ik een groot aha-moment. Rond mijn elfde ben ik vet. Veel eten en geen sport. In mijn vrije tijd verslind ik strips. Ook stripverhalen hebben we bij de vleet. We kopen er een twintigtal per week. Vijf tantes en twee grootmoeders sponsoren deze verzamelwoede. Arme mensen geven graag. Helaas associeer ik strips lezen op een soort Pavloviaanse wijze met eten. Per stripverhaal eet ik een zak chips of een snoepreep.

Mijn vader moedigt dit aan. Hij wil van mij een bodybuilder maken. Helaas heb ik alleen de calorie-inname van een bodybuilder. Trainen doe ik pas vanaf mijn zestiende. En dan nog altijd op amateuristische wijze thuis. You are your own gym is een prachtig boek. Ik ben te bang van macho's om mij alleen in een fitnesszaak te tonen. En op mijn zestiende is mijn vader al te uitgeblust om mee te gaan.

Alleszins, ik houd zo'n trauma over aan mijn periode van obesitas dat duursport vanaf mijn zestiende een imperatief wordt. Tot jij dood bent. De eerste macho die mij trouwens letterlijk de daver op het lijf jaagt, ben jijzelf. Tot mijn zesde levensjaar durf ik nog ruzie met je zoeken. Als ik echter zichtbaar een verwijfd pafferig gezicht, mannentieten!!

Als je na de late ploeg thuis komt en mij uit bed wil halen om samen naar de BBC te kijken, doe ik alsof ik slaap, ook al dat doet dat vreselijk veel zeer om jou zo te negeren. Ik zak door de grond als je mij aanraakt, durf geen woord meer tegen je te zeggen en zal altijd stotteren als je mij iets vraagt, nochtans ben ik geen stotteraar.

Ik kan in jouw tegenwoordigheid ook onmogelijk grappig zijn. Dat terwijl ik op school te boek sta als de klasclown en een leerling die apart moet zitten, omdat hij anders zijn mond niet kan houden.

Bijna het enige wat jij en ik samen doen: Jij op zoek naar oude vinylplaten die je enkel koopt als ze minder dan 3 euro kosten, ik op zoek naar stripverhalen, en later naar Engelstalige romans.

Mijn Engels is al op jonge leeftijd absurd goed, alleen in de buurt van jou krijg ik er geen woord Engels uit. Verder plukken we ook samen sperziebonen. Een groot stuk van onze tuin staat er vol mee. Op zo'n onstuimige wijze aangelegd dat we eerder een groentejungle dan een typisch Vlaams gemillimeterde moestuin hebben.

De buren staan er vol verwondering naar te staren. Bang dat er Vietcong opduikt van tussen dat groene gevaarte. Je bent te zwaar belast door het fabrieksleven om dingen netjes en tijdrovend conventioneel te doen. En ik ben te onhandig.

De sperziebonen maken we samen schoon, buiten op het terras, terwijl van binnen de klanken van punk en bluesrock komen aanwaaien.

Ik durf nooit een woord te zeggen en voel me geen persoon, maar een mislukte kopie, een gehandicapte afsplitsing van jou, mijn grotere, sterkere, mondigere, knappere, zelfverzekerdere vader. Ik ben te jong om door al je bombastische gedragingen heen te kijken. Al geloof ik tot de dag van vandaag, jaren na je eigenhandige euthanasie, dat je ego werkelijk een betonnen bunker moet zijn geweest.

Zo eentje van die Flak-torens die bij de slag om Berlijn, eind , die nog steeds wijde gaten sloegen in de oprukkende Aziatische Russenhorde. Ja, mijn passie voor geschiedenis heb ik van jou geërfd. Als kind raakten vooral ongelijke gevechten mij. Als ik met plastic soldaatjes wereldoorlog II uitbeeldde, had ik nooit genoeg jappen en moffen.

Underdogs die zich fanatiek dood vechten tegen een overweldigende vijand. Als je opgroeit als underdog raak je snel verknocht aan alle andere underdogs, zonder toen veel aandacht te schenken aan ideologie.

Het gevoel van onderdrukking beheerste ons. Als een bitterzoete koorts die ons vervulde met koppigheid, drang om te weten en een bovengemiddeld grote pijngrens, om ons toch op iets te beroemen.

En ik moet zeggen: De overweldigende vijand waren het fabriek en de maatschappij die mijn diplomaloze, doch bijzonder intelligente vader, die de kwaliteitskranten verslond en elke dag zijn ziel leegtypte, geen enkele kans gaven. Pas veel, véél later durfde ik afstand doen van die visie en je en gebrek aan optimisme verwijten.

Pas toen zag ik hoeveel faalangst er in jou zat. Je angstquotient hield je intelligentiequotient mooi in evenwicht, zodat je nooit iets ondernam dat enige kans van slagen had om je situatie te verbeteren.

Ik durfde pas laat bekennen dat ik heilig en domkoppig geloof in de self-made man uit de American dreams. Er is trouwens nog iets dat jij en ik samen deden: Als onze kastelen dan onvermijdelijk afbrokkelden in zee, werd ik zo triestig als toen ik de kruisweg van Jezus zag op het einde van de kaskraker 'Ben Huhr'. De onvermijdelijkheid van lijden zat er al vroeg diep in. Nog steeds geloof ik dat ik altijd al in de rouw was, omdat jij jezelf had afgeschreven en ik moest leven in jouw plaats.

En alle dingen moest proeven, die jij niet of te weinig had geproefd. Dat geeft mij het gevoel alsof ik altijd te snel heb geleefd en van het ene extreem in het andere ben gedoken. Om maar te bewijzen: Dat heeft hij alleen aan jou te danken! Blijf toch bij ons, dat universitair diploma is ook van jou. Toen je het dan eindelijk deed, was mijn vergoddelijking van jou helemaal af.

Je had geleden voor mij, om mij, pas afgestudeerd aan de universiteit, een beter leven te geven. Godver, wat heb je dat goed gedaan, dat meen ik serieus. Als je ooit verrijst, moet je echt wel met meer vrolijkheid opstaan, ik kan de wolk uitzichtloosheid echt niet nóg eens aan. Al kan ik de zwarte humor die er het gevolg van was dan nog zo goed smaken. Pa, wees optimistisch of wees niet. Dus dan maar niet, hoor ik in de verte. Nog vijftig pagina's van de 53, ééntje voor elk levensjaar.

Kerel, nu moeten we het echt over jou hebben en niet meer over mij. Over mezelf lullen kan altijd nog. Maar als ik jou geen biografie schrijf, dan doet niemand het meer. Een biografie voor iemand die volgens de normale geschiedschrijving nooit een biografie of zelfs geen voetnoot zal krijgen, maar er toch een verdient, als ode aan de levenskracht in jou, die het dan misschien nooit tot het podium van de wereldgebeurtenissen heeft geschopt, maar godverdomme toch opmerkelijk was, ook zonder de camera's van het avondnieuws.

Nog elke ochtend draait één keer Nevermind of Bleach of In utero of With the lights out, vooral cd 3 van With the lights out, als 'k echt met loden voeten uit bed kom. Er zit dan ook weinig dood in uw muziek. Alsof ge gevild door 't leven gaat en elke indruk gruwelijk intens op u inbeukt in een wereld van self-delusional phonies. I wanna be alone. People who have seen it all and let you know it. Bijtende aanval op zelfvoldaanheid.

Roemeense en Spaanse uitzendkrachten die ze uitpersen onder het alziend oog van een extreemrechtse bewakingsgroep, HESS. Benauwend om vast te stellen dat ik daar met enkele muisklikken aan heb meegewerkt.

Gelukkig regende het verontwaardige reacties van Duitse klanten. Ik mag mij dan misschien aan een prijsstijging verwachten, maar er zullen hopelijk enkel bomen en geen mensen sneuvelen om mij mijn favoriete boeken aan huis te leveren.

Misschien in mijn steenkolenduits ook een s een klacht sturen naar hun klantendienst. Om mijn Duits met haar op te begrijpen, zullen ze wel geen ne onazi's nodig hebben. Sociaal engagement geen cent meer dan de staat oplegt. Geen tijd voor een vriendin. Een held van onze tijd. Het westen sterft uit. Niet voortgeplant door maximale lustbeleving, heerlijk alleen. Het kan mij niet verdommen. Ik ben pro collectieve voortplantingsstop. Maar een bewuste voortplantingsstop had ik spiritueler gevonden dan zo'n toevallige.

Omdat de knoppen van gamepads lekkerder zouden zijn dan de lustknoppen van het andere geslacht. Een miljonair gaat aan de schrijf over vrouwen. Hij is net gescheiden en zet het allemaal eens op een rijtje, hoe dat zo gaat, een man en de vrouwen in zijn leven. Stilistisch komt Vrouwen van de korte-zinnen-school. Korte zinnen voor een kort, maar krachtig effect.

Als de geladenheid, de intensiteit van het vertelde ook nog goed zitten. Er zijn intensere boeken dan Vrouwen , maar met de taal is op zich niets mis. De zinnen lopen, de beschrijvingen haperen niet en zijn niet bij het haar getrokken.

Fons Burger doet ook niet krampachtig zijn best om literair te 'scoren'. Misschien heeft hij zich zelfs onbewust een beetje ingehouden om niet alle stijlregisters open te trekken. De stijl is ok. Wel is het boek nogal op zoek naar een verhaal. Van enige spanningsboog is geen sprake. Wie uitsluitend spannende boeken leest, zal zich niet kunnen vinden in dit boek.

Wie zich wil laten opgeilen met soft-porno ook al niet. Wie op een beeldende, dromerige manier iets wil leren over de mannelijke psychologie heeft er meer aan. Trouwens opvallend hoe dit soort boeken voornamelijk door vrouwen worden gelezen. Geen flauwe chicklit, maar een boek dat een eeuwig thema eens iets nieuws wil bijbrengen.

Of toch andere invalshoeken. Het boek heeft twee verhaallijnen. Een coming-of-age-verhaal van de hoofdpersoon als puber. Doet zeer vaag denken aan ' Eros en de eenzame man' van Boon, maar de hoofdpersoon staat steviger in zijn schoenen en is niet zo hulpeloos. En dan als tweede verhaallijn is er the coming of a midlife-crisis in een later stadium, Deze twee verhaallijnen worden steeds afgewisseld met korte fragmenten. Dat vertraagt het verhaal nogal en is een beetje vervelend. Ik kreeg het boek niet in één ruk uit.

Al went het wel. Dat de oudere hoofdpersoon een miljonair is, lijkt nogal sterk op een excuus om de handen vrij te hebben om van vrouw naar vrouw te springen, zonder verhaal, zonder inzet voor de hoofdpersoon. Meeleven met de miljonair valt moeilijk. Met de jongere hoofdpersoon, die veel meer voor een uitdaging staat -een totaal nieuw element een plaats geven in zijn leven: De fragmenten met de eerste seksuele belevenissen van de hoofdpersoon zijn intenser, beeldrijker en verruimen de kijk van de lezer op wat seksualiteit is.

Mooi is bijvoorbeeld hoe de jongen stopt met overmatig masturberen van zodra hij verliefd is. Zeer realistisch is ook dat de jongen bij het masturberen zich vanalles kan voorstellen, maar net niet het meisje waar hij op dat moment verliefd op is.

Fons Burger snapt de mannelijke psychologie zeer goed. De theorie dat een man vijf vrouwen nodig heeft, is niet baanbrekend, maar plausibel en herkenbaar. Het boek heeft voetnoten, maar dat aanhangsel lijkt toch meer op franje, dan een noodzaak.

Het boek had even goed kunnen werken zonder voetnoten. De voetnoten dienen hoogstens als korte samenvatting van enkele concepten, die op zich geen baanbrekend stof doen opwaaien. Voornamelijk schrijven over seks, is als een soep koken met peper als hoofdingredient.

Is peper lekker in soep? Maar alleen maar peper, is niet te vreten. Porno schrijven, vervalt al snel in iets als het beschrijven van de toonbank van een beenhouwer. De beste seksscènes vind je in een boek dat niet in de eerste plaats over seks gaat.

Vrouwen is geen porno, maar schenkt veel aandacht aan seks. Opwindende seksscènes zijn opwindend binnen de context van een goed verhaal. Dat goed verhaal ontbreekt hier, dus de seksscènes zijn niet opwindend. Maar was dat de bedoeling van Fons Burger? De bedoeling lijkt mij eerder om clichés te doorbreken. De hoofdpersoon is geen karikatuur van een macho. Hij valt niet op grote borsten, voelt zich niet geraakt in zijn mannelijkheid als een vrouw hem in zijn kont vingert. Spijtig is dat de hoofdpersoon blijkbaar over een grote lul moest beschikken.

Als het dan clichédoorbrekend moet zijn, had een hoofdpersoon met een micropenis een heel ander verhaal kunnen opleveren. En de erotiek ware opwindender geweest binnen de context van een echt verhaal, maar dat zei ik al. De hoofdpersoon is miljonair, lijkt van het leven al niets meer te verlangen en heeft koppig besloten om een boek te schrijven.

Fons Burger lijkt hetzelfde te hebben gedaan: Over een onderwerp dat hem nauw aan het hart ligt: Maar het is geen verhaal dat hij echt kwijt moest, hij moest een boek kwijt en hij schreef er een.

Het resultaat is een boek dat bij momenten, zeker niet altijd, een beetje een ziel mist, wat vooral duidelijk wordt in de dialogen. Het boek krijgt je als lezer voornamelijk mee, doordat je wel voelt dat de auteur een sympathieke, ruimdenkende kerel is door fragmenten die wel een intense stem hebben.

En sja, lezen over vrouwen en seks is als pizza eten, zelfs middelmatige pizza gaat er vlot in. De fragmenten met de 'jonge' hoofdpersoon zijn met veel meer liefde geschreven dan de andere stukken. Het ware interessant te weten wat de auteur daar zelf over vindt.

Fons Burger kan duidelijk stukken beter. Als hij zich concentreert op een echt doorleefd verhaal, zoals in het 'jonge' gedeelte en niet zozeer op een tastbaar eindresultaat: Mannelijke schrijvers hebben die orgasmedrang en er is niet altijd passie nodig of geduld voorradig om tot dat orgasme te komen, net zoals een boek ook sneller af raakt met boekdrang en doorzettingsvermogen, dan met echte passie en vertelgenot. Fons Burger heeft zeker en vast een grote passie voor vrouwen, maar in dit boek blijkt dat maar gedeeltelijk.

Mijn eigen 'Vrouwenalfabet' zie http: It takes one to know one. Vrouwen was trouwens de titel van mijn tweede poging tot een manuscript, 9 jaar geleden. Een verdomd goeie titel voor een half manuscript dat qua inhoud goed leek op Vrouwen van Fons Burger, maar door gebrek aan ervaring, zowel als schrijver als op vlak van vrouwen, bleef steken in beschrijvingen.

Het boek zal alleszins een bijzondere plaats krijgen in mijn boekenkast en ik hoop Fons ooit eens te ontmoeten. Wie iets interessant wil lezen over mannelijke seksualiteit, kan het boek hier bestellen: Mijn eerste poging tot een manuscript heette overigens Verkrijt mij , waar uiteindelijk alleen de stripfiguur Verkrijt: Een stripreeks over het onderwijs, die op zijn best is als ze daait om In het Nederlands klinkt de titel nog idioter dan in het Duits: Ik lees nooit zelfhulpboeken in het Nederlands, ik lees die altijd in een andere taal.

Zo leer ik sowieso iets bij, ook als het een slecht boek is dat mij inhoudelijk niets bijbrengt. Dit boek van Jonathan Alpert is ok. Niet geweldig, maar best ok. Alpert maakte naam als therapeut van de grootverdieners van Wallstreet. Ik zag hem voor het eerst in een ijzersterke documentaire over de bankencrisis:

..